Niet bij kippesoep en pekelvlees alleen

De joodse gemeenschap moet worden versterkt. Verdergaande aanpassing (assimilatie) aan de Nederlandse cultuur moet worden bestreden door intensief joods onderwijs aan de jeugd en de volwassenen. En er moeten meer persoonlijke contacten komen “met onze mede-joden ongeacht hun levensopvatting”. Dit zijn enkele maatregelen die het bestuur van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) voorstelt om het dreigende verlies van de joodse identiteit een halt toe te roepen.

Volgens het onlangs verschenen jaarverslag van het NIK werd die identiteit door een aantal factoren bevorderd: de herinnering aan de oorlog en de betrokkenheid met Israel. Maar, schrijft het NIK-bestuur in het jaarverslag: “De herinnering aan de Shoah zal vervagen en het joodse bewustzijn van volgende generaties niet of nauwelijks meer versterken.” En wanneer het vredesproces in het Midden-Oosten is voltooid zal Israel “als identiteitsversterkende factor in kracht afnemen”. Een garantie voor de continuïteit vormen alleen “onze oeroude joodse waarden - gebaseerd op Thora en Traditie en gepropageerd met Tolerantie”.

Volgens de opsteller van het jaarverslag, de secretaris van het NIK, J. Sanders, is de grootste zorg of er straks nog joodse kleinkinderen zullen zijn. Het verschijnsel dat buiten de eigen kring wordt getrouwd neemt eerder toe dan af. “De markt voor een joodse partner is hier te klein. Maar zelfs in Amerika wordt veel gemengd gehuwd terwijl daar de joodse gemeenschap groot genoeg is om een partner uit de eigen kring te vinden”, aldus Sanders.

Ontkerkelijking en individualisering hebben ook de joodse gemeenschap niet onberoerd gelaten. “De meerderheid van de 30.000 joden in Nederland is inmiddels helaas zo geassimileerd dat zij wat dat betreft nauwelijks meer te onderscheiden is van andere Nederlanders”, aldus het jaarverslag. Ongeveer 40 procent van de in Nederland woonachtige joden is lid van een kerkgenootschap of een joodse vereniging. Van hen is 20 procent aangesloten bij het NIK. Het jaarverslag rept ook van een toenemend verval van traditie en ook worden joodse geboden en verboden steeds minder nageleefd. NIK-bestuurder dr. H. Markens: “Voor de oorlog kwam het in onze kring niet voor dat er gecremeerd werd. Nu wel. Er is ook een tijd geweest dat 90 procent van de mannen besneden was, dat halen we nu volstrekt niet meer. De koosjere consumptie neemt ook af, dat is een aanwijzing voor verminderde religieuze beleving.”

Joodse kinderen, voorzover ze niet op joodse scholen zitten, staan bloot aan algemene cultuurinvloeden van de Nederlandse samenleving. Ze leren dan te weinig over de joodse cultuur. De invloed van de televisie doet zich natuurlijk ook gevoelen bij de vorming van joodse volwassenen. De ideeën die zij via het scherm vernemen, wijken vaak af van de specifiek joodse opvattingen over bijvoorbeeld abortus, euthanasie en orgaandonatie, aldus Sanders.

Het NIK-bestuur vindt dat rabbijnen een voortrekkersrol moeten spelen in het proces van blijvende bewustwording van de joodse identiteit. Een goed middel om het gemeenschapsgevoel te versterken vindt Markens de huiskamerbijeenkomsten voor joodse gemeenteleden die rabbijn Vorst regelmatig in Amstelveen organiseert.

Het NIK-bestuur verheelt niet dat ook voor de oorlog de situatie er niet rooskleurig uitzag. Tussen 1906 en 1940 bijvoorbeeld werden 32 joodse gemeenten opgeheven onder invloed van een grote trek van de provincie naar de grote steden. Sinds de jaren vijftig is het aantal gemeenten met 25 verminderd onder andere door verhuizingen naar Amsterdam en emigratie naar Israel. Er zijn nu nog 33 gemeenten.

Markens: “Ik ben niet helemaal pessimistisch maar wij zullen ons tot het uiterste moeten inspannen dat straks niet alleen de kippesoep op vrijdagavond en het broodje pekelvlees bij Sal Meijer in de Amsterdamse Scheldestraat herinneren aan de joodse identiteit.”