Nederlandse regering plotseling geprezen om milieubeleid; Wijers viert na kritiek toch triomf

DEN HAAG, 21 JUNI. Gistermiddag was hij in de Tweede Kamer nog de gebeten hond, maar gisteravond was minister Wijers van economische zaken de triomfator die sprekend met Shell en telefonerend met de Britse regering had bijgedragen aan de beslissing van de multinational om de olieopslagtank Brent Spar toch niet tot zinken te brengen.

De bewindsman kon gisteravond in de actualiteitenrubriek NOVA melden een telefoontje van collega Stoltenberg uit Noorwegen te heben gekregen. Op onder andere Nederlands verzoek bleek Stoltenberg bereid na te denken over het parkeren van de opslagtank Brent Spar in een Noors fjord. Daarvoor kreeg Wijers nog in dezelfde uitzending een pluim van Shell-topman J. Slechte en niet alleen dat. Volgens Slechte had het “door velen bewonderde milieubeleid van de Nederlandse regering” mede bijgedragen aan de beslissing van zijn bedrijf om voor de Brent Spar alsnog geen zeegraf te zoeken. 'Nu hoor je het eens van een ander' moet Wijers (D66) gedacht hebben die nog al eens wordt bekritiseerd om zijn gebrekkig milieu-profiel.

Wijers was gisteravond 'blij'. Gistermiddag was hij dat overduidelijk niet. Afgemeten en met een duidelijk waarneembaar chagrijn beantwoordde hij de vragen van dertien Tweede Kamerleden. In diverse variaties droegen die nog eens 'suggesties', 'oplossingen' en 'gebaren' aan die duidelijk moesten maken dat Nederland het milieu-belang hoog opnam.

GroenLinks-parlementariër Vos die de eerste vraag stelde, vroeg zich af of de Nederlandse regering wel het nodige had gedaan om Shell en Groot-Brittannië van het voornemen tot dumping van de opslagtank af te houden. Korzelig antwoordde Wijers dat hij en minister de Boer van Milieu “diverse” contacten hadden gehad met hun Britse counterparts en de Shell-top. Maar ja, er kwam een moment waarop hij moest concluderen dat “de zaak muurvast zat”. Het heeft dan “geen zin meer om elke tien minuten te gaan bellen om te vragen of men zijn standpunt inmiddels heeft gewijzigd”, aldus Wijers.

Vos was niet tevreden en wilde dat Nederland de zaak nog eens aan de orde zou stellen in de Europese Milieuraad. Dat zou gebeuren, zei Wijers. Daarna kwam het Kamerlid Crone (PvdA) met een suggestie. Waarom dacht de Nederlandse regering niet aan een kort geding tegen Shell vanwege een onrechtmatige daad? Wijers zei toe de “wenselijkheid en technische haalbaarheid te onderzoeken.”

Vervolgens sprak de Tweede Kamer zichzelf toe. Waarom was niet een protestbrief gestuurd aan het Britse parlement? Van dat voornemen was vorige week toch sprake? Maar dat kon toch nu alsnog, opperde de CDAer Esselink? Ietwat vermoeid concludeerde RPF-voorman Van Dijke dat de brief als “mosterd na de maaltijd” zou komen. Op het moment dat de brief in Londen zou arriveren, was de opslagtank waarschijnlijk al verdronken. De VVD liet bij monde van J. te Veldhuis weten niets in de brievenschrijverij te zien.

Vervolgens ging alle aandacht weer naar Wijers. De CDAer Esselink herinnerde de minister aan zijn uitspraak dat hij er geen bezwaar tegen zou hebben als zijn chauffeur voorlopig aan Shell-pompen voorbij zou rijden. Gold die boycot nog steeds? Dat is de verantwoordelijkheid van mijn chauffeur, antwoordde Wijers. Maar zo gemakkelijk kwam hij er bij het CDA niet van af. “In dat geval kunnen we beter de chauffeur ter verantwoording roepen”, riep de afgevaardigde Mateman. Wijers antwoordde, not amused: “Ik zal de heer Mateman in contact brengen met mijn chauffeur”.