De herbergiers van de 21ste eeuw; Slapen uit de muur

Creditcards en zescijferige codes verlenen toegang tot spartaans ingerichte kamers, waar een blind paard geen schade kan aanrichten. Wie op zijn tocht naar de douche de code vergeet komt zijn kamer niet meer in, maar verder is het veilig, netjes en goedkoop. Het Franse nulsterren-overnachten verovert Europa.

Ze worden schaars, de door een toegewijd echtpaar bestierde hotels waar slechts een hartelijk onthaal het leed kan verzachten van het doorgezakte bed, de niet aan de badkamermuur te bevestigen douche en de vellen op de lauwe koffie 's morgens. De exploitant van een hotel in het centrum van een dorp of stad staat voor stijgende kosten - van brandveiligheid, onderhoud, verzekeringen, belasting enzovoort - en dalende inkomsten door een sterk toenemende concurrentie in het segment van hotels met geen of maar één ster. De concurrent verrijst niet naast het aloude familiehotel, maar aan de rand van de stad - waar de grondprijs laag is en de automobilist gemakkelijk aanlegt. De luxe en het comfort, die traditioneel gepaard gaan met de overnachting in een hotel, zijn niet meer vanzelfsprekend. In het Europese hotelwezen onstaat in razend tempo een brede onderlaag van fastsleep-hotels, die uitsluitend beogen te voorzien in de behoefte aan nachtrust.

Het is niet bepaald een verrijking van de buitenwijk, wel een opvallend verschijnsel temidden van het bouwkundig ongeregeld van tuincentra, garages, kantoorflats en meubelboulevards dat steden en stadjes van lieverlede is gaan omringen: de filialen van de Formule 1-, Bastion-, Campanile- en Première Classe-ketens. Soms staan er twee of drie gebroederlijk tezamen langs de weg, op enorme billboards hun voordeligheid uitventend. Soms ook zijn ze eerst na een speurtocht via talrijke aanwijzingsborden te vinden. Maar eenmaal gearriveerd weet de geroutineerde reiziger waar ook ter wereld zich ogenblikkelijk thuis - althans, dat is de bedoeling van de snelslaapketens. Ze richten zich op klanten die het zonde vinden om per nacht honderden guldens te verslapen, terwijl de extra's die het hotel te bieden heeft toch niet aan hen zijn besteed. Vakantiegangers, maar ook werkenden aan een dichtbij gelegen bouwproject, haastige vertegenwoordigers, vrachtwagenchauffeurs, leden van een sportclub of mensen die in de buurt iets te vieren of te vergaderen hebben.

De Franse hotelketen Accor, tevens exploitant van de Novotel- en Sofitel-ketens, is de pionier van het 'low-budget-hotel', de officiële benaming van de nieuwste loot in het hotelwezen. Op 29 juni 1985 opende het eerste Formule 1-hotel te Evry, tien jaar later staan in Frankrijk alleen al 275 van deze hotels. De keten is marktleider en tevens, samen met Nuit d' Hôtel, het goedkoopst: 140 francs per nacht, exclusief ontbijt. De formule, overgewaaid uit de Verenigde Staten en door de keten vanuit Frankrijk verder in Europa verspreid, vond navolging: Première Classe opende onlangs het 125ste filiaal, maar vraagt voor een nacht negen francs meer; daar staan wel douche en wc op de kamer en een afstandsbediening voor de tv tegenover. Kleinere Franse ketens met niet-mis-te-verstane namen als B&B, Mr Bed en Quick Palace haakten in op het succes, evenals het eerdergenoemde Nuit d'Hôtel, onderdeel van Climat, en Etap van de Formule 1-groep.

Het Formule 1-hotel bij de Westfranse kustplaats La Rochelle - een willekeurig gekozen filiaal - staat pal aan de vierbaanssnelweg naar Bordeaux. De uniforme bouw van het Formule 1-hotel laat zich ook van dichtbij niet anders omschrijven dan als witte schoenendoos-architectuur, met als enige franje de langs de gevel geplaatste, wijnrode driehoekvormige luifels. Wanneer ik even voor vijven arriveer, wacht in plastic tuinmeubilair voor de deur al een zestal mensen: een tortelend jong Frans stel en twee Belgische echtparen van middelbare leeftijd.

Het Franse tweetal kan het moment van opening nauwelijks afwachten, de Belgen hebben nog geen definitieve keuze voor de plaats van overnachting gemaakt: “Ik wil eerst die kamers wel eens zien.” Dat verklaart waarom zij geen gebruik maken van hun creditcards waarmee zij buiten volautomatisch kunnen betalen om vervolgens met behulp van een door de elektronische kassier verstrekte toegangscode hun kamers te betrekken. Het jonge stel betaalt contant, blijkbaar niet beschikkend over het kaartje dat buiten de openingsuren (17u-22u) toegang biedt tot de wereld van het slapen uit de muur. Mij wordt na de transactie door een vriendelijke, in de Formule 1-huisstijl (waarin ook wijnrood domineert) geklede receptioniste een kamer toegewezen in de 'oranje sectie' op de eerste etage.

Door het in de gangen volgen van de oranje pijlen vind ik mijn kamernummer. Als ik mijn zescijferige code in het kastje naast de deur heb ingetoetst, klinkt een zachte klik: ik betreed een spartaans ingericht vertrek. Centraal staat een matras bedekt met lakens en een sprei, gelegd op een multiplex-plaat die rust op een massief voetstuk, waartegen het wijnrode tapijt is doorgetrokken. Er is geen kast, wel een op circa anderhalve meter hoogte dwars boven het hoofdeinde geplaatst eenpersoonsbed - eveneens een met een aangekleed matras belegde plaat. Aan de linkerzijde daarvan is een laddertje gemonteerd, daarachter een rail met een drietal knaapjes, rechts een diagonale, vanuit de twijfelaar te bedienen tl-buis. Ter weerszijden van het circa een vierkante meter grote venster (“Het hotel is niet aansprakelijk na de ontgrendeling van dit raam”) hangen driehoekige tafeltjes, het ene voorzien van spiegel, fonteintje, kranen, twee handdoeken en een plastic bekertje, het andere van een asbakje, een vragenlijst ('Etes-vous satisfait?'), een folder van het Formule 1-spaarsysteem waarmee hebbedingetjes zijn te winnen ('Qui dort gagne'). Hierboven prijken het inbraakbeveiligde televisietoestel, een inbouwklokje en een klein tl-buisje. Onder het raam een gevelkachel, onder de wastafel een prullenbakje en onder het tafeltje een kruk.

Na lezing van de in de kamer verspreide teksten wordt duidelijk dat momenten van onbedachtzaamheid hier meedogenloos worden bestraft. De tocht naar de wc of douche moet uiterst zorgvuldig worden ondernomen: wie zijn cijfercode vergeet kan zelfstandig zijn kamer niet meer binnen, na tien uur 's avonds ook niet met behulp van de receptioniste. Bij de douche- en wc-cabines moet worden opgelet of boven de deur een groen of rood lampje brandt. In het laatste geval is in de cabine een zelfreinigende cyclus gaande ('Système d'auto-nettoyage desinfectant expérimental'). Let er als het sein op groen staat wel op dat de deur vanbinnen wordt afgesloten, anders gaat het licht automatisch uit. Wie wil gaan zitten kan het best wc-papier in stelling brengen, want de wc ontbeert een bril. Een blind paard kan hier geen schade aanrichten - mits het geen sigaret opsteekt; in douche en wc geldt een strikt rookverbod, want de cabines zijn geheel uit polyester opgetrokken.

's Nachts besluit ik eerst na lang aarzelen voor raam dicht (weinig lawaai, maar benauwd) in plaats van raam open (langsdenderend verkeer, maar koel). In een bange droom waan ik me op een overvol schip; ik heb dorst en open met moeite een patrijspoort, waarna in korte tijd water tot aan de bovenkooi staat. Mijn medepassagiers is hetzelfde overkomen en rennen in paniek over de gang. Ik schrik wakker nog voordat het inbouwwekkertje afgaat: spitsuur op de gang. Gasten die zich, uitgerust met handdoek en zeep, om de paar minuten vergewissen of douche- of wc-cabine al vrij zijn. Ondanks de rudimentaire voorzieningen vervalt men hier blijkbaar niet tot de op de kampeerplaats gebruikelijke rijvorming voor het sanitair. Beneden, in de wijnrood formica gestoken ontvangstruimte, wordt door de receptioniste à 22 francs een vliegtuigontbijt geserveerd; het Vlaamse viertal laat zich het stokbrood met jam goed smaken, van de tortelduifjes geen spoor.

Formule 1 geldt in de hoogste regionen van de Accor-groep als een 'hotelprodukt' dat volgens verfijnde marketingtechnieken is ontwikkeld. Bert Hummel, algemeen directeur van de Formule 1- en Etap-hotels in de Benelux, leidde tot eind 1994 negen hotels van de keten in België en twee in Nederland (Groningen en Kerkrade). Uit een 'plantoetsing Formule 1-hotels in Nederland', uitgebracht door het Horeca Advies Centrum, bleek onlangs in veel provincies een schreeuwende behoefte te bestaan aan hotels in de low-budget-categorie. Het aantal drie- en meersterrenhotels groeide gestaag, maar dat met een- of geen ster en de pensions en kamerverhuurbedrijven nam almaar af. Formule 1 plande daarom in Nederland voor dit jaar de opening van nog eens zeven hotels. Twee daarvan zijn inmiddels in bedrijf: Zaandam en Waalwijk, van de laatste vond de opening de afgelopen week plaats. In Utrecht, Eindhoven, Schiedam, Oldenzaal en Delft volgen de andere. Jaarlijks komen er vervolgens in Nederland 'op strategische plaatsen' zes Formule 1-hotels bij. De groei van de keten gaat nu sneller buiten dan in Frankrijk: in de komende drie jaar verrijzen nog eens 250 hotels, naast de Benelux vooral in Scandinavië, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië en Spanje.

“Het fenomeen van het low-budget-hotel heeft een aantal waarden van de hotellerie dramatisch op losse schroeven gezet”, zet Hummel uiteen in de lounge van Novotel Rotterdam. Voordat hij bij Formule 1 kwam, was hij directeur bij Novotel. “Novotel en daarna Sofitel gingen nog uit van de wining- & dining-romantiek. Formule 1 koos voor een nuchterder benadering: zou er zoiets bestaan als een nul-sterrenmarkt? Uit onderzoek bleek dat de auberges en de hôtels de préfecture niet meer voldeden aan de eisen van hygiëne en efficiency. Er bleek een groeiende behoefte te zijn aan veilige, nette en goedkope kamers zonder poespas: geen bar, wel douche en wc in de nabijheid van de kamer.”

De naam Formule 1 werd afgeleid van de autoracerij en verwijst naar de 'spitstechnologie' die in de hotellerie werd geïntroduceerd: “Uiterste vereenvoudiging van de hotelservice”, aldus een Formule 1-persdossier. De keten “breekt met de traditionele opvattingen en werpt een nieuwe, zelfs futuristische blik op het hotelgebeuren”. Worden door sommigen de low-budget-hotels smalend als kippenhokken afgedaan, de keten wijst erop dat de know-how al meer dan eens is ingezet bij de sociale woningbouw.

Alle Formule 1-hotels worden in Franse hotelfabrieken geconstrueerd, vervolgens naar de locatie getransporteerd en binnen acht weken bedrijfsklaar gemaakt. Het geheel wordt geassembleerd uit geprefabriceerde modules, vervaardigd volgens de meest geavanceerde industriële montagebouw-technieken. Bij Formule 1 spreekt men dan ook niet van een hotel 'bouwen' maar 'plaatsen', wat niet meer inhoudt dan de aansluitingen van riool, water, telefoon en elektra tot stand brengen en breekbare en kwetsbare onderdelen aanbrengen.

Van groot belang bij de constructie van de negen vierkante meter metende kamers is de efficiency waarmee de schoonmaak kan worden verricht. Door de volstrekt uniforme inrichting van alle kamers en het spijkervaste, elementaire meubilair kunnen in een uur zes kamers worden schoongemaakt, waarvoor het personeel in een traditioneel hotel tweeëneenhalf uur nodig heeft.

Elk Formule 1-hotel werkt met een koppel 'zaakvoerders' dat in het gebouw woonachtig is. De Accor-groep werft continu nieuwe zaakvoerders van wie geen vooropleiding wordt gevraagd, wel de juiste instelling om een Formule 1-hotel te leiden: “Motivatie, autonomie, en... liefde voor de medemens”, aldus het persdossier. Na een eerste selectie worden kandidaat-zaakvoerders opgeroepen voor een selectiedag in Parijs. Hier wordt bekeken of het koppel kan worden toegelaten tot de F1-Academie in Evry - naar analogie van de Mc Donald's-Academie van de hamburgerketen. In acht weken tijd worden de koppels in Evry onderricht inzake techniek, handel, beheer en persoonlijke bejegening. Volgt een stage bij een Formule 1-hotel en lessen in informatica en management. Zijn de kandidaten geslaagd, dan wordt van ze verwacht dat zij niet alleen een hotel kunnen drijven, maar ook kunnen optreden als 'goed huisvader' alsmede 'ambassadeurs van het merk Formule 1'.

De Accor-groep helpt deze 'herbergiers van de 21ste eeuw' bij de oprichting van een vennootschap, daarna moeten zij op eigen benen staan; hun bezoldiging is geheel afhankelijk van de bereikte omzet. Formule 1 kent geen werknemers maar 'partners', die hun eigen personeel werven en zelf inkopen doen. Wat zij niet in de hand hebben is de prijsbepaling van de kamers; die wordt voor alle hotels centraal geregeld, er zijn geen speciale seizoensprijzen of condities en vaste klanten, personeel van de keten en hun familieleden krijgen geen kortingen. Het centrale gezag waakt hierover per intern computernetwerk, waardoor de exploitatierekeningen van alle filialen volautomatisch worden bijgehouden.

“Wij zijn de Chinezen van de hotellerie”, zegt Bert Hummel, “omdat bij ons veel mensen komen die zelden of nooit in een hotel hebben geslapen. Wij zien steeds meer zakenmensen, die niet meer stiekem om zich heen kijken voordat zij binnen gaan. De hotelwereld is in rep en roer, want aan luxe hotels is een overcapaciteit. Terwijl wij een bezettingsgraad halen van 75 à 90 procent. Oom en tante slapen niet meer op het luchtbed in de zitkamer, die Oostenrijkse fanfare logeert niet meer bij de leden van de plaatselijke muziekkapel thuis, maar ze komen bij ons.”

Blijft het bezwaar dat de voorgenomen uitbreiding van Formule 1-hotels in Nederland het landschap straks op tientallen plaatsen langs de snelweg voor tenminste veertig jaar (de periode waarin een hotel van de keten wordt afgeschreven) bepaalt - zo niet ontsiert. “Maar”, zegt Leonard van Veldhoven, voormalig architect en oprichter/directeur van de Bastion-keten, “het is beter dat dit soort hotels langs de buitenrand van de stad staat, dan dat zij binnensteden vermorzelen.” Formule 1 heeft naast AC, Postiljon, Campanile en Van der Valk, het meest te duchten van Bastion, weliswaar gedecoreerd met drie sterren, maar nog altijd vriendelijk geprijsd (gemiddeld ƒ 79,50 in het weekeinde en ƒ 99,50 doordeweeks).

In nog geen tien jaar zette Bastion meer dan dertig filialen langs de Nederlandse snelwegen. Wat begon als een onzeker bestaan groeide uit tot de droom van de zelfstandige ondernemer. Van Veldhoven, thans eigenaar van de grootste driesterrenketen in Nederland, verwacht binnen vijf jaar een verdubbeling van zijn hotelbestand; alle filialen in Nederland, België en het Duitse Roer- en Rijnlandgebied zijn gebouwd volgens het blokkendoosmodel van het eerste uur. Van verzadiging is volgens Van Veldhoven in deze markt voorlopig geen sprake, zeker nu het vakantiepatroon verandert van één grote reis naar twee of drie kleinere per jaar. Over de aanmaak van nieuwe slaapvoorzieningen maakt hij zich geen zorgen. Ook een Bastionhotel prijkt, dankzij de geprefabriceerde onderdelen, binnen luttele weken langs de snelweg. Hij erkent weliswaar met zijn keten het Nederlandse antwoord te vormen op de Franse expansie, toch onderscheidt Bastion zich wezenlijk van de Formule 1-achtigen. “Wij zijn een economy-, zij een low-budget-hotel. Toen ik voor het eerst in een Formule 1-hotel logeerde, dacht ik: dit is een fantastisch, revolutionair concept. Maar ik zag me ook, voor het eerst sinds m'n studententijd, genoodzaakt in de wastafel te plassen. Zij zijn in feite een tent-vervangende accommodatie.”