Buigende honden voorkomen misverstanden

Typische spelsignalen bij dieren vormen een terrein dat nog grotendeels braak ligt voor onderzoek. Een creatieve hond kan zijn verzorger of soortgenoten op heel wat manieren uitnodigen tot spelen. Maar één element komt in zo'n uitnodiging vaak terug: de 'buiging'. Het is een sterk geritualiseerde en vormvaste handeling die vrijwel alleen in spelverband voorkomt. Het dier brengt het voorste deel van het lichaam naar de grond, waarbij het de voorpoten op de grond strekt. Daarbij blijft het op de achterpoten staan, kwispelt en blaft eventueel. Het is een stabiele positie waaruit het dier snel en veerkrachtig alle kanten uit kan bewegen, en de spieren kan rekken voor en tijdens spel. Bovendien brengt het dier hiermee zijn kop op een niet bedreigende manier onder die van de uitgenodigde.

Uit eerder onderzoek bleek dat honden (Canis familiaris), wolven (C. lupus) en prairiewolven (C. latrans) deze houding als speluitnodiging gebruiken, maar haar vervolgens ook tijdens het spel zelf aannemen. Dit laatste leek willekeurig plaats te vinden, zonder aantoonbaare band met onderdelen van het spelgedrag zelf. Een nieuwe, uitgebreide studie bij jonge en volwassen dieren van dezelfde soorten toont zo'n verband wel aan (Behaviour 132/5-6).

Het gedrag van hondachtigen tijdens het spel is onder te verdelen in tientallen verschillende acties. Hoofdelement is het ingehouden bijten, afgeleid van serieuze gedragscategorieën als jagen en vechten. Dat wordt vaak snel en ingehouden uitgevoerd, zonder dat de bek werkelijk gesloten wordt. Al even duidelijk onschuldig zijn vaak de schouderduw, de heupduw en het plaatsen van kin of poten op de ander. Zulk gedrag word, als het al een element van dreiging in zich heeft, zo overdreven dat de spelbedoelingen duidelijk zijn. Daarnaast zijn er elementen die bedreigender zijn voor de ander, en sterk lijken op echt vechten. 'Bijt-schudden' bijvoorbeeld: de ander bijten, de bek daarbij stevig sluiten en snel met de kop schudden, in een schijnbare poging een stuk vacht af te scheuren.

Door gestandaardiseerd ontmoetingen te arrangeren tussen steeds twee dieren die speels meewerkten is aan de universiteit van Colorado een flink aantal buigingen vastgelegd. Die bleken sterk samen te hangen met het mogelijk als werkelijk agressief overkomende 'bijt-schudden'. Het percentage aan buigingen die direct voor of na het spelonderdeel 'bijt-schudden' werden vertoond is voor honden en wolven tegen de tachtig procent; voor prairiewolven is dit zelfs meer dan negentig procent. Voor een iets groter deel gaat het hierbij om buigingen achteraf.

Van willekeurig, ongeordend vertoon van dit gedrag is dus geen sprake. Wanneer spel eenmaal op gang gekomen is dient het signaal om duidelijkheid te scheppen over gedrag dat verkeerd geïnterpreteerd kan worden door de partner en in dat geval een einde zou maken aan het speelse contact. Het gaat hierbij om 'leestekens' bij het gedrag, die tussen handelingen in geplaatst worden. Vertaald in woorden is de boodschap: 'Het is mijn bedoeling te spelen, ondanks wat ik nu ga doen of gedaan heb.'

Prairiewolven buigen in vergelijking met de twee andere soorten vaker. Dat is verklaarbaar: zeker jonge dieren gaan bij deze soort vrij agressief met elkaar om. Ze vechten relatief vaak om een plaats in de rangorde. Juist daarom zal een dier dat alleen maar wil spelen die bedoeling onmiskenbaar, haast overdreven aan moeten geven. Het heeft voor deze dieren heel wat voeten in aarde om een beoogde partner ook in de spelstemming te brengen en te overtuigen van de goede bedoelingen.

Jonge prairiewolven geven nog een andere bewijs voor nuttige toepassing van het buigsignaal. Het over de ander heen gaan staan gebruiken deze dieren, anders dan jonge wolven en honden, vaak als onderdeel van agressief vertoon van dominantie. Als jonge coyotes ditzelfde gedrag in spelverband uitvoeren, buigen ze voor en na heel wat af - ter compensatie vriendelijk en onderdanig. Bij de twee andere soorten, voor wie dit gedrag minder beladen is, gebeurt dit niet.