Buitensporig muzieklawaai bedreigt volksgezondheid

Ketellappersdoofheid heette het een eeuw geleden; dat hoorde er nu eenmaal bij, net als later cirkelzaagdoofheid. Leek minder erg dan stoflongen of een bouwvakkersrug. Totdat het risico van industrieel gehoorverlies erkend werd als iets dat voorkomen diende te worden. Wie in een fabriekshal, op een luchthaven, werf of bouwplaats aan excessief geluid wordt blootgesteld, moet tegenwoordig oorbeschermers dragen. Naast helm, gasmasker, veiligheidsgordel en dergelijke hoort adequate bescherming tegen deze minder opvallende risico's op invaliditeit er tegenwoordig bij.

Is dit risico in het bedrijfsleven tot aanvaardbare proporties teruggebracht, het bedreigt helaas al jaren in toenemende mate een veel grotere bevolkingsgroep, te weten eenieder die naar veel te luide muziek luistert. Minister Borst (volksgezondheid) laat een onderzoek instellen naar de schade aan het gehoor die langdurige blootstelling aan harde muziek veroorzaakt. Beroepsmusici weten dit al lang. Die praten er niet graag over; intussen kennen ze de risico's van fortissimo's maar al te goed. Zit je in een vol bezet orkest vóór het koper, dan kun je voor je het weet blijvende gehoorbeschadiging oplopen.

Sinds enkele jaren dreigt de schijnbaar onbegrensde mogelijkheid van elektronische geluidsversterking een reëel gevaar voor grotere bevolkingsgroepen te worden. De volumeknop van de stereotoren thuis of de walkman buiten geeft desgewenst een geluidsvermogen tot ver boven de pijngrens (en vaker nog boven de irritatiegrens van anderen). Vaak treedt gewenning op, maar het gehoor gaat wel achteruit. In deze gevallen beslis je nog zelf, maar in disco's of bij popconcerten bepaalt een ander dat, blijkbaar iemand die veronderstelt dat het genoegen recht evenredig is aan de geluidssterkte.

Bij houseparty's heerst eerst recht ongelimiteerd de terreur van de versterker. Recent onderzoek heeft daar tot 130 à 140 decibel gemeten; bij een dergelijke totaal onverantwoorde sterkte kan zelfs korte blootstelling al onherstelbare gevolgen hebben. Dit alles is niet langer af te doen met “Ze moeten het zelf maar weten”, want ze weten het zelf niet, maar de samenleving zit er straks wel mee opgescheept.

Waarmee? Is het dan zo erg? Zijn er voor gehoorgestoorden dan geen hooraparaten, perfect van functie, kleiner dan een bril, bijna net zo onzichtbaar als contactlenzen? Is blijvende invaliditeit niet een overdreven term? Nee, dat is het niet, en een hoorapparaat helpt dan weinig of niets. Er is namelijk bij dit soort beschadiging geen sprake van geleidingsdoofheid van het middenoor, die gewoonlijk wel gecompenseerd kan worden, maar van een zogenaamde perceptiedoofheid van het binnenoor. De cochlea, het slakkenhuis wordt voor bepaalde frequenties simpelweg verwoest, en daar valt dan niets meer aan te versterken of te repareren.

Valt de perceptie - zelfs maar ten dele - weg, dan is het hele waarnemingsspectrum gestoord. Het meest kwetsbare frequentiegebied ligt rond de 4000 Herz, essentieel voor onder meer goed spraakverstaan. Niet enkel muziekperceptie, maar het hele communicatieve vermogen van de persoon in kwestie wordt zodoende verminkt. Wie een dergelijke gehoorbeschadiging oploopt, is daarmee niet alleen ongeschikt geworden voor allerlei beroepen waarvoor goed horen essentieel is, maar is bovendien voor de rest van het leven communicatief gezien invalide.

Omdat er herhaaldelijk een verontrustende toename van dit soort invaliditeit wordt geconstateerd, waarop dan bovendien nog vaak geringschattend gereageerd wordt, achten wij een ernstige waarschuwing op zijn plaats. Naast alcohol en drugs kan ook geluid zeer gevaarlijk zijn. Er dient betere voorlichting te komen, vooral aan jonge mensen. Daarenboven zou een verbod op het versterken van geluid boven een ongevaarlijk en voor iedereen aanvaardbaar niveau bij de goede zorg voor de volksgezondheid moeten horen. Bovendien zou daardoor het luisteren naar muziek aangenamer worden.