Nederlandse kust minder in trek bij Duitsers

KIJKDUIN, 21 JUNI. Nederlandse badplaatsen dreigen de slag met het nabije buitenland te verliezen. De VVV's van Nederlandse kustplaatsen zullen meer moeten samenwerken om de concurrentie van Duitse en Belgische badplaatsen het hoofd te kunnen bieden.

Met deze alarmerende uitspraken opende staatssecretaris A. van Dok-Van Weele (economische zaken) gisteren de eerste Nederlandse Badplaatsenconferentie in Kijkduin. Honderdvijftig financiers, ondernemers en verkeersbureau's discussieerden daar op initiatief van de Stichting Samenwerkende Kust VVV's een dag lang over de toekomst van het toerisme aan de Nederlandse kust.

Onderzoek van het ministerie van economische zaken wijst uit dat Duitsers die naar Nederland komen steeds minder geld uitgeven. Bovendien wordt de Nederlandse kust steeds vaker een vakantiebestemming voor toeristen met een smalle beurs. Nederlandse badplaatsen dreigen zo een goedkoop imago te krijgen.

De belangrijkste bedreiging voor Nederlandse badplaatsen is de opkomst van het toerisme langs de Duitse Oostzee. B. Fischer, directeur van de samenwerkende VVV's in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern waarschuwde dat de Nederlandse kust “in de komende jaren flinke concurrentie kan verwachten”.

De expanderende kustplaatsen die ten noordwesten van Hamburg aan de Oostzee liggen trekken vooral toeristen uit de deelstaten Nordrhein Westfalen en Niedersachsen. Een groot deel van de Duitsers die nu nog in Nederland de kust bezoeken komt uit deze deelstaten. Van Dok verwacht dat de vakantiebestemmingen aan de Oostzeekust in de komende vijf jaar 20 procent van de Duitse 'Hollandgängers' kunnen trekken. “Mecklenburg-Vorpommern biedt Duitsers nu dichter bij huis een aantrekkelijk alternatief”, zei Fischer.

Prof.dr. Allaert van de universiteit van Gent verwacht dat het aantal Nederlandse bezoekers van de Belgische kust jaarlijks met zeven procent zal groeien. Volgens Allaert hebben Nederlandse badplaatsen “een duidelijke identiteit en een klantgerichte aanpak” nodig. In België werken de overheid en ondernemers sinds enkele jaren gezamenlijk aan een imagoverbetering van de Belgische kust.

Dat is in Nederland wel anders. Veel ondernemers laakten in hun spreekbeurt de rol van de Nederlandse overheid.“Pachtprijzen en belastingen blijven stijgen terwijl gemeenten nauwelijks in het strand investeren”, zei een Zandvoortse strandexploitant.

J. Cornelissen van het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT) maakte echter duidelijk dat badplaatsen de schuld in de eerste plaats bij zichzelf moeten zoeken: “De Nederlandse badplaatsen zijn de laatste jaren gewoon achterop geraakt. Toeristen hebben tegenwoordig zoveel andere mogelijkheden. Als we niet aan de wensen van de klant voldoen gaat die gewoon ergens anders heen.”

De conferentie-deelnemers zien in nauwere samenwerking een oplossing voor de problemen. Maar die samenwerking wordt volgens Th. Hövell van VVV Noord-Holland alleen met de mond beleden. “We blijven steken”, vindt hij. Nederlandse badplaatsen zien andere kuststeden in de eerste plaats als een concurrent.

Of de broodnodige samenwerking na deze conferentie wel gestalte gaat krijgen valt te bezien: Cornelissen bood de VVV's van de kustplaatsen namens het Bureau voor Toerisme 250-duizend gulden aan “voor een grootscheepse promotiecampagne waarin we gezamenlijk een sfeerbeeld van de Nederlandse kust kunnen uitdragen”. De VVV's zouden daaraan zelf 500-duizend gulden moeten bijdragen. Niemand van de aanwezigen voelde zich geroepen op dit aanbod te reageren.