Nederland als speelvijver voor Bill Gates-types; Wijers bezorgd over bedrijven die onderzoek uitbesteden aan buitenland

DEN HAAG, 21 JUNI. Het interview over het technologiebeleid van minister Wijers (economische zaken) wordt ruw doorkruist door ontwikkelingen rond het olieplatform Brent Spar. Tussen de bedrijven door beantwoordt de minister vragen over de grote Nederlandse internationale ondernemingen die het zwaartepunt van hun activiteiten hoe langer hoe meer naar het buitenland verleggen. Wijers: “Die grote internationale ondernemingen verdwijnen niet helemaal, maar het saldo van plussen en minnen is inderdaad negatief.

Dat vind ik zeer bedenkelijk.''

Wat denkt het kabinet daar tegen te doen?

Wijers: “Het is a fact of life, een consequentie van de globalisering, dat deze ondernemingen hun onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten naar andere gebieden brengen; in toenemende mate naar Zuid-Oost Azië. Daar liggen de groeimarkten, dat moet je accepteren. Waar ik me zorgen over maak is dat daar geen activiteiten voor terug komen.”

Wijers grijpt een pak papier van tafel. “Hier zie je dat de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling bij de grootste vijf ondernemingen van Nederland sinds 1987 bijna zijn gehalveerd van 0,9 naar 0,5 procent van het bruto binnenlands produkt. Bij de Grote-5 in andere landen is ook sprake van een dalende tendens, maar lang niet zo markant als hier. Daar heeft sinds 1987 maar een daling van 0,9 tot 0,8 procent van het bbp plaatsgevonden. Die sterk dalende trend in Nederland willen wij dus stoppen. Hoe? Door voor dergelijke ontwikkelingsactiviteiten een gunstig vestigingsklimaat te creëren. Wij moeten excellent zijn op wereldniveau. We moeten activiteiten en instituten hebben die top of the bill zijn. Wij trekken 10 à 15 miljoen per jaar extra uit voor het oprichten van dergelijke topinstituten. Die moeten als magneet en anker dienen voor allerlei ontwikkelingsactiviteiten.”

Volgend jaar wordt er 10 miljoen gulden voor uitgetrokken. De oprichting van één topinstituut wordt aangekondigd. In de drie jaren daarna lopen de uitgaven op tot 55 miljoen per jaar. Daar kunnen dus zo'n vijf topinstituten voor worden gerund?

“Die financiële ruimte hebben we, maar we willen geen bestedingsdwang hebben. Ik wil liever twee of drie echte toppers hebben in Nederland dan vijf die wereldberoemd zijn in de Benelux.”

Is een investering van 1,5 miljard gulden in 4 jaar genoeg wanneer voor het inlopen van de achterstand op Duitsland een investering van 5 miljard per jaar is vereist?

“De boodschap van de nota is natuurlijk ook dat we proberen met overheidsgeld veel meer privaat geld naar Nederland toe te trekken. Want dat duwen tegen een touw, dus allerlei voorzieningen treffen zonder dat er een helder commitment van het bedrijfsleven is, daar geloof ik dus niet in. Iedere investering van overheidsgeld moet gepaard gaan met een substantiële investering van het bedrijfsleven. Dat moet de formule zijn. Juist nu de winsten in het bedrijfsleven aantrekken en de cash flows (netto winsten plus afschrijvingen, red.) fors aanzwellen kunnen we dit signaal geven. Van: denk eraan jongens, je kunt hier heel goed investeren. Dan krijg je een substantiële multiplier. Dan nog is het onvoldoende om ons te kunnen meten met de top van de rijke westerse industrielanden, maar als het nou succes heeft, als het bedrijfsleven er meer geld in steekt, dan heb ik ook een argument in handen om nog meer geld van de overheid in te zetten.”

U heeft dus een claim voor meer geld ingediend bij het kabinet?

“Als dit werkt en we krijgen in het kabinet een discussie over additionele middelen als gevolg van meevallende economische groei, dan vind ik dat er meer geld naar technologie moet kunnen gaan. Het kan ook zijn dat dergelijke afspraken worden gemaakt bij de voorbereiding van een nieuw kabinet. Niks creëert zoveel succes als succes. Niks creëert zoveel middelen als een concept dat aantoonbaar werkt.”

Is er een indicatie te geven van de grootte van de multiplier die de extra overheidsinvesteringen in technologie met zich mee brengen?

“Als je er nou vanuit gaat dat 50 tot 75 procent van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten door het bedrijfsleven wordt betaald en 25 tot 50 procent door de overheid, dan kun je het uitrekenen: tussen de 1,5 en 4,5 miljard gulden in vier jaar wordt dan door het bedrijfsleven geïnvesteerd. Daarnaast zal ik de komende jaren heel veel management by speech doen. Ondernemingen proberen over te halen om hier te blijven of te komen.”

Wat is nu de boodschap? Dat we ver achterliggen op het gebied van R&D?

“We hebben terrein verloren in een te lange periode. Dat heeft met veel meer te maken dan het technologiebeleid alleen. Het heeft te maken met het verlies van richtinggevoel, een gebrekkig ambitieniveau met betrekking tot wat er zou moeten gebeuren op dit gebied.”

Te weinig richting van de overheid, de politiek?

“Ja. Er is te lang, te gemakkelijk gezegd dat we gewoon macro-economisch gunstige condities moesten scheppen, zoals loonmatiging. We praten al sinds 1972 over bezuiniging, besparing en loonmatiging. Ook in een kennistrategie zul je oog moeten hebben voor de kosten. Anders verlies je de concurrentieslag met de omringende landen ook. Maar van begin jaren tachtig tot recent, is er te veel gedacht in termen van de overheid die macro-economische condities moet scheppen. Verder moet alles overgelaten worden aan het vrije spel van marktkrachten. Vorige kabinetten hebben op dat punt te gemakkelijk gedacht. Deze technologienota is een belangrijk strategisch document. Het geeft heel helder aan dat Nederland in een globaliserende wereld in sterkere mate een differentiatiestrategie moet volgen. Daar proberen we op allerlei gebieden de consequenties uit te trekken. Niet concurreren op loonkosten, want dat is een doodlopende weg, maar op het aantrekken en behouden van een wijde baaierd van verschillende activiteiten die zich onderscheiden op wereldmarkten door unieke toepassingen van kennis. Ik hoop echt uit het diepst van mijn hart dat we die economie wat langer op het huidige groeipad kunnen houden, zodat er ook weer wat meer ruimte is om de lonen vrijer te laten bewegen en om daar wat meer differentiatie in aan te brengen.”

Gaan we weer meer naar een sturende overheid?

“De belangrijke verandering is dat we de slag maken van een aanbodgedreven technologiebeleid naar een meer markt- of vraaggestuurd technologiebeleid. We proberen de hele infrastructuur veel meer te laten functioneren vanuit de strategische noties van het bedrijfsleven. Dat is heel fundamenteel. Dat betekent, als je het dan toch in one-liners wilt hebben: het is niet government picking winners, maar het is potential winners trying to pick government. Nederland is nog te veel het land van de verdelende rechtvaardigheid. De hele kennis infrastructuur is net als ons landschap. Het is vlak en het ligt allemaal lager dan in de ons omringende landen. We hebben een paar hele lage heuveltjes, niet echte toppen. Het water stroomt er door heen. Alles gaat redelijk traag. Ja, en dat zullen we een beetje moeten veranderen.

U wilt een speerpunt maken van multi-media. Wat is het aantrekkelijke daaaraan?

“Het interessante vind ik dat het daarbij om nieuwe vormen van dienstverlening gaat. Hoogwaardige vormen van dienstverlening. Kleinschalig, zowel als grootschalig. En dat betekent dus: werkgelegenheid. Nieuwe werkgelegenheid ook: jongelui die van universiteiten of hoge beroepsopleidingen komen kunnen zo aan de slag. De drempels zijn laag. Er zijn nog helemaal geen sectoren, er zijn alleen maar activiteiten. Daar kunnen ze zo instappen, bedrijfjes beginnen. Het biedt allerlei mogelijkheden voor andere manieren van zaken doen, van communiceren. Het is een beetje het verhaal van Bill Gates. Het zou een soort grote speelvijver moeten zijn waarin we een paar Nederlandse Bill Gate-achtige types krijgen, want die creëren werkgelegenheid”.

    • Frank van Empel