'C'est la femme qui fait parfumer le parfum'

Per dag verdampen er in de wereld honderden liters reukwater van zijn hand: Vétiver, Nahéma, Chant d'Aromes, Jardins des Bagatelles, Chamade, Habit Rouge, Samsara. Jean Paul Guerlain is Roi des Parfums van Frankrijk. Voor het gelijknamige familiebedrijf maakt hij al bijna een halve eeuw parfums en zijn nieuwe Héritage pour Homme zal niet de laatste zijn.

Heel mondain Parijs is in het Bois de Boulogne aanwezig bij de introductie van 'Héritage'. Grijnzend neemt Jean Paul Guerlain de loftuitingen op zijn nieuwe geur in ontvangst. In zijn katoenen kaki-pak en lichtblauwe hemd heeft hij iets van een Italiaanse graaf. Dan onttrekt hij zich aan het feestgedruis om bij zijn fraaie oude Mercedes-cabriolet te gaan telefoneren.

Later spreek ik hem in Amsterdam. Nu heeft hij iets van een oudere jongere, met zijn ruige jack en motorhelm. “Ik houd ervan om met mijn neus in de wind te zijn en rijd graag motor”, zegt hij. “Alleen erger ik me aan de friterieën langs de weg. Ik ruik ze op tweehonderd meter afstand, ze verstoren de geur van de campagne. Door op m'n motor of in die cabriolet te rijden houd ik m'n neus wakker en wordt m'n reukvermogen geprikkeld.”

Volgens Guerlain is er een relatie tussen de manier waarop mensen zich voeden en parfumeren. “De Amerikaan propt zich vol met hamburgers en drinkt Cola. De Fransen drinken als het even kan Chambertin en voeden zich met een keuken die heel wat geraffineerder is. Italianen hebben een groot smaakgevoel, een interessante keuken en net als de Spanjaarden hebben ze gevoel voor parfums. Amerikaanse geuren zijn zonder poëzie en daar gaat het nu juist om bij parfum. In Amerika zijn geursuccessen op advertenties gebaseerd. Stopt de reclame, dan verdwijnt de geur. Amerikaanse geuren zijn vaak agressief. Klassiekers heeft Amerika nog niet voortgebracht.”

Mode-ontwerpers, kunstenaars en beroemdheden uit de film-, kunst- en sportwereld hebben de afgelopen decennia, en niet alleen in Amerika, hun naam aan nieuwe geuren gegeven. Bij deze miljoenen dollars slurpende lanceringen is hun invloed meestal beperkt tot het uitspreken van een 'geurrichting' of het aangeven een sfeerbeeld, bijvoorbeeld met een fotocollage. De vervaardiging van de geur wordt overgelaten aan een geur- en smaakstoffabrikant. Zo kreeg de New Yorkse parfumeur Carlos Benaïm van International Flavours & Fragrances voor de creatie van Eternity for Men van Calvin Klein twee foto's van de fotograaf Bruce Weber: één van een strand, de andere van een vader die zijn zoontje tegen zich aandrukt. Beide foto's werden getypeerd met één woord, respectievelijk 'wow' en 'nuzzle', om blijheid en een gevoel van geborgenheid mee uit te drukken.

In Eternity overheerst een sterk ruikend harsachtig element. Dit ozonachtige synthetische bestanddeel (in de natuur galbanum geheten) haalt de mystiek uit een geur maar zorgt voor een krachtig fris en direct karakter. Voor de fijngevoeliger neus houdt deze ozon-noot het midden tussen limonadesiroop en zonnebrandcrème, maar desondanks duikt het voortdurend op in commercieel geslaagde geuren. De niets ontziende geur Cool Water is er een goed voorbeeld van. 'Horizontale' of 'statische' geuren worden het genoemd. Van begin tot eind ruiken ze hetzelfde, ze zijn zeer herkenbaar, meestal puur synthetisch en missen de klassieke opbouw waarbij het parfum een kopnoot, een hart en een slotaccoord bezit.

Haaks op deze trend staan de produkten van Guerlain. Zelf omschrijft de parfumeur zijn verticale geuren als levende parfums. Eenmaal op de huid gesprenkeld, ontwikkelen ze zich langzamer en het duurt even voordat het parfum zijn ziel prijs geeft. Ook ruiken deze geuren niet bij iedereen hetzelfde. “C'est la femme qui fait parfumer le parfum”, stelt Guerlain. Ook het creatieve proces heeft bij Guerlain weinig te maken met de tegenwoordig gebruikelijke gang van zaken. “Denk eraan dat je parfums creëert voor de vrouw met wie je leeft.” Dat was een van de eerste dingen die zijn grootvader tegen hem zei toen hij op zijn veertiende begon. “Daar heb ik me bijna altijd aan gehouden. Alleen 'Nahema' heb ik gemaakt voor een vrouw met wie ik niet heb samengeleefd: Catherine Deneuve. Ik heb haar nooit ontmoet, maar denkend aan haar zoals ik haar zag in de film Benjamin, heb ik die geur ontwikkeld. Zelf ben ik er erg op gesteld maar hij wordt matig verkocht, er zit veel roos in.

“Alle parfums, ook mijn mannengeuren, zijn verbonden aan een bepaalde vrouw. Ik leef nu zeven jaar met Madame Samsara, een beeldschone Engelse, en ik ben alweer bezig aan een volgend parfum. Een geur heb ik in mijn hoofd, ik weet zelfs hoe het gaat ruiken, maar het probleem is om hem in de fles te krijgen. De moeilijkheid is te vergelijken met die van een kunstschilder of een componist. Zij hebben echter een voordeel. De schilder heeft z'n palet, tubes en penseel. De componist heeft zijn piano en kan zijn compositie terughoren. Wij neuzen kunnen dat niet, onze verbeelding wordt nog meer op de proef gesteld.”

Mede dankzij het niet onaanzienlijke familievermogen lijdt Jean Paul Guerlain niet onder de tijdsdruk waarmee de grote geurfabrikanten en hun duur betaalde neuzen worden geconfronteerd. Jaren verstrijken zonder de komst van een nieuw parfum. “Een goed parfum is tijdloos en is niet overhevig aan mode. Het beste bewijs daarvoor is dat de grote parfums uit de jaren twinig, zoals Chanel 5, Mitsouko en Shalimar, nog steeds worden gewaardeerd.” Stille kracht achter de geuren van Guerlain zijn volgens Jean Paul de tientallen reizen. “Reizen is essentieel voor een parfumeur. Ik ga veel op pad, zoek in Egypte naar de beste jasmijn, ga naar Tunesië voor oranjebloesem.” Als een ingrediënt in de natuur voorkomt wordt dat bij Guerlain verkozen boven de synthetische. “Vandaar mijn tochten naar de uithoeken van de wereld om de beste natuurlijke materialen te bemachtigen. Net als een goede kok wil ik zelf mijn ingrediënten bij elkaar zoeken. Een parfumeur die zich opsluit in z'n laboratorium zit in een kooi. Die verliest de link met zijn bron, de buitenwereld. De grootste handicap van een parfumeur is een chemicus te zijn. Daar zijn er helaas teveel van. Chemie is van geen enkel belang.”

Ook uit India haalt Guerlain jasmijn. Omdat een kilo jasmijn in Grasse zo'n 150.000 francs kost zijn er in India speciaal voor de vervaardiging van Samsara jasmijnplantages aangelegd. Het goedkopere alternatief, Marokkaanse jasmijn, acht het huis onwaardig.

Zoals er in de traditionele Franse keuken altijd een pot pruttelt die de basis vormt voor allerlei sauzen, zo heeft Guerlain een 'basis-jus' die in veel parfums verscholen ligt. Belangrijk ingrediënt voor deze tot Guerlinade gedoopte melange is bergamot waarvan die uit Calabrië volgens Guerlain de beste is. Andere bestanddelen zijn de meiroos, vanille (dat bekend staat als een afrodisiacum) en de krachtig ruikende en prijzige iriswortel. In Toscane groeit de eerste kwaliteit iriswortel; deze moet drie jaar drogen voordat hij kan worden verwerkt. Een weinig kostbare variant voor de iriswortel is door vrouwen in de Soedan ontdekt. Daar drenkt men een jurk in de urine van een zwangere kameel om twaalf uur later te paraderen met het geurige resultaat.

Voor nootmuskaat en kaneel, belangrijke elementen in Mitsouko, reist Guerlain naar Sri Lanka. Cederhout haalt hij uit Marokko en voor het aromatische kruid patchoeli (voor 20 procent bestanddeel van Héritage) speurt en onderhandelt hij in Indonesië. Onlangs kocht Guerlain een deel van het eilandje Mayotte aan de monding van het kanaal van Mozambique. Zijn grootvader had hier al plantages van ylang ylang bloemen. Het eilandje is ook de voedingsbodem van de tonkaboon die wordt verwerkt in de vrouwengeuren Shalimar en Samsara en in de mannengeuren Mouchoir de Monsieur, Vétiver en Héritage.

Voor dierlijke essences zoals muskus tast Guerlain diep in de buidel. Eén liter muskusolie kost zo'n honderdduizend gulden maar is onmisbaar om een parfum zijn poederachtig, warm en sensueel karakter te verschaffen. Ook amber is onontbeerlijk voor een parfum als Mitsouko. Deze vettige stof uit de darm van de potvis wordt op zee of aan het strand gevonden en heeft een kiloprijs van rond de veertig mille. Vroeger werd het als specerij en geneesmiddel gebruikt. Volgens Guerlain zou Casanova amber in poedervorm door zijn chocolade hebben geroerd om z'n mannetje te kunnen blijven staan. Amber geldt als de crème fraîche van de parfumerie: het zorgt ervoor dat de verschillende ingrediënten met elkaar verbonden worden en draagt bij aan de kracht van het parfum.

Ook minder smakelijke ingrediënten maken deel uit van Guerlains geuren. In Shalimar en Jicky zit een vleugje civet: een vettige afscheiding rond de anus van een in Ethiopië levende wilde kat. Om iets van deze stof te bemachtigen is een spateltje het geijkte gereedschap. In pure vorm heeft deze geur een effect waar geen stinkbom tegenop kan, maar in samenhang geeft dit geurelement een onvervangbaar spannend toefje. “We mengen de dingen en weten niet wat er gebeurt. Ik werk nu al vijftig jaar in de parfumerie en ik begin het eigenlijk nu pas een beetje te begrijpen.”

Guerlain is onlangs gedeeltelijk eigendom geworden van het Franse luxe concern LVMH (Louis Vuitton, Moët, Hennesy) van Bernard Arnault. Arnault zegt niet de aan traditionele werkwijze van het parfumhuis te willen sleutelen, maar deze uitlating past nauwelijks in zijn streven naar hogere volumes en groeiende omzetten. Wat zal Guerlain zijn zonder Jean Paul? “Er zal een ander zijn. Ik nam het van mijn grootvader over, en ik ben nu ook in de weer met mijn kleinzoon. Hij heeft een goede neus. Mijn zoon kon ook uitstekend ruiken maar die is advocaat geworden, de imbeciel.”

Les rois des parfums

In 1828 opent Pierre-François-Pascal Guerlain in de rue de Rivoli in Parijs zijn eerste parfumerie. In deze winkel verkoopt hij reukwaters, pommades en poeders. Met zijn eerste zelf gedistilleerde geuren weet Pierre-François een Guerlain-clientèle op te bouwen. In het midden van de jaren dertig maakt hij dagelijks geuren op bestelling. Honoré de Balzac vraagt hem een geur te maken voordat hij begint aan het schrijven van de roman César Birotteau. Als gevolg van zijn florerende nering verplaatst Guerlain zijn winkel in 1840 naar de modieuze rue de la Paix. Hier groeit zijn zaak uit tot een internationaal adres waar Prinses von Metternich, de Prince of Wales en Tsaar Ferdinand van Bulgarije hun inkoopjes komen doen. Op verzoek van keizerin Eugénie creëert Pierre-François in 1853 zijn Eau Impériale en wordt hij officieel leverancier van het keizerlijk hof.

Aan het einde van de vorige eeuw vertrekt Guerlains zoon Aimé voor zijn studie naar Engeland en wordt daar verliefd op de Engelse Jicky. Als hij terugkeert naar Parijs mag zijn geliefde niet mee; door liefdesverdriet geplaagd maakt hij in 1889 een parfum dat hij haar naam geeft.

De semi-oosterse aromatische geur Jicky is het oudste parfum dat nu nog tekoop is. Ook enkele klassiekers van Jacques Guerlain als Mitsouko (1919), Shalimar (1925) en Vol de Nuit (1933) zijn geïnspireerd op liefdes met een tragische afloop.

Aanvankelijk heeft Guerlain enige concurrentie van oude rotten in het vak zoals Jean Patou, Houbigant en Coty, later raken ook de voorlopers van de haute couturegeuren van Chanel en Dior in zwang. Pas in de jaren vijftig en zestig van deze eeuw krijgt de firma te maken met een wereldwijde groei aan geuren, maar dankzij het zakelijke en creatieve talent van de familie Guerlain weet het huis zich staande te houden en laat het zich niet verleiden tot snelle lanceringen.

    • Yvo van Regteren Altena