BAe geeft strijd om overname VSEL op

British Aerospace (BAe) heeft gisteren bekendgemaakt de strijd om de marinewerf VSEL (Vickers Shipbuilding & Engineering Limited) op te geven. Het concern liet weten het onverantwoord te vinden het bod van 835 miljoen pond (21,50 pond per aandeel met een totaalwaarde van omgerekend 2,08 miljard gulden) van concurrent General Electric Company plc (GEC), eveneens een Britse onderneming, te evenaren of te overtreffen. British Aerospace had een veel lager bod (16 pond) uitgebracht.

VSEL wordt door zowel BAe als GEC - beide concerns hebben al scheepsbouwactiviteiten - vooral aantrekkelijk geacht omdat de winstgevende staatsmarinewerf financieel sterk staat met 300 miljoen pond aan kasmiddelen en bovendien voor de komende jaren beschikt over kapitale nieuwbouwopdrachten, onder meer voor de bouw van Trident-kernonderzeeboten voor de Britse marine. Zo beschikt VSEL over een contract ter waarde van 2,5 miljard pond voor de bouw van een nieuwe klasse van vijf 'Trafalgar' nucleaire onderzeeboten en een contract van 500 miljoen pond voor landingsvaartuigen. De enig overgebleven bieder (GEC) is al eigenaar van de Schotse (aan de Clyde) gelegen Yarrow-scheepswerf die fregatten bouwt voor de Britse marine. GEC is van plan VSEL onder te brengen bij zijn divisie GEC-Marconi Naval Systems, waartoe de Yarrow Shipbuilders behoort.

Toen GEC eind vorig jaar zijn belangstelling voor VSEL liet blijken, leken de kansen voor GEC geringer dan die van BAe omdat de overheid eerder had laten blijken geen voorstander te zijn van het samenbrengen van de belangrijkste marinewerven onder één eigenaar.