Brent Spar (1)

Jaren geleden stonden de Zweedse autoriteiten voor een dilemma. In het kader van een raketten-ontwikkelingsprogramma zou er een serie proeflanceringen plaatsvinden in Lapland. De kans dat bij terugval op aarde iemand in dit zeer dun bevolkte gebied getroffen zou worden, was uiterst klein: bijna nul, maar niet helemaal nul. Het alternatief was de bevolking in het doelgebied tijdelijk te evacueren. Aangezien dit gedeeltelijk per helikopter moest geschieden, waren de met deze operatie verbonden risico's op een persoonlijk ongeval duizenden malen groter. Toch werd voor evacuatie gekozen, omdat ingeschat werd dat een ongeval bij niet-evacueren grote repercussies in de publieke opinie met zich mee zou brengen, terwijl bij een ongeval met een helikopter men altijd zou kunnen zeggen: “We hebben ons best gedaan”.

Shell argumenteerde, op grond van een uitgebreide risico-analyse, dat afzinken van de Brent Spar veiliger is dan naar wal slepen en daar afbreken. Onafhankelijke instellingen, deels direct gebaat bij een zorgvuldige keuze, en de Britse autoriteiten steunen afzinken als de statistisch veiligste en daarom milieuvriendelijkste oplossing. Waar kennelijk niet op gerekend was, was de hoge mate van emotionaliteit waarmee de publieke opinie milieuproblemen ondergaat en waarbij niet zelden de koele rede het loodje moet leggen.

Dat Greenpeace hierop inspeelde was begrijpelijk, maar dat er tot aan ministers toe in landen als Nederland, Duitsland en Denemarken onafgewogen emotie-gedreven (of politiek gedreven?) uitspraken gedaan werden, is minder goed te begrijpen. Als illustratief voorbeeld moge de verklaring van minister De Boer dienen, die haar chauffeur de opdracht had gegeven niet meer bij Shell, maar bij (Brent Spar-partner) Esso te tanken!