Commissie adviseert afwijzend over mest naar India

De Adviescommissie Mestverwerking heeft aan minister Van Aartsen van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij geadviseerd geen geld meer beschikbaar te stellen voor verdere studies naar de haalbaarheid van mestexport naar India. Het Scheveningse bedrijf Seaswan had daarvoor plannen ontwikkeld en van het ministerie een subsidie ontvangen voor een pré-haalbaarheidsstudie.

De commissie is bang dat olierestanten uit de olietankers waarin de vloeibare mest vervoerd wordt, milieuvervuilende gevolgen hebben als de mest vervolgens in de zon gedroogd wordt. Ook vreest men dat het personeel gezondheidsrisico's loopt door de emissie van gasvormige componenten uit mest en olie. Verder vindt de commissie de milieu- en mensvriendelijkheid van zondroging “zeer twijfelachtig” en vindt zij dat er onvoldoende proeven genomen zijn om de emissie van ammoniak, benzeen en geurstoffen te beperken. Tenslotte heeft de commissie “zeer grote twijfels over een positieve reactie van de Indiase regering ten aanzien van de acceptatie van import van vergiste mest uit Nederland”.

Directeur H. Prins van Seaswan heeft kritiek op het advies: “Omdat de tankers ruwe olie vervoeren kan er nooit benzeen vrijkomen. Dat is pas mogelijk nadat de olie gekraakt is. Verder waren er - in overleg met de commissie - in deze fase van het onderzoek helemaal geen proeven gepland.' Prins gaat er vanuit dat hij niet meer op steun van de overheid hoeft te rekenen, omdat het ministerie de adviezen gewoonlijk overneemt. Desalniettemin wil hij met zijn project doorgaan waarbij hij zich behalve op India ook op andere landen zal richten.