Onverwacht succes Greenpeace 'dankzij arrogantie' Shell

STORNOWAY, 21 JUNI. De zege kwam onverwachts. Zeven weken lang had Gijs Thieme op de “door God verlaten” Hebriden voor de milieuorganisatie Greenpeace de logistiek van de Brent Spar-actie verzorgd, gisteren kwam plotseling de ontknoping. “Ze zinken de Brent Spar niet af”, brulde hij opgetogen als een kind dat zijn eerste fiets krijgt. Hij zwaaide enthousiast met een nauwelijks leesbaar persbericht van Shell UK, dat al vele malen doorgefaxt was.

Thieme heeft zo'n beetje alles verzorgd dat nodig was om de actie tegen de Brent Spar te voeren: helikopters, films, foto's en verbindingen. Het eerste deel van de actie vooral vanaf de Shetland Eilanden, die dichter bij het Brent-olieveld liggen waar de 'Spar' oorspronkelijk lag, later vanaf de Hebriden die 150 mijl van de aanvankelijk beoogde dumpplaats liggen.

Thieme verwachtte eigenlijk niet meer dat Shell nog een andere koers zou inslaan, gezien de hardnekkigheid en agressiviteit waarmee het olieconcern zich tegen de acties van Greenpeace verzette. Daarbij hadden de Britten Shell onverkort gesteund. Aan de andere kant had Thieme, jarenlang “actievoerder in vaste dienst” bij Greenpeace, niet veel vertrouwen in het uithoudingsvermogen van de milieuorganisatie. Nog geen half jaar geleden was Greenpeace hopeloos verdeeld over de actie tegen de Brent Spar waar aanvankelijk geen budget voor was. Leden van Greenpeace vreesden dat sommige doelstellingen, zoals de vermindering van de vervuiling met chemicaliën van Noordzeewater, ondergeschikt zouden raken aan de aandacht voor het olielaadstation. “Ik heb mijn uiterste best moeten doen de Brent Spar voor de volle honderd procent onder de aandacht van Greenpeace te krijgen”, zegt Thieme. Hij wakkerde het onderwerp aan als aanloop naar de Noordzee-conferentie in het Deense Esbjerg twee weken geleden.

Dat uiteindelijk de 'Spar' alle voorpagina's haalde en gedurende weken het belangrijkste tv-nieuws werd is volgens Thieme vooral te danken aan Shell zelf, dat begin juni, lang nadat Greenpeace het platform al een keer had bezet,plotseling wild om zich heen begon te slaan, een ongewoon gezicht voor een overigens betrekkelijk sereen bedrijf.

Waar Shell aanvankelijk de acties van Greenpeace redelijk goedmoedig tegemoetkwam en in elk geval correct optrad (de verwijdering van de actievoerders begin mei van de Brent Spar ging onder toezicht van de politie), besloot Shell begin juni plotseling blusboten met waterkanonnen in te schakelen, zware taal uit te slaan en dreigementen te uiten. “We wisten niet wat we zagen”, zegt Thieme. “We begrepen er niets van.”

Maar de beer was los en Greenpeace voer er wel bij. Alles werkte plotseling in het nadeel van het olieconcern: van de halsstarrigheid waarmee het aan zijn eigen koers vasthield tot de haast waarmee de ankerkettingen van het platform werden opgeblazen om het op sleeptouw te nemen naar de Atlantische Oceaan waar het zou worden afgezonken.

Die opvallende houding van Shell leidde tot een kettingreactie van protesten, waarvan de felheid in met name Duitsland alle verwachtingen overtrof. Dat Shell zolang vasthield aan zijn beslissing lijkt enerzijds het gevolg van de sterk gedecentraliseerde structuur van het bedrijf en anderzijds van 'arrogantie' zoals Greenpeace het eenvoudig verwoordt. Het bedrijf was overtuigd van het gelijk en piekerde er niet over van standpunt te veranderen. De storm zou wel over waaien, de klanten wel weer terugkomen. Daarmee plaatste Shell zich buiten de alledaagse realiteit, waarin burgers verplicht worden het afval te scheiden en opgevoed worden dat een beter milieu bij hen zelf begint. Dat naast deze betutteling een groot bedrijf zonder meer zijn grof vuil mag storten en als het ware buiten de wet wordt geplaatst, wordt om begrijpelijke redenen niet geaccepteerd.

Voor zover dat besef er nog niet was of van het netvlies was verdwenen, heeft de commotie rond de Brent Spar nogmaals aangetoond dat het milieu, een factor van groot belang is. Zowel voor de politiek als het bedrijfsleven.

Voor Greenpeace kwam de kwestie niet ongelegen, geplaagd als de organisatie is door ruzie, bezuinigingen en ontslagen. Minder gelukkig is de Britse regering, die akkoord ging met de optie van Shell de Brent Spar te dumpen en daar even hardnekkig aan vasthield als het bedrijf, voornamelijk om Greenpeace geen gelijk te geven. De Britten kunnen nu niet anders dan roepen dat de Brent Spar niet aan land mag worden gebracht, hoewel de Schotten daar anders over beginnen te denken. Die zien in de ontmanteling van de Brent Spar aan land vooral ook arbeidsplaatsen, waaraan in het noorden van het Verenigd Koninkrijk dringend behoefte is.