Componist treedt zelf onverwachts op; Ontroerend Kurtág-concert

Concert: Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner en Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, werken van György Kurtàg. Gehoord: 21/6 Concertgebouw Amsterdam.

Wat een emoties gisteravond op het laatste, geheel aan György Kurtág gewijde Holland Festival-concert in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw: ontroering op ontroering, maar ook wanhoop.

Allereerst is er de ontroering, die werd opgewekt door het optreden van György en Martha Kurtág zelf. Dat is pas in een zeer laat stadium aan het programma toegevoegd. Zij speelden een selectie uit Játékok (Spelletjes), Kurtágs muzikale dagboek waaraan hij sinds 1973 werkt. Játékok bevat flarden Webern en Debussy met, net als in Bartóks Mikrokosmos, Hongaarse volksmuziek en zachte carillonklanken. Wat mij het meest ontroerde was Kurtágs quatre mains-visie op de Sinfonia uit Bachs beroemde cantate Actus tragicus.

Bij Bach is het een opvallend intieme zetting voor twee blokfluiten, twee gamba's en continuo, waarin Bach de dood behandelt, zowel vanuit de wet als vanuit het Evangelie; het is een soort achttiende eeuwse Kurtág-muziek. Van deze tedere, ingehouden droefenis, die meer beschouwing is dan klacht, wist Kurtág een meesterlijk interpretatie te geven.

De sfeer van dit werk herinnerde ook aan Achmatova's De Kruisiging, het door Kurtág zo wonderlijk mooi getoonzette gedicht waarin niet het gejammer rond het kruis centraal staat, maar de zwijgende moeder waar de anderen zelfs niet naar durven kijken. Achmatova's zetting vormt een onderdeel van Kurtágs cyclus Liederen van wanhoop en verdriet voor dubbel koor en enkele instrumenten die woensdag een mislukte wereldpremière beleefde.

Want hoe prachtig het stemmenmateriaal van Gardiners Monteverdi Choir ook is, niet onverhuld bleef dat niet alles even zeker klonk. Men was veel te laat begonnen met repeteren, zodat het markante deel dat aan Achmatova voorafgaat moest komen te vervallen. Dit gedicht van Mandelstamm vormt het meest expressionistische kerndeel uit de cyclus: “Ik glibber in een kuil vol wrattig duister, struikelend eet ik dode lucht en kraaien stuiven in een koortsvlaag naar de hemel.” Zo zal de componist zich ongetwijfeld gevoeld hebben en hij reageerde dan ook veel afstandelijker op deze gemutileerde uitvoering, dan op die van Samuel Beckett What is the word. Reinbert de Leeuw werd door de componist bijkans doodgeknuffeld.

De liederencyclus naar Russische dichters (in 1980 begonnen onder de werktitel Vijf Russische koren opus 18, het zouden er zes worden) laat het duidelijkst verwantschap horen met György Ligeti, zijn bevriende collega met wie hij samen in Hongarije studeerde. Ze zou eigenlijk geprogrammeerd moeten worden tussen zestiende-eeuwse Italiaanse madrigalen en Bulgaarse volksmuziek. Wel is het later toegevoegde deel met zijn accenten in piano, harmoniums, buisklokken en gongs meer typerend voor Kurtág. Dat komt doordat het meer ingehouden is van toon en uitgedund: het licht dooft, zoals bij de autistische (echte) Kurtág. Alleen de droefenis van die zeurderig penetrante harmoniums zou Ligeti nooit zo componeren. Volgens mij is de kwarttoonsstemming van de twee piano's in Lebenslauf op. 32 niets anders dan een poging om de piano te laten klinken als zo'n onbestemd weemoedige trapmachine.

De Beckett-fantasie What is the word was, met zijn versplinterende, machteloos gebroken expressiviteit, aan het eind van de avond weer zo'n ontroerend hoogtepunt. Frans de Ruiter, voorzitter van de European Festivals Association, voegde daar na afloop nog enkele gesproken woorden aan toe, toen hij Kurtág namens de associatie de Denis de Rougemont Prijs uitreikte, een bedrag van 10.000 Zwitserse francs. De componist reageerde wat onhandig, want een typische empereur is Kurtág niet. Zijn werk vormt één groot vraagteken, vrijwel elke compositie is niet aan een afronding toe, blijft een open proces en moet ook elke keer weer bevochten worden. Jammer dat Gardiner dit niet heeft begrepen. Ik ben een fan van deze dirigent, maar Kurtág kan voortaan beter werken met èchte specialisten.

Tijdens het Orlando Festival (9-23 juli) in Kerkrade wordt, deels in aanwezigheid van de componist, het gehele kamermuziekoeuvre van Kurtág uitgevoerd.