Informatiediensten maken zich op voor de slag om de vingertoppen

Deze week ging Planet Internet van start, het veelbesproken samenwerkingsverband van KPN, Quote Media en de nieuwe aandeelhouder De Telegraaf. Planet Internet biedt lokale toegang tot het internationale computernetwerk Internet. Maar niet alleen Planet Internet biedt een oprit naar de elektronische snelweg. Grote uitgeversorganisaties en Amerikaanse netwerken zijn dat ook van plan.

De slag om de vingertoppen is begonnen.

Wat voor weer wordt het morgen in San Francisco? Hoe staan de aandelen Philips? Wanneer vertrekt op zaterdag de eerste trein van Amsterdam naar Brussel? Abonneer je op een van de vele elektronische informatie-diensten als CompuServe en America Online en de kans is groot dat deze vragen in minder dan vijf minuten worden beantwoord. Alle informatie onder handbereik is het motto van commerciële informatie-aanbieders, of zoals de Duitse CompuServe het formuleert: 'Die ganze Welt per Tastendruck'. Elektronische post versturen en ontvangen, rechtstreeks communiceren met andere gebruikers, zoeken in databestanden en elektronische prikborden (forums), commerciële software bestellen: alles is mogelijk op de digitale snelweg. De belangstelling voor de netwerkorganisaties groeit dan ook explosief. Het Amerikaanse marktanalysebureau Jupiter verwacht dat het aantal abonnees van online-diensten dit jaar zal stijgen met 85 procent tot circa 9,6 miljoen. Alleen al het Amerikaanse CompuServe van H&R Block krijgt er maandelijks 80.000 nieuwe abonnees bij. Nog harder groeit het beursgenoteerde America Online met 150.000 nieuwe abonnees per maand. Samen met het Duitse uitgeversconcern Bertelsmann wil America Online nog dit jaar diensten in Europa gaan leveren met onder meer nieuws, advertenties en educatieve programma's.

Beide ondernemingen rekenen op een miljoen abonnees en een omzet van een miljard mark in het jaar 2000. Maar de concurrentie zit niet stil: informatie-aanbieders als Prodigy en GEnie hebben eveneens ambitieuze plannen. Dit najaar al gaat Europe Online van start, een joint venture van de uitgeverijen Burda, Matra Hachette Multimedia en Pearson (Financial Times) en enkele Luxemburgse banken. 's Werelds grootste softwarehuis Microsoft lanceert in augustus het Microsoft Network (MSN), met alleen al in Nederland twaalf inbelpunten. Nederland doet overigens dapper mee: vanaf 19 juni verschaft Planet Internet van PTT Multimedia en de uitgevers van De Telegraaf en van het blad Quote zijn abonnees toegang tot de elektronische snelweg.

Dat de groei van de elektronische informatiediensten de laatste maanden in een stroomversnelling is geraakt, heeft verschillende oorzaken, met als belangrijkste de sterk gestegen populariteit van PC's voor persoonlijk gebruik. Dit jaar worden er wereldwijd zo'n veertig miljoen verkocht. In 1999 zullen dat er ruim zestig miljoen zijn, meer dan het aantal computers voor zakelijk gebruik. De helft van deze PC's wordt geleverd met een modem, een kastje waarmee de PC via een telefoonlijn kan communiceren. Vanzelfsprekend willen gebruikers daar ook iets mee doen en dan ligt een abonnement op een elektronische informatiedienst al gauw voor de hand. Een belangrijke catalysator is zonder twijfel Internet, het wereldwijde computernetwerk waarvoor de belangstelling de laatste twee jaar enorm is gegroeid. Alle grote commerciële online diensten bieden inmiddels toegang tot Internet, zodat abonnees voortaan wereldwijd kunnen communiceren.

Internet vormt zowel een uitdaging als een bedreiging voor de commerciële netwerken. Abonnees die gebruik willen maken van Internet zijn niet per definitie op de commerciële online-diensten aangewezen. Via een van de vele Internet-aanbieders kan evengoed een rechtstreekse verbinding met Internet tot stand worden gebracht en vaak ook nog tegen zeer voordelige tarieven. De meeste Internet-aanbieders rekenen geen extra kosten voor het verzenden en ontvangen van elektronische post of het zoeken naar bestanden. De commerciële netwerkorganisaties doen dit meestal wel. Daar staat tegenover dat bij de commerciële online diensten de informatie overzichtelijk gerangschikt is.

Internet is zelfs voor geroutineerde gebruikers een doolhof. Bovendien kan bij CompuServe en America Online veilig worden getelewinkeld. Commerciële software kan zó op de harde schijf van de computer worden gezet. De kosten worden aan het eind van de maand automatisch verrekend. Bij Internet is dat nog niet mogelijk. Omdat er verder geen toezicht is op Internet kan de commercie daar niet gereguleerd worden met alle risico's van dien. Ook voor zakelijke gebruikers die veel reizen zijn commerciële netwerk-organisaties extra aantrekkelijk.

CompuServe heeft wereldwijd meer dan 40.000 inbelpunten. Wie veel elektronische post ontvangt, kan dus overal zijn postbus legen. Ook vindt men bij de elektronische netwerkorganisaties een groot aantal professionele informatie-aanbieders als Dun & Bradstreet, Standard & Poors, Thomas Register en Hoovers. Beleggers kunnen tegen betaling overzichten krijgen van het koersverloop van aandelen en via effectenmakelaars als E*Trade, PC Financial Network en Quickway zelfs aandelen kopen of verkopen. Sinds enkele maanden kan dit via bedrijven als National Discount Brokers en WealthWeb ook op Internet.

Tot voor enkele jaren geleden oefenden de commerciële informatie-aanbieders hoofdzakelijk aantrekkingskracht uit op fanatieke computergebruikers die met elkaar van gedachten wilden wisselen over de nieuwste hard- en software. Dit soort discussiegroepen of forums vormt nog steeds een aanzienlijk deel van het informatie-aanbod op de commerciële netwerken: vrijwel alle hard- en software-bedrijven leveren via America Online, Prodigy en CompuServe technische ondersteuning aan gebruikers. Heel langzaam komt daar verandering in.

“We richten ons steeds meer op de gemiddelde consument”, vertelde Bertrand Usunier, directeur van CompuServe Frankrijk, op de onlangs in Brussel gehouden Global Online Services Summit. Zagen gebruikers vroeger alleen teksten op het scherm, tegenwoordig hebben zij de beschikking over grafische software, waarmee navigeren door het datadoolhof kinderspel is geworden. Steeds vaker wordt die software geintegreerd met programma's voor Internet. CompuServe (3 miljoen abonnees) had onlangs zelfs 100 miljoen dollar over voor het Amerikaanse softwarehuis Spry, dat bladerprogramma's (browsers) ontwikkelt voor het World Wide Web, het meest grafische domein van Internet.

Rivaal America Online (2,5 miljoen abonnees) leed over het derde kwartaal van het fiscale jaar 1995 zelfs een verlies van 2,8 miljoen dollar omdat het eveneens fors heeft geinvesteerd in Internet-bedrijven. De netwerkorganisaties doen er namelijk alles aan om hun toekomst veilig te stellen. Er wordt meer gezaaid dan geoogst. De winst van America Online over 1994 bedroeg een magere 6 miljoen dollar op een omzet van 104 miljoen. CompuServe sleepte weliswaar 102 miljoen binnen op een omzet van 429 miljoen, maar dat heeft het bedrijf hoofdzakelijk te danken aan andere activiteiten. Prodigy, een joint venture van IBM en Sears, zou sinds haar oprichting in 1987 meer dan een miljard dollar hebben verloren en pas in februari van dit jaar winst hebben gemaakt, overigens ook weer dankzij een World Wide Web-bladerprogramma dat bij het abonnement wordt geleverd.

Al deze bedrijven bereiden zich voor op een hevige concurrentiestrijd, die zich grotendeels buiten hun eigen landsgrenzen zal afspelen. Zo zijn de drie belangrijkste computerbedrijven - IBM, Apple en Microsoft - inmiddels allemaal hun eigen netwerken begonnen. IBM richt zich met het IBM Global Network vooral op zakelijke gebruikers en Apple hoopt met eWorld de eigenzinnige Macintosh-gemeenschap te verenigen. Als belangrijkste concurrent wordt evenwel het Microsoft Network gezien, dat vanaf eind augustus in 35 landen en in twintig talen beschikbaar zal zijn. De navigatie-software voor dit netwerk zal worden geintegreerd met Windows 95, de opvolger van Windows 3.1, 's werelds populairste besturingssysteem voor PC's. Marktanalisten verwachten dat van dit programma twintig tot dertig miljoen exemplaren zullen worden verkocht. Zelfs als maar vijf procent van de gebruikers zich zou abonneren op het netwerk, dan zijn dat er nog altijd 1 tot 1,5 miljoen. Microsoft-topman Bill Gates heeft beloofd de tarieven zo laag mogelijk te houden. Alleen voor sommige diensten zal betaald moeten worden. Ook rekent Microsoft geen hoge provisies over de inkomsten van bedrijven die informatie via het netwerk willen aanbieden: hooguit 30 procent.

CompuServe en America Online eisten tot voor kort meer dan vijftig procent van hun inkomsten op, onder meer om gratis technische ondersteuning aan gebruikers te kunnen verlenen. En dat is niet het enige dat het netwerk zo bijzonder maakt. Net als alle andere online-diensten biedt ook Microsoft Network zijn gebruikers toegang tot Internet. Worden via Internet bestellingen gedaan, dan vindt de financiële afhandeling daarvan plaats in de beveiligde Microsoft-omgeving.

Veertig informatie-aanbieders hebben inmiddels al contracten met Microsoft gesloten, waaronder Borland en Lotus, softwarehuizen die Microsoft nooit een warm hart hebben toegedragen. Klanten van Kodak kunnen via het netwerk straks digitale versies van foto-negatieven bekijken en foto's naar kennissen sturen.

CompuServe en America Online zijn bepaald niet blij met de concurrentie van Microsoft. Zij vinden dat Microsoft zijn monopoliepositie misbruikt door in 's werelds populairste besturingsprogramma voorzieningen voor een eigen netwerk aan te brengen. “Windows 95 wordt de kiestoon van de digitale eeuw”, zegt directeur Steve Case van America Online. “Microsoft moet niet ook nog eens de telefoonlijnen willen aanleggen.” Advocaten in de Verenigde Staten onderzoeken of Microsoft de anti-trustwetgeving niet heeft overtreden. Mocht dat wel het geval zijn dan zal Microsoft de navigatiesoftware uit Windows 95 moeten verwijderen.

Niet alleen Microsoft vormt een bedreiging voor de bestaande informatiediensten. Grote uitgeverijen zijn doodsbang dat ze de boot missen als zij hun informatie niet elektronisch aanbieden. Op de Global Online Services Summit in Brussel gaf Helmut Fluhrer van het Duitse uitgeversconcern Burda dan ook ruiterlijk toe de komst van elektronische informatie-diensten als een bedreiging te zien. Vandaar dat Burda samen met Pearson en Matra Hachette dit najaar een eigen online-dienst begint, Europe Online. De naam is niet toevallig gekozen: bij het project zijn twee voormalige werknemers van America Online betrokken. Er zal nauw worden samengewerkt met Interchange, het elektronische netwerk van telecomgigant AT&T dat zich vooral op zakelijke gebruikers richt. Het informatie-aanbod zal volledig op Europese gebruikers worden afgestemd. Europe Online moet volgens eindredacteur Mark Frieser het elektronische hart van Europa worden, waar vrij kan worden gediscussieerd over onderwerpen als de Franse verkiezingen of de metaalstaking in Duitsland. Voorlopig gebeurt dat in drie talen: Engels, Duits en Frans. Concurrentie kan het bedrijf verwachten van CompuServe - dat met kantoren in München, Parijs en Reading (Groot-Brittannië) zijn greep op de Europese markt al enorm heeft verstevigd - en de nieuwe joint venture van America Online en Bertelsmann. Het grootste uitgeversconcern ter wereld krijgt de leiding van een onderneming die haar activiteiten begint in Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Ook Prodigy lonkt naar Europa. De infrastructuur - het IBM Global Network van mede-aandeelhouder IBM - ligt er al. Ook het uitgeversconcern NewsCorp van Rupert Murdoch zit niet stil. Het nam de loodlijdende informatiedienst Delphi Online over en gaat nauw samenwerken met telecomgigant MCI, dat onlangs een belang van 2 miljard dollar in News Corp. heeft genomen. Ook de Italiaanse uitgeversgroep Grauso wil wereldwijd online-diensten gaan aanbieden. De groep, eigenaar van de krant L'unione Sarda en een aantal Poolse kranten en televisiestations, is ook eigenaar van Video On Line: een netwerk van hogesnelheidsverbindingen tussen Europa en de Verenigde Staten, Rusland, China, Zuid-Afrika en Tunesië. De toegang tot het net is gratis, alleen voor een aantal diensten (zoals het raadplegen van databanken en elektronische kranten) zal betaald moeten worden. Video On Line heeft verbindingen met werelddelen die zelfs door Internet niet bereikt worden, zoals de Arabische wereld en Afrika.

Of Europa groot genoeg is voor zoveel aanbieders zal nog moeten blijken. Europa is een nog vrijwel onontgonnen gebied voor de netwerkorganisaties. Tot voor kort bestonden er alleen kleinere nationale computernetwerken zoals Videotex in Nederland. Het grootste Europese online-succes is eigenlijk alleen het Franse Minitel geweest, hoofdzakelijk omdat de Franse PTT de voor deze dienst benodigde computers gratis uitdeelde. Met 6,2 miljoen gebruikers laat Minitel CompuServe en America Online nog altijd ver achter zich. Maar Minitel is technologisch verouderd, ook al wordt er gewerkt aan een verbinding met Internet.

In ons land is PTT Telecom betrokken bij Planet Internet, een netwerk dat is opgezet samen met uitgeverij Quote. Net als bij CompuServe biedt Planet Internet via een knoppenbalk, ontworpen door de graficus Jaap Drupsteen, toegang tot verschillende diensten en tot Internet. Planet Internet zal zelf geen commerciële informatie aanbieden. Het treedt hooguit als intermediair op. Volgens directeur Paul Wevers, afkomstig van de uitgeverijen VNU en Kluwer, is zijn bedrijf met verschillende partners in onderhandeling, maar namen wil hij nog niet vrijgeven. “We hadden makkelijk een complete advertentie-boulevard kunnen opzetten, maar we concentreren ons liever op de inhoud.” Het abonnement van 29,95 gulden per maand voor zes uur 'netsurfen' is aan de hoge kant, zeker vergelen met andere informatie-aanbieders in Europa, maar daar staat tegenover dat dit najaar overal in Nederland tegen lokaal telefoontarief kan worden ingebeld. “Het heeft geen zin om ons te vergelijken met bedrijven als CompuServe”, zegt Wevers. “We zijn het enige netwerk met Nederlandstalige informatie en een Nederlandstalige helpdesk.” Ook Planet Internet overweegt vestigingen in andere Europese landen te openen. Het telecommunicatiebedrijf Unisource, waarin PTT Telecom participeert met Zweedse en Zwitserse zusterbedrijven, moet daarbij een cruciale rol gaan spelen.

De activiteiten van de netwerkorganisaties beperken zich overigens niet alleen tot Europa. Het Japanse Nifty-netwerk van Fujitsu telt al 1,6 miljoen gebruikers en groeit met 70 procent per jaar. Nummer twee op de ranglijst is PC VAN van het elektronicabedrijf NEC. Beide ondernemingen proberen hun invloed in Zuidoost-Azië uit te breiden door licenties aan Taiwan en Korea te verkopen. Via samenwerkingen met CompuServe en GEnie wordt ook naar de VS gekeken.

Velen zijn ervan overtuigd dat dit internationale geweld zal resulteren in een enorme concurrentiestrijd. In Brussel sprak Michael Di Clemente van het Amerikaanse reclamebureau Lord Dentsu & Partners dan ook van een 'slag om de vingertoppen'. Verdienen bedrijven als Prodigy en America Online nu nog hoofdzakelijk aan elektronische babbelboxen - via dit systeem kunnen gebruikers met behulp van het toetsenbord rechtstreeks met elkaar communiceren - in de toekomst zal men voor het gebruik van faciliteiten moeilijk nog geld kunnen vragen. De organisaties zullen dan ook vooral op andere inkomsten zijn aangewezen zoals advertenties en sponsoring. Die mogelijkheden worden nu nog nauwelijks benut. Het grootste probleem is volgens Di Clemente van Lord Dentsu dat er nauwelijks marktgegevens zijn over de gebruikers van netwerkdiensten. Marktonderzoek is lastig omdat commerciële informatie-aanbieders kampen met een hoge churn rate: dertig tot veertig procent van de abonnees schakelt vaak al na enkele maanden over op een concurrerend netwerk of zegt gewoon zijn abonnement op. “De markt is nog erg onrustig, het is dan ook geen wonder dat de meeste adverteerders de kat uit de boom kijken”, zegt Di Climente. Dat geldt trouwens ook voor ondernemingen die diensten en produkten via de netwerken aanbieden. Hoewel sommige pagina's op Internet door 100.000 mensen per dag worden bekeken, worden er via de digitale snelweg maar heel weinig produkten besteld. Commerciële aanbieders op Internet zetten dit jaar naar schatting hooguit 125 miljoen dollar om. Velen zijn ervan overtuigd dat dit zal veranderen zodra de betalingsmogelijkheden via Internet worden verruimd, maar het is nog maar zeer de vraag of het kijkgedrag van de consument kan worden omgebogen. Mocht dat niet lukken dat ziet toekomst er voor de netwerkorganisaties er somber uit.