Korstmos in de evolutie verschillende malen 'uitgevonden'

Een korstmos is een succesvolle vorm van samenwerking tussen een alg en een schimmel. Deze samenwerking dankt zijn doeltreffendheid aan het feit dat de alg zich in fotosynthese heeft gespecialiseerd en suikers levert aan de schimmel, die daarvan op zijn beurt weer allerlei andere nuttige stoffen maakt. Zo kunnen ze samen als korstmos overleven op plaatsen waar (bijna) niets anders wil groeien.

Recent DNA-onderzoek wijst uit, dat deze vorm van samenwerking in de loop van de evolutie zeker vijf maal tot stand is gekomen (Science vol. 268, pag. 1492). Dat hebben onderzoeksters van de Smithsonian Institution in Washington aangetoond in samenwerking met Zweedse en Oostenrijkse biologen. Misschien is de evolutie zelfs nog wel veel vaker op ditzelfde idee gekomen.

Tot nog toe beschouwden taxonomen de korstmossen als een verhaal apart, maar die zienswijze moet op de helling. Het zijn eigenlijk gewone schimmels, zo blijkt uit een vergelijking van tien korstmosvormende schimmels met 65 gewone schimmels. De beide groepen bleken biochemisch gezien nauw verwant te zijn. In het DNA dat zorgt voor de aanmaak van de ribosomen, de eiwitfabriekjes van de cel, bleek grote verwantschap te bestaan.

98 procent van alle korstmosvormende schimmels behoort tot de Ascomyceten, de rest hoort tot de Basidiomyceten.

Binnen de Ascomyceten is de gewoonte om korstmossen te vormen zeker tweemaal ontstaan en bij de Basidiomyceten zelfs driemaal. Korstmosvorming en het tegenovergestelde proces, waarbij de schimmel zich weer uit het samnewerkingsverband losmaakt, zijn in de loop der evolutie voortdurend opgetreden. Taxonomen vermoedden dat al langer, het is nu ook op moleculair niveau bewezen. (New Scientist 17 juni)