Vertrouwen Russen in overheid verder uitgehold

MOSKOU, 21 JUNI. Hoewel de gevolgen op langere termijn nog niet meetbaar zijn, is duidelijk dat de gijzelingscrisis in Boedjonnovsk het al geringe vertrouwen van de Russen in hun autoriteiten verder heeft aangetast. Politie, leger en president Jeltsin hebben met hun optreden scherpe kritiek over zich afgeroepen. Het parlement nam vanmiddag een motie van wantrouwen tegen de regering aan. Alleen premier Tsjernomyrdin heeft respect afgedwongen met de manier waarop hij met de Tsjetsjeense gijzelnemers onderhandelde.

De ongekend grote en wrede gijzeling heeft Rusland bijna een week lang in zijn greep gehouden. Tot vorige week werd de oorlog in Tsjetsjenië, hoewel veel bekritiseerd, nog min of meer beschouwd als een lokaal conflict. Maar de strooptocht van de Tsjetsjenen en de gijzeling heeft hem naar Rusland zelf gebracht. Wat de vernietiging van Grozny en andere gruwelen in Tsjetsjenië niet konden bewerkstelligen, bereikte het geweld in de Zuidrussische provinciestad wel: de televisiezenders vervingen hun programma's door bijna continue nieuwsuitzendingen.

De televisie bracht ook de hoofdrolspelers live in de huiskamers. Russische troepen namen verpleegsters en kinderen onder vuur. Tsjernomyrdin onderhandelde urenlang vanachter zijn bureau op beheerste wijze met de Tsjetsjenen. President Jeltsin schold vanuit Canada wild gebarend op de 'bandieten'.

Volgens sommige buitenlandse deskundigen heeft Jeltsin op de G-7-top in Halifax Ruslands plaats in de internationale gemeenschap verstevigd. In Rusland drongen echter beelden door van een president die breed lachend handen schudde en dineerde terwijl in zijn eigen land zich een ongekend drama afspeelde. Sinds zijn terugkeer heeft de president als enige concrete daad een onderzoekscommissie benoemd. De Boris Jeltsin van augustus 1991, toen hij juist tijdens een nationale crises boven zichzelf uitsteeg, lijkt verder weg dan ooit.

Viktor Tsjernomyrdin deed intussen wat van een nationale leider in dit soort situaties wordt verwacht. Hij bleef kalm, probeerde zijn gegijzelde landgenoten vrij te krijgen en onderstreepte tegelijkertijd dat de gijzelnemers hard zullen worden gestraft. Of zijn populariteit tot werkelijk grote hoogte stijgt hangt nu af van de snelheid waarmee speciale Russische eenheden er in slagen Sjamil Basajev en diens mannen alsnog gevangen te nemen of te doden.

De gevolgen van het gijzeldrama betreffen echter meer dan alleen de populariteit van politici. Eén van de grootste hindernissen bij pogingen om van Rusland een rechtsstaat te maken, is het geringe vertrouwen van de bevolking in de autoriteiten. Ambtenaren en politici worden doorgaans niet gezien als gezagsdragers maar als incompetente en op eigen verrijking uit zijnde bureaucraten. Aan hun wetten en besluiten hoeft dientengevolge weinig aandacht te worden besteed. Deze visie op het landsbestuur is door de gebeurtenissen in Boedjonnovsk alleen maar versterkt.

Het duidelijkst was dit te merken in de omgeving van de provinciestad zelf. Daar grepen burgers na het begin van de gijzeling massaal naar de wapens. Ondanks de aanwezigheid van een grote politie- en legermacht vonden veel mensen het toch nodig zichzelf te beschermen - en daarbij anderen te bedreigen. Opgeschoten jongens hielden zwaaiend met jachtgeweren lukraak automobilisten aan. De autoriteiten deden niets om aan deze anarchie - die via de televisie tot heel Rusland doordrong - een eind te maken.

Met uitzondering van Tsjernomyrdin bood het optreden van de autoriteiten de Russen geen enkele reden om hun overheid te vertrouwen:

Meer dan honderd zwaar gewapende Tsjetsjenen konden ongemerkt diep in Russisch grondgebied doordringen, eenvoudig door elke politieman om te kopen, zo legden zij spottend op de televisie uit. De plaatselijke politiechef Nikolaj Ljasjenko verdedigde zijn agenten zo: “Misschien hebben de Tsjetsjenen zijwegen genomen.” Zijwegen worden kennelijk niet gecontroleerd, ondanks de nabijheid van Tsjetsjenië, waar toch een oorlog wordt gevoerd.

De hoogste machthebbers in Moskou legden de meest uiteenlopende verklaringen af. Minister van defensie Gratsjov zei vrijdag dat geweld de enige oplossing was, volgens minister van binnenlandse zaken Jerin zou de crisis juist vreedzaam eindigen. Russische onderhandelaars boden de Tsjetsjenen geld, wat niet de indruk maakte dat zij enig idee hadden wie hun gesprekspartners waren. Basajev maakte het zelf nog maar eens duidelijk: hij had vorige maand elf familieleden verloren in de Russische aanval op het bergdorp Vedeno en had maar één eis: een einde aan het geweld in Tsjetsjenië.

Russische militairen beschoten zaterdag urenlang het bezette ziekenhuis, hoewel er vrouwen en kinderen in de vensters stonden. Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over het doel van deze actie. Er kwamen bij de schietpartij dertig burgers om, maar Moskou sprak van een succes. “Wij hebben hun munitie uitgeput en de helft van hun mannen verwond”, zei een kolonel.

De verwanten van de gijzelaars, die dagenlang in de brandende zon hebben staan wachten, werden door de autoriteiten op geen enkele wijze geholpen. Zij kregen geen eten, drinken of informatie. Hetzelfde gold voor de vrijgelaten gijzelaars: er was geen opvang, geen hulp en - bij 40 graden in de schaduw - geen water.

Vanmiddag is in het Russische parlement met 241 tegen 72 stemmen een motie van wantrouwen tegen de regering aangenomen. De motie was al eerder op de agenda gezet maar had door de gijzeling een emotionele lading gekregen. President Jeltsin kan volgens de grondwet de motie negeren. Maar ook in het land zelf is zij, figuurlijk gesproken, met grote meerderheid aangenomen.