Gaasterland vreest komst van natuurgebied

In Nederland komt in totaal 250.000 hectare nieuwe natuur, als onderdeel van het plan Ecologische Hoofdstructuur. In Friesland wordt negenduizend hectare grond aan de landbouw onttrokken en omgezet in natuurgebied. Een van de drie grotere aangewezen Friese gebieden ligt in het bosrijke Gaasterland, waar 550 hectare is 'ingekleurd'.

WYCKEL, 21 JUNI. Het zou beslist een onderwerp zijn voor een sociaal-psychologische studie, zegt prof. dr. H. Folmer, hoogleraar economie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en dagelijks bestuurslid van de Friese Milieu Federatie. In zijn geboortestreek, het zo rustige en gezagsgetrouwe Gaasterland, sloeg enkele maanden geleden de vlam in de pan.

Op een bijeenkomst belegd door de provincie en de landbouworganisaties, zagen boeren tot hun schrik dat hun landbouwgrond 'ingekleurd' was en op de nominatie stond te worden omgevormd tot waardevol natuurgebied. “Dat is voor een boer hetzelfde als wanneer een buurtbewoner hoort dat zijn woning weggesaneerd wordt”, zegt Folmer.

Bij de normaal ietwat bedeesde Gaasterlanders sloegen de stoppen door. De Initiatiefgroep Verontruste Gaasterlanders (IVG) zette een handtekeningenactie op, waaraan 75 procent van de Gaasterlanders deelnam. Eerste-Kamerleden - die over enige tijd een beslissing nemen over de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) - werden bestookt met telefoontjes en brieven. Kerken, bedrijven, scholen en de Friese landbouworganisatie schaarden zich achter het protest. Verpaupering, leegstand en een neerwaartse economische spiraal zijn de schrikbeelden die opdoemen bij de tegenstanders, wanneer zes boerenbedrijven moeten verdwijnen en 34 landbouwers agrarische hectaren moeten inleveren. Scholen sluiten als jonge boerengezinnen wegtrekken.

Het protest lijkt succesvol. Inmiddels wil een meerderheid in de Friese Staten met minister Van Aartsen praten over een bijstelling van de plannen. Folmer, geboren en getogen in het Gaasterlandse Wyckel, is hier tegen. De streek kan juist veel profijt hebben van de nieuwe natuurhectares. Hij voorspelt dat Gaasterland kan uitgroeien tot een nieuw Gooi. Het gebied zal als vestigingsplaats voor bedrijven aantrekkelijker worden door het nieuwe natuurschoon, betoogt hij. Bovendien kan de sector recreatie en toerisme nieuwe impulsen verwachten.

Folmer wijst op de noodzaak van het op tijd verzetten van de landbouwbakens. Volgens hem heeft een groot aantal agrariërs door autonome ontwikkelingen in de landbouw geen toekomst meer. Binnen tien à vijftien jaar, zo schat hij, zal de helft van de boerenbedrijven in Nederland het hoofd niet langer boven water kunnen houden en failliet gaan. “Alleen grote landbouwbedrijven zullen het kunnen bolwerken. De technologie schrijdt voort, de opbrengsten per hectare en per dier stijgen. Machines nemen het werk over.”

Ook politieke ontwikkelingen, zoals afschaffing van EU-subsidies, maar ook de opkomende concurrentie van landen uit Oost-Europa, die nieuwe afzetmarkten zoeken, veroorzaken een daling van de werkgelegenheid in de agrarische sector. “Deze ontwikkelingen vallen niet te keren. Vergelijk het met de sluiting van de mijnen in Zuid-Limburg. Een ontwikkelingsplan dat met overheidssteun voor Limburg werd opgezet gaf de regio nieuwe kansen.”

Dat zijn streekgenoten denken deze politieke en technologische ontwikkeling te kunnen stoppen als de Ecologische Hoofdstructuur van tafel is, berust op een misverstand. “Je moet die EHS juist beschouwen als een middel om de regionale economie te versterken, zoals indertijd in Limburg.” Folmer ziet verschillende voordelen. Gaasterland zou in zijn ogen een aantrekkelijk vestigingsgebied kunnen worden voor hoogwaardige bedrijven, zoals architecten-, advies- en ingenieursbureaus.

Folmer: “Gaasterland ligt op een uur rijden van de Randstad. Jaarlijks zijn er in ons land 60.000 verhuizingen van bedrijven. De Randstad en Utrecht zitten hartstikke vol en Gaasterland zou een zeer geschikt alternatief kunnen worden.”

Hij voorspelt een hausse in het cultuur- en natuurtoerisme, waarvan zijn geboortestreek ongetwijfeld zal profiteren als de 550 hectare natuurgronden zijn aangelegd. “De belangstelling voor de natuur neemt toe. Kijk maar naar het stijgend ledenaantal van natuur- en milieuorganisaties. Gaasterland is een afwisselende streek met het IJsselmeer en de Friese Meren, bossen en mooie oude stadjes als Sloten, Bolsward en Hindeloopen in de nabijheid.”

Ook verwacht Folmer de komst van een grote groep welgestelde renteniers, onder wie veel “Friezen om útens”, die naar hun “heitelân” terug zullen keren. Hij stelt dat er veel misverstanden leven bij de Gaasterlandse bevolking over de Ecologische Hoofdstructuur. Zo vrezen veel boeren dat ze verplicht worden hun gronden te verkopen aan de overheid. Folmer: “Niemand wordt van zijn land gezet. De verkoop is geheel vrijwilig.” Maar als de Gaasterlandse boeren verstandig zijn, gaan ze op het aanbod is, verklaart de Wageningse hoogleraar. “Doordat melk- en grondprijzen zakken, zal hier binnen tien à vijftien jaar een overschot aan landbouwgrond ontstaan. De overheid biedt de boer nu een prijs die hij anders op de markt ook zou krijgen. Als er land uit produktie wordt genomen, hebben andere boeren daar baat bij, omdat de prijzen dan mogelijk stabiel blijven.”

Folmer vindt het ook uit natuuroogpunt terecht dat de Gaasterlandse landbouwgronden worden omgevormd tot natuurgebied. “Het deel van het IJsselmeergebied grenzend aan de Marderhoek, waar 175 hectare gepland staat, is een natuurgebied van internationaal belang is. Hier rusten en fourageren de aalscholver, zwarte stern, brilduiker en visdief.” De boeren gebruiken in zijn ogen sentimentele argumenten. “Ik snap dat de plannen emoties oproepen, maar een uitzondering maken voor Gaasterland kan niet. De plannen zijn hier al aangepast, want oorspronkelijk zou 1000 hectare landbouwgrond onttrokken worden. Als dit Natuurbeleidsplan niet doorgaat is dat een ramp voor de natuur, de boeren en de regionale economie. De landbouw zal zeer sterk teruglopen en de boeren krijgen steeds lagere grondprijzen. Het is net of ze de regenwolk wel zien hangen, maar niet geloven dat het zal gaan regenen. Afwachten, stelt men. Zo'n houding kan rampzalig zijn.”