Echte biologen

Echte biologen doen tegenwoordig inderdaad ook andere zaken dan 'natte his'. Er is ook meer veranderd, daarom enkele kanttekeningen bij de 'Toppers van toen':

1. De toelating tot de universitaire studie biologie is in 1990 gewijzigd: biologie en scheikunde zijn nu de vereiste vakken in het VWO-pakket voor toelating. Alleen bij de Landbouwuniversiteit Wageningen geldt voor alle studierichtingen, dat natuur- en scheikunde wordt vereist, dus ook voor de studierichting biologie.

2. Het is volstrekt onjuist dat 'vooral uitgelote medicijnstudenten' biologie gaan studeren. Het aantal 'tweede-keuze-studenten' is slechts een kleine minderheid: In september 1994 waren er 798 studenten biologie; 697 kandidaat-studenten hadden dit als eerste keus. Er waren 281 studenten medisch biologie (bij de beide faculteiten biologie in Amsterdam); 199 kandidaat-studenten hadden dit als eerste keus.

3. Studenten kijken (gelukkig) tijdens hun studie ook steeds meer naar de perspectieven op de arbeidsmarkt. Uit de jaarlijkse NIBI-enquêtes onder biologen die één jaar eerder zijn afgestudeerd, blijkt dat de arbeidsmarktpositie voor taxonomen en ecologen zich niet erg gunstig ontwikkelt. Veel minder studenten kiezen daardoor een dergelijke richting, terwijl een steeds groter deel de meer moleculaire en cellulaire richting kiest.

4. De dreigende teloorgang van de systematiek en de ecologische richtingen in de biologie speelt zich niet allereerst in de opleidingen af, maar in het werkveld. Voor de toezeggingen o.a. in Rio over aandacht voor biodiversiteit is juist de kennis van deze groep biologen nodig. Dit wordt ook in Nederland nog slechts zeer beperkt in beleid omgezet.

5. Inderdaad komen dan vervolgens ook de opleidingsinstituten onder grote druk te staan. Al in 1993 heeft het NIBI met brede steun vanuit de hele biologie de bedreigingen van het Rijksherbarium in Leiden aangekaart. Er dreigt nog steeds dat de universiteit dit afstoot omdat deze instelling veel méér dan onderwijs doet! Dat moet daarom voor een groot deel nìet door de universiteit worden betaald, redeneert men niet geheel onterecht.

Ook andere instellingen zoals in het artikel genoemd worden in deze zin bedreigd, nu de universiteiten nieuwe bezuinigingen moeten doorvoeren. Om te voorkomen dat elke universiteit haar eigen keuzes maakt, wordt op dit moment een plan gemaakt om in Nederland dit deelgebied van de biologie in zijn nationale en internationale samenhang te bezien. Meer inzicht bij beleidsmakers moet leiden tot ruimere middelen, waardoor de expertise wordt uitgebouwd en voortgezet door jonge biologen met het oog op de toekomst van onze aarde.