Een werkonderbreker afkomstig uit Porlock

Onaffe kunstwerken zijn weinig in tel. In figuratieve kunst zijn ze moeilijk voorstelbaar, maar ook muziekstukken worden compleet opgeleverd, met Schuberts Onvoltooide als uitzondering. In de literatuur is ook geen plaats voor onvolledige werken, boeken worden nogal eens gelezen om 'hoe het afloopt'.

Voor gedichten geldt dit al evenzeer, vaak wordt de betekenis ervan in de slotregels onthuld. Toch is de Engelse dichter Samuel Coleridge (1772-1834) wereldberoemd geworden door fragmenten; zijn Kubla Khan behoort zelfs tot het beste dat de Engelse dichtkunst heeft voortgebracht. Het telt 54 regels, het hadden er twee- à driehonderd moeten zijn. Het fragment vormt geen overblijfsel, zoals de scherf van een Griekse urn, er is domweg nooit meer geweest. Maar het bleek hoogst levensvatbaar. Langer en niet minder bekend dan het gedicht is de inleiding. Coleridge vertelt hoe hij terecht is gekomen in een eenzame boerderij aan de rand van de heide van Exmoor. Vanwege een licht ongemak (verslaving vermoedelijk) neemt hij wat opium in, valt in slaap en componeert in zijn droom een driehonderd regels tellend gedicht. Ontwaakt uit zijn droom schrijft hij de versregels op. Maar dan wordt hij gestoord door 'een persoon uit Porlock' waarna de rest uit zijn geheugen blijkt te zijn verdwenen. Die 'persoon uit Porlock' alleen al is berucht geworden, Nabokov bijvoorbeeld gebruikte hem als aanvankelijke titel voor zijn roman Gebroken schild.

Kubla Khan verbeeldt in een visionair gedicht, evocatief en niet zonder exaltatie, een exotisch landschap:

In Xanadu did Kubla Khan A stately pleasure-dome decree: Where Alph, the sacred river ran Through caverns measureless to man Down to a sunless sea. .....

Maar het landschap waaraan het gedicht refereert, de kale steppen van Mongolië, haalt het niet bij de schitterende omgeving van Coleridge' boerderij “tussen Porlock en Linton, een kwart mijl van de kerk van Culbone”. Vanuit Porlock, waar de nazaten van de werkonderbreker onbekommerd en zonder merkbaar schuldbesef rondlopen, is Culbone Church, dat dateert uit het vorige millennium, uitsluitend en alleen te voet bereikbaar. Het zandpad voert ons een tweetal uren over een steile helling boven de zee door een mooi loofbos waar edelhert, bonte vliegenvanger en wilde cyclaam zich thuis voelen. Vanaf het kerkje wordt het moeilijker, want de boerderij, Ash Farm, (net als in 1797 nog steeds de enige in de omtrek) ligt ergens honderd meter hoger en driehonderd meter verder aan de rand van het bos. De kaart zegt dat een beekje de weg moet kunnen wijzen. Langs braamstruiken en over hertenwissels bereiken we na een half uur een landweggetje dat eindelijk naar Ash Farm leidt. Achteraf blijkt dat een nog kleiner stroompje de juiste keuze was geweest. Maar hier worden wandelaars geweerd: 'no footpath'! Of wil men alleen maar personen uit Porlock tegenhouden?