HARRY GWALA; De laatste stalinist

KAAPSTAD, 21 JUNI. Harry Gwala, de fameuze leider van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) in de provincie KwaZulu/Natal, stierf gisteren op 74-jarige leeftijd aan een hartkwaal, terwijl zijn revolutie maar half is geslaagd. Zuid-Afrika mag verlost zijn van de apartheid, het is niet de socialistische staat naar Cubaans voorbeeld geworden waar hij zijn hele leven in heeft geloofd. Voor “de laatste stalinist van het zuidelijk halfrond”, een titel die hij met trots droeg, leidden de nationale verzoening en het gematigde beleid van het ANC maar af van het einddoel: de macht aan het zwarte proletariaat.

Gwala was een strijdbare geest in een machteloos lichaam. Tijdens zijn negentien jaren gevangenisschap op Robbeneiland liep hij een spierziekte op, waardoor hij zijn armen en nek niet kon bewegen. Het kon Gwala niet temmen. Zijn onverzettelijkheid in de strijd tegen de Inkatha Vrijheidspartij van Mangosuthu Buthelezi, die hij “het surrogaat van het apartheidsbewind” noemde, maakte hem mateloos populair bij de radicale jonge comrades in het ANC.

Gwala speelde een hoofdrol in het geweld in KwaZulu/Natal, dat sinds het midden van de jaren tachtig aan zeker tienduizend mensen het leven heeft gekost. Een Britse krant plaatste hem in het rijtje van de gevaarlijkste warlords ter wereld. Volgens Inkatha was Gwala het brein achter de doodseskaders van het ANC, die meer dan tweehonderd Inkatha-leiders in het gebied om het leven zouden hebben gebracht. Gwala bleef er onbewogen onder, zo bleek uit een vraaggesprek met deze krant in oktober 1992. “En dan zullen er tweehonderd-en-zoveel van hun leiders zijn omgekomen, dat weegt toch niet op tegen de duizenden onschuldigen die zijn omgekomen en die hun huizen en familie hebben verloren door toedoen van Inkatha?”

De laatste jaren bracht Gwala, net als zijn vriendin Winnie Mandela, het ANC in verlegenheid met zijn kritiek op de gematigde vleugel van de partij en de onderhandelingen met de Nationale Partij. De Zuidafrikaanse communistische partij, alliantiepartner van het ANC, schorste hem vorig jaar als lid nadat Gwala ervan was beschuldigd dat hij hit squads de opdracht had gegeven om gematigde ANC-leiders in de provincie te vermoorden. Gwala was meer en meer de strijder van gisteren, een stoorzender in het verzoeningsklimaat. Maar met zijn vreesloze verzet heeft hij zich een plaats veroverd in de eregalerij van opponenten tegen de apartheid. Zelfs Inkatha noemde Gwala gisteren “een ware zoon van Afrika”.