Europese luchtvaart wil aparte verdragen met VS

LUXEMBURG, 21 JUNI. De Europese ministers van transport blijven bij hun standpunt dat ze het best zelf kunnen onderhandelen over een luchtvaartverdrag met de Verenigde Staten. Wel geven ze Europees commissaris Neil Kinnock nog een kans aan te tonen welke voordelen een gemeenschappelijk luchtvaartverdrag met de Verenigde Staten heeft boven bilaterale verdragen. Dat bleek gisteren tijdens een bijeenkomst van de transportministers in Luxemburg.

Kinnock stelt dat de Unie-landen voordeliger verdragen uit de onderhandelingen kunnen slepen als ze gezamenlijk optreden. Hij heeft onlangs Oostenrijk, België, Finland, Luxemburg en Denemarken voor het Europees Hof gedaagd, omdat ze tegen een verbod van de Commissie in onderhandelingen zijn begonnen over een zogeheten open skies agreement met de Verenigde Staten. Groot-Brittannië is door de Eurocommissaris in gebreke gesteld. Nederland heeft in 1992 al een open sky verdrag gesloten met de Verenigde Staten, en valt buiten de maatregelen die de Eurocommissaris nu neemt.

Nederland steunt Kinnock, mits hij kan aantonen dat een commissieverdrag meer voordelen oplevert dan bilaterale verdragen. “We willen een diepgaande analyse van de toegevoegde waarde die communautaire onderhandelingen zouden hebben, om te zien of het nodig is dat de commissie onderhandelt”, aldus minister Jorritsma gisteren. Als de Europees commissaris kan aantonen dat hij tot een voordeliger verdrag kan komen dan Nederland nu heeft, is Jorritsma bereid mee te doen aan het gezamenlijk verdrag. “Maar het verdrag dat we hebben is de bottom-line”, aldus Jorritsma. “Wij hebben geen moeite met een liberale opstelling.”

De Europese ministers van transport hebben gisteren verder besloten dat het net van de Hoge Snelheidstrein moet gaan voldoen aan geharmoniseerde Europese normen. Ook hebben ze een minimumsnelheid vastgesteld voor de HST op ten minste 250 kilometer per uur op nieuw spoor en op 200 kilometer per uur op aangepast spoor. Frankrijk, momenteel voorzitter van de Europese Unie, had een snelheid van minimaal 300 kilometer gewild, maar daarin kon onder andere Nederland niet meegaan. “Dat haalt de trein niet eens voor de Nederlandse grens”, aldus Jorritsma gisteren.