Pianostuk Stockhausen spannend en vitaal

Concert: Stockhausen-retrospectief m.m.v. Ellen Corver, Sepp Grotenhuis en Majella Stockhausen (piano), Kathinka Pasveer (fluit), Suzanne Stephens (klarinet), Markus Stockhausen (trompet, piano), Simon Stockhausen (synthesizer), Han Vogel (pauken) en Beppie Wiersma (slagwerk). Gehoord: 16/6, 19/6 en 20/6, Beurs van Berlage, Amsterdam.

De eerste vier Klavierstücke van Karlheinz Stockhausen werden bij de première in 1954 in Darmstadt ontvangen met een fluitconcert. Het publiek toonde weinig begrip voor de 'pointilistische stijl' die destijds opgang deed en waarin parameters als toonhoogte, toonduur, dynamiek en timbre zijn geordend in reeksen. Tijdens de uitvoering van nummer VI het jaar daarna kwam pianiste Marcelle Mercenier zelfs niets eens boven het gelach en gefluit uit.

Veertig jaar later twijfelt niemand aan het theoretische en muziekhistorische belang van Stockhausens pianostukken, maar in de concertzaal zijn ze zelden te horen. In de uitvoeringen die pianiste Ellen Corver afgelopen vrijdag en maandag gaf tijdens het Stockhausen-retrospectief in de Amsterdamse Beurs van Berlage waren de Klavierstücke ontdaan van het academisme dat ze vaak wordt aangerekend. Vitaal, spannend en met een scala aan muzikale uitdrukkingsmiddelen eigende Corver zich de complexe structuren toe in plaats van ze braaf naar de letter uit te voeren.

Het optreden van Corver moet tot de hoogtepunten van dit Holland Festival gerekend worden en het wachten is op haar cd-opnames van de Klavierstücke. De versterking van het pianogeluid - Stockhausen zit tijdens alle concerten achter een mengpaneel in de zaal - maakte een wat kunstmatige indruk, maar had het voordeel dat zich een onvermoede wereld van boventonen openbaarde.

De voorliefde van Stockhausen voor schuifregelaars is veelzeggend; zijn muzikale universum staat of valt bij een vrijwel absolute controle over het klankresultaat. Dat streven weerspiegelde zich ook in de soms verbijsterende perfectie waarmee de groep musici rond Stockhausen - fluitiste Kathinka Pasveer, klarinettiste Suzanne Stephens en Stockhausens kinderen Simon, Markus en Majella - werken als Tierkreis, Zungenspitzentanz, Flautina en Wochenkreis uitvoerde.

Naast de oudere werken is er in het retrospectief veel aandacht voor de zevendelige operacyclus Licht waaraan Stockhausen sinds 1977 werkt en waaraan behalve Zungenspitzentanz, Flautina en Wochenkreis ook de Klavierstücke XIII, XVI en XV ontleend zijn. In Klavierstück XIII uit 1982 onderhoudt Majella Stockhausen zich fantasierijk met de vleugel. Ze speelt, telt driftig Duitse nummers, fluit, tokkelt op de snaren, gaat op de toetsen zitten en plotseling vliegen er zelfs kleine raketjes door de lucht. Veel van Stockhausens recente muziek mag dan raadselachtig zijn, zijn theatrale concepten zijn ronduit duister. Het gifgroene pak waarin Suzanne Stephens Wochenkreis speelt, verwijst naar Montag uit Licht, maar wie overziet nog het labyrint van betekenissen waaraan Stockhausen bouwt?

Gelukkig telt niet het verhaal, maar de muziek en die behoort tot de briljantste die na de oorlog is geschreven. De ruimtelijke klanken van het in 1992 voltooide Synthi-Fou (Klavierstück XV) - 131 geprogrammeerde klankkleuren op vier toetsenborden, drie synthesizers en een sampler - maakten duidelijk dat Stockhausen ruim veertig jaar na zijn eerste pianostukken nog altijd bezig is de toekomst uit te vinden. De toekomst volgens Stockhausen.