Bernhard reikt vijf Zilveren Anjers uit

AMSTERDAM, 22 JUNI. Prins Bernhard heeft gisteren bij de jaarlijkse uitreiking van de Zilveren Anjers van het Prins Bernhardfonds voor het eerst sinds zijn ziekte eind vorig jaar in het openbaar een toespraak gehouden.

Ontwerper Benno Premsela kreeg een Anjer voor zijn inzet voor de kunst in Nederland. De overige Anjers werden uitgereikt aan Gerard Houben, voorzitter van de Gewichten en Maten Verzamelaarsvereniging; Marjan Sax, oprichtster van het fonds Mama Cash voor beginnende vrouwelijke ondernemers en Nico Metselaar, koster van de Sint Janskerk in Gouda en kenner van de beroemde gebrandschilderde ramen van die kerk. Het echtpaar Scholten, oprichter van het Scheveningse museum Beelden aan Zee, kreeg samen een Zilveren Anjer.

Sinds 1950 reikt prins Bernhard een paar dagen voor zijn verjaardag Zilveren Anjers uit aan mensen die zich vrijwillig en onbetaald hebben ingezet voor cultuur. De prins wordt 29 juni 84.

Prins Bernhard ging in zijn toespraak in op zijn ziekte. “Wat ik vroeger nooit kon geloven is waar”, zei hij. “Pas wanneer je gevaarlijke situaties hebt doorstaan, leer je simpele dingen waarderen. Elke dag, en zeker ook deze langste, wordt een geschenk.”

De prins zei dat zijn ziekte een stempel drukte op wat hij in zijn toespraak zei. “Tegenwoordig zet ik de ramen open en zuig mijn oude longen vol met lucht. Ik laat in mijn lectuur weer de ontroering toe. Ik geniet nu van schilderijen die ik jarenlang wel had gezien, maar niet meer had opgemerkt”, aldus de prins.

Hij beklemtoonde dat het belangrijk is om van 'simpele dingen' te genieten. “Uit goede zorgen voor de vreugde verstikken wij de vreugde soms. En juist die moeten wij overdragen. Die vreugde is belangrijker dan kennis. Het kijken, genieten en doen, gaan voor het weten.”

Sinds prins Bernhard op 21 maart uit het ziekenhuis werd ontslagen, is hij één keer in het openbaar verschenen, op Bevrijdingsdag in Wageningen. Hij nam toen een militair defilé af, maar hield geen toespraak.