Brombron en vals plat

De zon heeft de kreeftskeerkring bereikt, deze rubriek sluit tot zij weer bij de evenaar staat. We ronden af met de correspondentie die zich al weken ophoopte. Wie nu geen antwoord krijgt, krijgt het misschien later. Niets uit het grote archief gaat verloren, niets is voor niets geweest.

Twee weken geleden kwamen hier de reflecties in de treinruiten van de Nederlandse Spoorwegen ter sprake. Een lezer in Groningen had opgemerkt dat het dubbelglas in de trein die hij gebruikte van een koffiebekertje niet vier nagenoeg even sterke spiegelbeelden vormde, maar drie geleidelijk wat zwakker wordende beelden en één heel zwakke: de laatste. Na wat veldwerk en een enkel telefoontje naar een beroeps-opticus is hier geconcludeerd dat de onverwacht zwakke vierde reflectie moest worden toegeschreven aan bevuiling van de buitenzijde van het buitenste raam. Wie zijn brilleglazen met vette vingers aan één zijde bevet zal vaststellen dat die zijde minder weerkaatst, ook als het de achterkant is en de spiegeling tegen de binnenkant van het glas plaats vindt. Een glas-lucht overgang spiegelt kennelijk beter dan een glas-vet overgang. De zwakke vierde reflectie werd aan de Groninger zeeklei toegeschreven.

Zoals dat gaat werd van AW-zijde het veld- en bureauwerk nog wat voortgezet nadat het onderwerp zelf al in de krant was behandeld. Daarbij werden interessante ontdekkingen gedaan.

In de eerst plaats reed de NS opeens goedgewassen moderne treinen voor, zonder een spoor van bevuiling, die toch een nagenoeg onzichtbare vierde reflectie vertoonden. Climavit, noemt dat soort glas zichzelf in een hoekje. Daarna kwam de ontdekking dat bij zeer schuin invallend licht van een voorwerp vaak vijf spiegelbeelden worden gevormd. Dan is de derde de zwakste in de rij. Tenslotte bleek dat de hier frequent geciteerde Minnaert ('De natuurkunde van 't vrije veld'), tegen de verwachting in, zich wel degelijk ook over reflecties in glas heeft uitgelaten. En hoe. Alles leek voor niets geweest.

Toen kwam er weer een telefoontje uit Groningen. 'Ik ben eruit, in nieuwe treinen laat de NS ruiten monteren die een speciale coating hebben op de buitenste glaslaag. Het heeft met de klimaatregeling van de treinen te maken.' Niks zeeklei, dus. Gewoon: Climavit. Ook een lezer in Amsterdam was dit al opgevallen. Kijk maar een naar de weerspiegeling van een koffiebekertje dat je buiten voor het raam houdt, schrijf hij. En het is waar: in dat geval ontstaat er maar één heldere reflectie (de eerste, die contact kan maken met het echte bekertje) en is de hele reeks erachter zeer lichtzwak.

Dat, anders dan twee weken geleden aannemelijk werd genoemd, toch meer dan vier reflecties zijn te vinden was een aangename verrassing, temeer daar Minnaert in zijn verhandeling over spiegelbeelden in gewoon glas meer dan één spiegeldbeeld per glasplaat al een aberratie noemt. Als een glasplaat meer dan één reflectie vertoont, schrijft hij in een uitvoerige paragraaf (die al in de eerste druk van 1937 voorkomt) dan bewijst dat dat het glas niet zuiver planparallel is. Dus: dat er onregelmatigheden zijn in het dikteverloop. Dat het is zoals ik zeg, schrijft hij, blijkt nog het duidelijkst uit de waarneming dat de afstanden tussen de spiegelbeelden voortdurend verschillen.

We moeten bedenken dat het schitterende planparallelle glas dat tegenwoordig wordt aangeboden (float-glas) pas tegen het einde van de jaren vijftig beschikbaar kwam. Minnaert baseerde zich op waarnemingen aan het bobbelige glas dat nog werd 'getrokken' (uit de glassmelt omhoog). Met wat inspanning is de fout in zijn betoog hierna wel te vinden. Van AW-zijde wordt vermoedt dat de vergissing van Minnaert, die internationaal gezag had, vooral met zijn optische waarnemingen, de verklaring is voor het feit dat in het boekje 'Science from your airplane window' ook wordt uitgegaan van maar een spiegelbeeld per glasplaat. Als Minnaert zegt dat er maar één is, dan zien we er ook maar één.

Op 1 juni ging het over stadsbrom: de heel zwakke, niet onaangename bromtoon die voldoende ver na middernacht bij windstil, droog weer als enig omgevingsgerucht overblijft. Er werden wat pogingen gedaan om de brombron te viden. Diverse lezer wezen erop dat elektrische rioolbemaling (met rioolwaterperspompen) niet werd genoemd. Daarover had juist zo'n indringend stuk in de krant gestaan. Wat ook niet was opgenomen is de brom van radio en tv. En van het aantal elektromotoren dat een gemiddeld gezin in huis heeft is misschien een onderschatting gegeven. Noemde AW een aantal tusen 15 en 20, er is literatuur die op 60 uitkomt. Een aardig tijdverdrif om ze alemaal te vinden. Denk ook aan klok en horloge, fototoestel, fax en printer.

Het stukje over hanengekraai (18/5) heeft alleen humorreacties opgeleverd, terwijl het toch zo serieus bedoeld was. Over 'kukeleku' valt kennelijk niet in ernstige termen te spreken, zelfs niet als aannemelijk wordt gemaakt dat kukeleku betekent: de haan roept en dat de haan dus 's ochtends roept: de haan roept.

De zwaartekracht-anomalie, besproken op 27 april en opnieuw op 4 mei, heeft voor een record aan brieven gezorgd. Bloedserieus allemaal, terwijl het thema - au fond - niet helemaal ernstig was bedoeld. Er kwamen nog meer voorbeelden van wegen waar auto's zonder motorkracht tegen een berg omhoog kwamen en waarnemingen aan water dat de verkeerde kant op stroomde: terug naar de bron. En de precisering dat dat de richting van de zwaartekrachtsvector natuurlijk niet schuin omhoog hoeft te zijn om de besproken effecten te bewerkstelligen. Voldoende schuin opzij kan al voldoende zijn. En er kwamen suggesties voor meetmethoden waarmee het verschil tussen een echte zwaartekrachts-anomalie en gezichtsbedrog zou zijn vast te stellen, zoals gevoelige hoogtemeters (barometers, in principe) en sextanten.

Van AW-zijde bleef de neiging groot om de hele melée aan waarnemingen en impressies toch maar gewoon als extreme gevallen van 'vals plat' af te doen. Tot de brief arriveerde van een hoogleraar uit Utrecht die bij herhaling 'veel krassere voorbeelden' had getest. Van optisch bedrog kan op een steile helling natuurlijk geen sprake zijn, noteert hij veelbelovend. De discussie is dus nog niet gesloten.