Amsterdamse kabel (1)

In NRC Handelsblad van 12 juni betoogde Roel van Duijn dat het Amsterdamse kabeltelevisienet door de gemeente voor een habbekrats wordt verkocht. Volgens Van Duijn heeft de koper, het consortium A2000, 'goed gerekend' bij het maken van deze investering. Dit laatste mag waar zijn, zèlf kan het gemeenteraadslid blijkbaar niet zo heel erg goed rekenen. Zo zou de investering binnen een paar jaar kunnen worden terugverdiend, uit het aanbieden van een plaatselijke telefoniedienst, die per jaar 500 à 800 miljoen op zou leveren. Dit bedrag echter betreft de geschatte totaalomzet aan plaatselijk telefonieverkeer in Amsterdam. Zelfs een optimistische kabelexploitant mag niet verwachten dat hij van deze markt een aandeel van meer dan enige tientallen procenten verwerft, waarbij het dan nog jaren duurt voordat dit marktaandeel werkelijk op de PTT is veroverd. Daarnaast is het net niet zomaar geschikt voor telefonie: er zal door A2000 voor honderden miljoenen geïnvesteerd moeten worden voordat het eerste telefoongesprek over de Amsterdamse kabel gevoerd kan worden.

Het alternatief van de heer Van Duijn voor de verkoop is het verhuren van kanalen van de kabels. Maar met een 'kanaal' op het bestaande net kan een huurder niet meer doen dan KTA nu doet: radio- en televisieprogramma's naar alle Amsterdammers tegelijk verspreiden. Pas als iemand bereid is veel geld te investeren en de nieuwste technologie ter beschikking te stellen, wordt zo'n kanaal wat waard. Moet de gemeente dat dan zelf gaan doen, met belastinggeld van de burgers? Is het dan niet waarschijnlijk dat er ook door de gemeente fors betaald zal moeten worden voor de aankoop van technologie en expertise, die bij ervaren marktpartijen als Philips en US West direct voorhanden is? Ligt het dan ook niet voor de hand dat het opwaarderen van het kabelnet in gemeentelijke handen langzamer zal gaan dan wanneer dat in ervaren particuliere handen gebeurt, zodat Amsterdam achter zou komen te lopen bij de verwezenlijking van de electronische snelweg? Allemaal vragen waar de heer Van Duijn geen antwoord op geeft.