Harde perswet verenigt de Egyptische media

De aanvaarding van een harde nieuwe perswet in Egypte heeft ongebruikelijk veel protest losgemaakt. Maar de regering begint nu in te binden.

Onder zware druk van een zeldzaam verenigde pers heeft de Egyptische president Hosni Mubarak gisteren alsnog enige afstand genomen van een nieuwe, restrictieve perswet. Toepassing van de wet, die eind mei in een versnelde procedure door het parlement werd aangenomen en direct door Mubarak werd getekend, wordt beperkt hangende bestudering van de tekst door het gezaghebbende Hoge Constitutionele Hof. Voorts komt er binnen drie maanden een nieuwe, algemene perswet, zo beloofde de president in een bijeenkomst met de voorzitter van de journalistenvereniging, Ibrahim Nafei. Op die manier kan de regering af van de meest betwiste artikelen in de oude wet, zonder het vernederende gezichtsverlies van daadwerkelijke herroeping.

Vijf jaar gevangenis en zware boetes belooft de gewraakte perswet de journalist die door zijn publikaties de staat, overheidsfunctionarissen of de economie schade toebrengt. De delicten zijn vaag omschreven, waardoor bijna alle kritiek op de overheid strafbaar wordt. Een beschuldigde journalist kan bovendien onmiddellijk worden opgepakt en in voorarrest worden genomen tot de rechtbank zich over zijn zaak buigt. Tot dusverre was de maximumstraf drie maanden en een lichte boete, en was er geen sprake van voorarrest.

Een alomvattende aanval op de vrijheid van meningsuiting vonden de journalisten Wet nr. 93, “terrorisme van de zijde van de regering”. 'Dag democratie in Egypte', schreeuwden krantekoppen. Tijdens een massaal bezochte vergadering kondigde de Egyptische journalistenvereniging tien dagen geleden voor komende zaterdag een staking aan. Geen krant zou dan uitkomen, was het plan, tenzij de autoriteiten de wet introkken. Of dat na de terugtrekkende bewegingen van Mubarak nog doorgaat, was vandaag nog niet duidelijk.

De Egyptische media hebben onder president Hosni Mubarak een voor Middenoosterse verhoudingen aanzienlijke vrijheid leren kennen. Onder Nasser en Sadat werden journalisten naar willekeur opgepakt en vastgezet, maar na de moord op Sadat in 1981 beloofde zijn opvolger Mubarak een democratisering en ten aanzien van de pers maakte hij zijn belofte waar.

De 'nationale pers' - de semi-officiële kranten Al-Ahram, Al-Akhbar, het weekblad Rose al-Yousef - wordt geacht min of meer de lijn van de overheid te volgen. Rose el-Yousef kan zich wat meer veroorloven dan de kranten, het Engelstalige Al-Ahram Weekly heeft nog meer armslag: zijn bereik is door de taaldrempel klein. Maar de oppositiekranten hebben veel ruimte. Kranten als Al-Wafd, van de gelijknamige oppositiepartij, en Al-Shaab, van de met de verboden Moslimbroederschap gelieerde Sociale Arbeiderspartij, en andere leven van de schandalen die ze aan de kaak stellen. Generaals verkopen wapens aan moslim-extremisten die ze geacht worden te bestrijden, hoge ambtenaren verrijken zich, kabinetsleden bevoordelen hun familieleden? Het komt in de krant.

Volgens Said Sobki, correspondent in Nederland van Al-Wafd, en zijn bezoekende collega George Fahim Matta waren die corruptieschandalen een belangrijke reden voor de regering om in de tegenaanval te gaan. Zeker nu privatisering van veel staatsondernemingen eraan komt, in overeenstemming met de eisen van het IMF: “Een grote kans voor een bloeiende corruptie”, aldus Matta. Daarnaast naderen de algemene verkiezingen van oktober en begint de activiteit van een zoon van Mubarak onwelkome aandacht van de pers te trekken.

Tegelijk signaleren zij verwarring bij de regering: “Mubarak verliest zijn voeling met de werkelijkheid”, onder andere omdat hij door zijn omgeving te veel wordt afgeschermd. Op deze wijze heeft hij veel gezag verloren toen hij zonder succes Israel probeerde te dwingen tot toetreding tot het nucleaire Non-proliferatieverdrag. Matta en Sobki wijzen ook op Mubaraks aanvankelijke verdediging van de perswet, die onder hoongelach is ontvangen: hij was een warm voorstander van de persvrijheid en de wet was geen probleem. Als journalisten zich “goed” zouden gedragen, zou de wet immers blijven “slapen”. Frankrijk, Duitsland en Engeland, zo zei hij, bezitten laster-wetten waarbij vergeleken de Egyptische soepel is.

Maar wat de verwarring bij de regering het best weerspiegelt is haar falen de reactie te voorzien. Na even te hebben geaarzeld schaarde ook de pro-regeringspers zich ongekend enthousiast achter de oppositie. De 'nationale kranten' wijdden hele pagina's aan aanvallen op de perswet; zelfs Ibrahim Nafei, hoofdredacteur van Al-Ahram en een vertrouweling van Mubarak, keerde zich tegen de regering. Bovendien is er een brede beweging onder andere beroepsgroepen - de advocaten, de artsen, de ingenieurs - op gang gekomen om de pers te steunen.

“Alle historische ontwikkelingen hebben bewezen dat arsenalen restrictieve wetten ontoereikend zijn om monden te muilkorven, vrijheden in te perken, gedachten tegen te houden, standpunten te verbergen en hoop weg te nemen”, schreef de adjunct-hoofdredacteur van Al-Ahram, Salaheddin Hafez, vorige week. “Want in den beginne was er het woord, en dat blijft zo tot het eind.”