Falen Telecom 2 triomf kabelfirma's

UTRECHT, 21 JUNI. “Jan, bel jij BellSouth vanavond nog even?”, vroeg Enertels president-commmissaris dr.ir. W.J. Naeije gisteravond aan ir. J. Thierry. De directievoorzitter van Enertel beloofde de Amerikanen te informeren dat het plan om samen, als Telecom 2, een telecommunicatiebedrijf op te richten zojuist schipbreuk had geleden.

Begin dit jaar mocht Thierry, een stuk triomfantelijker, BellSouth nog presenteren als de gerenommeerde internationale operator die Enertel zou helpen om PTT Telecom in 1996 een volwaardige landelijke concurrent te bezorgen. BellSouth zou een belang van 20 procent krijgen in Telecom 2, de aandeelhouders van Enertel - NS (25 procent) en de energiemaatschappijen Eneco, Nuon, Edon, PNEM, Mega Limburg, Deltan, EBA, EZH, Remu en PEN - de resterende 80 procent. Met BellSouth als partner, wist Thierry, was het “voor 95 procent zeker” dat Enertel de markt zou opgaan.

De keuze voor de Amerikanen leek de laatste stap op weg naar uitvoering van het plan van toenmalig minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) om PTT Telecom meer concurrentie te bezorgen. Zij had NS, energie- en kabelbedrijven uitgenodigd hun telecom-netten te bundelen en geschikt te maken voor allerlei vormen van openbare telecommunicatie. Mededinging in de infrastructuur, had adviesbureau McKinsey de minister laten weten, was dringend nodig om particulieren en bedrijfsleven te voorzien van meer en betere telecommunicatiemogelijkheden. McKinsey hekelde vooral het gebrek aan voldoende huurlijnen van PTT Telecom. De komst van een krachtige mededinger zou ongetwijfeld leiden tot meer capaciteit en lagere kosten.

Met het oog op de naderende liberalisering van de Europese telecom-markt leek het geen slecht idee Nederlandse bedrijven een steuntje in de rug te geven. Het kapitaal dat NS, energie- en kabelbedrijven al in de grond hadden liggen zou aanmerkelijk rendabeler worden gemaakt, Nederland hoefde niet opnieuw te worden omgespit en de concurrentie zou snel een feit zijn.

Om oeverloze discussies te vermijden beperkte het overleg binnen Enertel zich tot de aandeelhouders. De circa 140 kabelbedrijven wier abonnees voor het telecommunicatieverkeer op het net moesten zorgen zouden zich mettertijd wel aansluiten, was de veronderstelling. De bij Enertel betrokken energiebedrijven hadden via hun kabeldochters toch al de controle over 40 procent van de huisaansluitingen.

Gisteren bleek hoe cruciaal die vergissing was. Was het gemor binnen de Vecai, de vereniging van kabelexploitanten, aanvankelijk alleen voor de goede verstaander hoorbaar, gaandeweg werd de oppositie luidkeels gevoerd. De kabelexploitanten wensten zelf uit te maken wat ze hun abonnees voor nieuwe telecomdiensten zouden aanbieden. Zij dienden immers miljarden in nieuwe technolgie te investeren, zij droegen immers de grote commerciële risico's. De landelijke aanbieder van infrastructuur, aldus de Vecai, zou alleen zijn net mogen aanbieden voor de verbindingen tussen de diverse kabelnetten.

De scheiding tussen de energiebedrijven, die uiteindelijk voor het 'netwerk van netwerken' hebben gekozen, en de NS markeert het verschil in opvatting over de marsroute. De Spoorwegen blijven van mening dat een louter 'faciliterende' rol onvoldoende mogelijkheden biedt voor concurrentie met PTT Telecom en eisen een sturende rol in de dienstverlening op het net. De energiebedrijven hebben, aldus Eneco-voorzitter Naeije, hun ambities verlaagd tot het beheer van de 'lange lijnen' en verwachten dat de kabelbedrijven mans genoeg zijn om met PTT Telecom concurrerende diensten te ontwikkelen.

De Vecai is de lachende derde bij het vertrek van NS uit Enertel. Haar leden kunnen straks wellicht kiezen uit faciliteiten van NS of Enertel. Maar ook PTT Telecom zal met enig leedvermaak de ontwikkeling beschouwen. Enertel-directeur Thierry schatte gisteren dat de beoogde concurrent voor de PTT al gauw een jaar achterstand heeft opgelopen.