50 jaar La Jeunesse; 'Vroeger maakten ze parfums om iets moois te creëren'

Irène Sonzongi staat ruim veertig jaar achter de toonbank van parfumerie La Jeunesse in de Amsterdamse Leidsestraat. Ze heeft een nez absolut, en kent alle parfums die na de oorlog op de markt zijn geweest. Maar la plus charmante des charmantes verkoopt alleen Franse en Italiaanse parfums.

La Jeunesse' was van mijn overleden man, ik was zijn derde vrouw. Als meisje van zestien ben ik in '52 vanuit Montpellier hier naar toe gekomen om met hem te trouwen. Ik kwam op 4 mei, 8 augustus zijn we getrouwd. Op 10 september gingen we naar dokter Schutte en 5 april werd mijn dochter geboren.

“Ik had nog nooit gewerkt en ik sprak nog geen woord Hollands maar de winkel interesseerde mij meteen. Ik ging steeds kijken en hielp op een dag een klant en dat vond ik zo leuk dat ik nu nog steeds klanten help.

“Volgend jaar 14 maart bestaat La Jeunesse vijftig jaar. Bij de opening, in '46, had je nauwelijks parfum in Nederland. Bourjois, Coty en Boldoot 4711 waren de bekende merken. De Chanels en de Diors kwamen pas later. Guerlain bestond wel al in de jaren zestig maar ik had het nog niet. Omdat hier aan de overkant de winkel van Huigenbosch was die Guerlain verkocht. Toen zij hier weggingen heb ik onmiddellijk een brief naar Parijs geschreven en kreeg ik Guerlain. Daarom verkoop ik het pas dertig jaar. Dan had je nog Sortilège, Arpège van Lanvin, maar Guerlain blijft mijn huis, dat is mijn kind.”

“Er komen nu zulke vieze, ordinaire, aan wc-lucht navenante geuren op de markt, dat is geen parfum meer, dat zijn computergeuren. Als een couturier een nieuw parfum wil dan doen ze in de fabriek: titata, en dan heb je een parfum. Maar bij Guerlain, Patou en Chanel hebben ze een neus, en doen ze er wel vier tot vijf jaar over om een goed parfum te maken. Zoeken, zoeken tot het moment dat ze iets goeds hebben gevonden en dan pas op de markt komen. Een computer doet het à la minute en nog allemaal synthetisch ook. Dat voel je. Als je in de tram of in de bus staat komt er opeens een walgelijke geur op je af. Dan draait mijn maag zich om, mijn keel gaat kriebelen, ik moet hoesten. Ik word echt misselijk.

Van een Guerlain krijg je juist een prettig gevoel. Vroeger maakten ze parfums om iets moois, iets liefs, iets vrouwelijks te creëren. Tegenwoordig maken ze parfums om veel geld te verdienen. Het is allemaal rotzooi. En een eventueel goede geur krijgt geen kans meer omdat er meteen een nieuwe komt. Als er nu een parfum wordt geboren dan sterft het ook meteen weer. Sorry! Er zullen wel mensen kwaad zijn als ik dat zeg, maar het is echt waar. Het wordt niet meer met liefde gedaan. Jean-Paul Guerlain, dàt is een neus.

Tegenwoordig zoeken mensen een geur ook uit om mee te provoceren. De nieuwe parfums zijn net zo brutaal als de kleding. Als er een Amerikaanse geur langskomt heb je hem na een uur nog in je neus. Die lucht blijft overal hangen, vies! Je moet eens opletten als je in Parijs bent en je krijgt een Frans parfum in je neus: heel zacht en als de vrouw die het draagt is verdwenen is ook de geur weer weg. Je mag het niet op meer dan een meter afstand ruiken: Un souffle et plus rien!

De grote Franse parfums zijn nog steeds Chanel, Jean Patou, Rochas en Yves Saint Laurent. Die zijn niet brutaal. Ik heb wel gemerkt dat ze met nieuwe formules komen. De naam is dezelfde maar het is niet meer de geur van vroeger. En Italië is de grote concurrent geworden. Langzamerhand ga ik de Italiaanse geuren net zo goed vinden als de Franse geuren. Ze zijn chic geworden. Dat komt omdat een Italiaanse man ervan houdt een vrouw te bewonderen.

Alle couturiers hebben tegenwoordig hun eigen parfum. Net als de artiesten: Catherine Deneuve, Paloma Picasso. Die parfums zijn niet slecht, maar mensen die een naam hebben denken dat alles is toegestaan en dan maken ze maar een parfum. Dan zijn er nog de Duitse geuren, die zijn waardeloos. Koel en onpersoonlijk.

Er wordt ook met de prijs geknoeid. Oude flessen, oude nummers worden er verkocht, die oorspronkelijk waren bestemd voor Zuid-Afrika of Mexico. Via een achterdeur komt dat weer in Europa terecht waar ze het goedkoop op de markt gooien. Maar het is namaak, met alleen de naam erop. Mensen kopen ook te snel iets. Als ze thuis zijn vinden ze het al niet lekker meer. Dan zitten ze met een fles parfum die toch veel geld heeft gekost. Als een klant tegen mij zegt: 'ik zoek een goed parfum maar er zijn er zoveel!' dan zeg ik: 'neemt u de tijd. Ik zal u drie geuren meegeven, dan zien wij u wel weer terug.'

“Ik verkoop dus veel nee, want ik heb alleen Franse en Italiaanse parfums. Ik verkoop al zo lang parfum met plezier, nu word ik zestig, dan ga je een beetje afbouwen. Dan wil ik niet eindigen met al die vieze ordinaire geuren. “Laatst was er een klant in de winkel, ik zei: 'Ah, Bellodgia!' 'Kunt u dat ruiken?' zei ze. Dat was van Caron, een geur die ik vroeger heb verkocht. Ja, Caron: Fleurs de Rocaille. Dan heb je de nog Tabac Blonde, Narcisse Noir. In Nederland zijn ze die vergeten, in Frankrijk niet. Zolang ik in Holland ben ben ik trouw aan Mitsouko van Guerlain. Als ik wel eens wat anders probeer kom ik er altijd weer bij terug. Mijn dochter kwam onlangs koffie drinken en ik had Mitsouko op. Toen zei ze: 'Mama, ik herken je weer!' Want de vorige keer dat ze er was had ik om te proberen een andere geur op.”

    • Philip Mechanicus