Het Alkmaar van Greenpeace

Brent Spar, het Agincourt, het Alkmaar van de milieubeweging; het Waterloo van de vervuilers. Zal de 20ste juni 1995 samen met de naam van het drijvende olievat het historisch feit gaan vormen dat straks door de kinderen van een schonere wereld uit het hoofd moet worden geleerd?

Het afgedwongen besluit van Shell om de Brent Spar niet tot zinken te brengen, hoort tot de grootste overwinningen van de milieubeweging, en dit niet alleen doordat het om zo'n vervaarlijk, telegeniek object ging. De milieubeweging had een formidabele tegenstander. De leek die zich columnist noemt, kan het niet beoordelen. Hij hoort tot de miljoenen leken die de samenvattingen van de wetenschappelijke rapporten lezen. In die van Shell staan de bewijzen dat het verreweg het beste voor iedereen is als dit olievat naar de bodem van de oceaan zakt. In die van Greenpeace wordt aangetoond dat op die manier een van de grootste milieurampen aller tijden in zee wordt voorbereid. Op de televisie verschijnen betrouwbaar uitziende geleerden die verklaren dat het kan vriezen of dooien en dat beide hun voor- en nadelen hebben.

Dan blijkt de Britse regering onwrikbaar in haar overtuiging. Hoewel andere regeringen en politieke leiders zich tegen Shell verklaren, lijkt er niets meer aan te doen. Maar op het nippertje lekt nòg een zeer geheim rapport uit. Andere deskundigen hadden al veel eerder bewezen dat het 'afzinken' fataal zou zijn. Weliswaar ging dit rapport over het 'afzinken' in een ondiep zeegebied, en niet over een diepte van 2.500 meter, maar afzinken bleef afzinken en premier Major kon praten als Brugman, maar Shell had de rekening van winst en verlies opnieuw definitief opgemaakt en het dumpen gaat niet door. Het ding wordt aan de wal gedemonteerd en als er dan iets mis gaat zal de strijd over de verantwoordelijkheid worden hervat.

Ook wie vrijwel geen verstand heeft van de verhouding tussen olie en milieu kan begrijpen dat het afzinken de zee geen goed zou hebben gedaan. Maar van vrijwel niets dat tot het oliewezen hoort gaat het milieu vooruit. Dat weet iedereen die weleens aan het strand in een plak teer heeft getrapt. Raffinaderijen, synthetische gevaarlijke stoffen, uitlaatgassen, lekkages, het is allemaal deel van de vervuiling waarbij we ons min of meer hadden neergelegd.

Hoe komt het dan dat de Brent Spar die protestbeweging heeft ontketend waardoor de multinational, niet voor een kleintje vervaard en nu misschien - theoretisch - in het bezit van niet de slechtste papieren, door de knieën is gegaan? Doordat het milieu een doorslaggevende politieke factor is geworden en dus een bron van macht. Helmut Kohl, wiens partij zich heftig verzet tegen invoering van de maximum snelheid op de Autobahn, heeft zich tegen Shell gekeerd. Het is niet zo'n wonder voor wie bedenkt dat zijn CDU zich serieus bedreigd voelt door een rood-groene coalitie van socialisten en Groenen. De Bild Zeitung, die nog nooit voor een vies luchtje is teruggeschrokken, heeft opgeroepen tot een eeuwige boycot tegen Shell. De heer Bolkestein, toonbeeld van rationeel handelen, vond het niet verstandig van Shell de Brent Spar te willen laten zinken. Het milieu is een band wagon geworden, een van de weinigen zaken waarvoor de kiezers bereid zijn, in geestdrift de partij van de beschermers te kiezen.

Wie zich afvraagt hoe dat komt, raakt al vlug verstrikt in speculaties over de inhoud van het collectieve onderbewuste in de postmoderne tijd. Er moet een dreiging worden bezworen; de nieuwe vijand die op ons loert uit honderd hinderlagen, in honderden vermommingen. Uit de zee, de ozonlaag, het met fosfaat doordrenkte weiland en de schachten waar de kernladingen ontploffen. De vijand kijkt ons aan door de ogen van de directeur van Schiphol of Shell, die van een DNA-manipulator of van de Stier Herman zelf. Als zich dan iets aandient, zo groot en overzichtelijk als de Brent Spar, verdedigd door iemand die zo is afgebrand als de Britse premier, had - achteraf bezien natuurlijk - de milieubeweging er donder op kunnen zeggen dat ze het zou winnen.

Het opmerkelijke is dat deze wending in de politiek niet algemeen Westers is, maar hoofdzakelijk tot West-Europa beperkt blijft. In de Verenigde Staten raakt in de Republikeinse 'revolutie' het milieu juist weer op de achtergrond. Daar worden natuurgebieden opgeheven, reservaten aan jagers prijsgegeven, en beperkt de milieubescherming zich hoe langer hoe meer tot de restaurants en de kantoren waar niet meer mag worden gerookt. De woede richt zich tegen de bureaucraten van Washington, de tolerantie van de counter culture, de perfide aborteurs en alle nieuwlichters waaraan het in wezen gezonde volk zijn ellende te danken heeft. Misschien zou je kunnen zeggen dat het Amerikaanse politiek-rustieke verzet tegen de 'arrogantie' van Washington, en de Europese strijd tegen de vervuilende giganten in wezen een protest is tegen dezelfde machteloosheid - maar hier naderen we tot de interpretatie van het collectieve onderbewuste en dit gebied wil ik vermijden.

Gemakkelijk valt het verzet tegen Shell op inconsequenties te betrappen. We kunnen dit voorgenomen afzinken ook zien als een relatieve kleinigheid. Hoeveel strijdbaren die Shell hebben geboycot, lieten hun tank vollopen bij Mobil of Esso om daarna het gaspedaal weer flink in te trappen of walmend in de file te staan of om de hoek de boodschappen te doen die ze voor ieders gezondheid beter op de fiets hadden kunnen halen? Intussen is de voorhoede der miljoenen alweer begonnen aan de jaarlijkse aanval op het milieu door met vakantie te gaan en aldus het personeel van luchtvaartmaatschappijen, vliegvelden en de toeristenindustrie in Zuid-Europa van werkgelegenheid te verzekeren. De grootste milieuramp is, vanouds, de oorlog. Wat de afgelopen vier jaar in Joegoslavië is aangericht, valt in geen veertig jaar op te ruimen.

Hoe bewonderenswaardig Greenpeace ook is, en hoe nuttig deze actiegroep ook kan zijn, de strijd om een redelijk milieu (zuiver wordt het nooit meer) wordt niet gevoerd met incidentele bezwerende operaties. Het blijft een zaak van de politiek die zich bezighoudt met werkgelegenheid en veiligheid. Het gaat er tenslotte om waar de grenzen liggen en hoeveel we voor welke levensvoorwaarde willen betalen.

Hoe dan ook, Greenpeace heeft het gewonnen, in een monsterverbond dat deze organisatie zelf zal hebben verrast. En tenslotte: dit is een oplossing waarbij de vissen zijn gered en de werkgelegenheid in het sloopbedrijf zal toenemen. Beter kan niet. Wie klaagt als de benzineprijs omhoog gaat, is een kniesoor.