De nasleep van de onbeperkte vrijheid; Twee formidabele documentaires in eindexamenoogst op Filmacademie

Eindexamenprodukties Nederlandse Film en Televisieacademie/Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Amsterdam, De Meervaart, wo do vr. De meeste films en videotapes worden ook vertoond tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht (20 t/m 29 september).

'Een van de beste filmscholen van de wereld', noemt Richard Woolley, directeur van de Nederlandse Film en Televisieacademie, zijn eigen instelling in het voorwoord bij de catalogus 'Lichting 95'. De Engelse directeur lijdt in ieder geval niet aan de Nederlandse kwaal van valse bescheidenheid. Hij had ook - met minstens even veel recht - kunnen klagen dat de Amsterdamse filmschool een van de weinige ter wereld is waar de studenten om budgettaire redenen niet met 35mm-materiaal kunnen werken. Of dat binnenkort, eveneens wegens bezuinigingen, de studierichtingen speelfilm en documentaire samengevoegd moeten worden tot één opleiding regie.

Het internationale niveau van de eindexamenprodukties kan goed getoetst worden, als in december van dit jaar het Amsterdamse studentenfilmfestival Cinestud in Kriterion herrijst na tien jaar te hebben gesluimerd. Zeker is dat van de achttien eindexamenprodukties van dit jaar de documentaires gemiddeld veel beter zijn dan de fictiefilms. Twee van die documentaires, niet toevallig beide met een sterk autobiografisch element, zijn inderdaad van wereldniveau. Het op video gedraaide Sneeuwwitje van Jelka Anhalt en de door de VPRO gecoproduceerde film De kresj van Marije Meerman zouden in de competitie van een internationaal documentairefestival gedoodverfde prijswinaars zijn.

De in 1967 ('in dezelfde week als prins Willem Alexander') geboren Marije Meerman bracht de eerste jaren van haar leven door in de anti-autoritaire crèche 'Prins Constantijn' - de ironie van die naam valt bijna niet meer uit te leggen - waar op de muur de leuze geschreven stond: 'Leef en werk in de geest van Lenin'. Hoe precies de combinatie van communisme en optimale lustbeleving daar in de praktijk gebracht diende te worden en langs welke weg dit sociale laboratorium 'de nieuwe mens' moest voortbrengen, valt buiten het bestek van de film. Ondanks aandrang van de VPRO om ook met de ouders te gaan praten, beperkt Meerman zich tot vertederende archiefbeelden van met poep spelende cherubijntjes en van in politieke geheimtaal raaskallende volwassenen. Ze zocht haar toenmalige speelkameraadjes op om te informeren hoe het nu met ze gaat.

De kresj is dus geen film over toen, maar over de jaren negentig. Het is het antwoord op Louis van Gasterens documentaire over de generatie van de jaren zestig, Hans - Het leven voor de dood. Wonderlijk genoeg lijkt De kresj ook op Hans. Marije Meerman, die zeer tegen de traditie van de Filmacademie in, zelf interviewt én draait, betoont zich een fantastische cameravrouw, die fysiek contact zoekt en niet loslaat, als in de traditie van 'direct cinema'. In een schitterende scène met de ex-kraker Jasper, die woedend zijn voormalige onderkomen zelf sloopt, maar niet wil praten, dwingen camera en vragenstelster hem toch daartoe. Het lijkt wel of de film steeds uit het kader wil breken, om te onthullen wat daar schuil gaat.

Op een bepaalde manier is het Meerman namelijk niet helemaal gelukt om het steeds voelbare verdriet en de verbittering over hun verleden als proefkonijn in beeld te krijgen. Het lijkt wel of ze zich inhoudt, of ze uit solidariteit met de idealen van toen, de geest niet helemaal uit de fles wil laten. Wat resteert zijn een paar schitterende portretten van lucide twintigers, die meer in verwondering dan in wrok omzien. Zoals barkeeper Milo het formuleert: “Ik zeg in dat oude filmpje dat ik de troep niet op wil ruimen, omdat ik het niet kan. Eigenlijk zeg ik dat nog steeds”.

Ook Jelka Anhalt houdt zich in haar videodocumentaire Sneeuwwitje bezig met de nasleep van het tijdperk van de onbeperkte vrijheid. Er zijn drie vrouwelijke hoofdpersonen: Shirley, een heroïneprostituée, die haar kind heeft moeten afstaan en voor wie weinig hoop meer bestaat; Poldi, die anderhalf jaar 'clean' is en sinds drie weken haar dochtertje terug heeft; en Jelka, de regisseur, die sinds ze naar de Filmacademie ging niet meer gebruikt heeft en op het punt staat te bevallen van een zoon en van een bekentenisfilm. Die betrokkenheid maakt Sneeuwwitje niet alleen tot een moedige en therapeutische onderneming, maar ook tot een film die eerlijk, zuiver en glashard is. Nog nooit zag ik het junkieverdriet zo van binnenuit, zonder hypocrisie of melodrama. Je kunt kiezen, als je verslaafd bent, tussen dood gaan of een 'half' leven leiden. Want een eerlijke junk geeft toe dat hij altijd zal blijven terugverlangen naar die minuten van absoluut, totaal genot. In deze film wordt de kinderen niets gevraagd, die mogen later hun eigen film maken.

Jelka Anhalt en haar cameravrouw Jacqueline van Vugt besparen de kijker niets. Het eenzijdig verlamde wrak Shirley wikkelt met de linkerhand het verband van haar open been en raadt de filmers aan de andere kant op te kijken. Dat doen ze niet, ook niet als Shirley later opgebaard ligt. Anhalt laat ons ook delen in het verdriet van de junk, die beseft wat hij anderen aangedaan heeft, en in de triomf van degene die overeind is gekrabbeld. In het sprookje, dat Poldi aan haar dochter voorleest, sterft de heks aan haar eigen toverdrankje. Zijzelf leeft liever lang en een beetje gelukkig. Sneeuwwitje is een documentaire als een scheermes, scherp, raak, maar ook genadig.

Naast deze twee formidabele documentaires verbleekt de rest van de jaaroogst een beetje. De dilemma's van de twee twintigers in de ordentelijke documentaire Drempelvrees van Allard Bon (werken of baren, vaste baan of Tibet) lijden bij voorbeeld onder die vergelijking. Er wordt in opvallend veel films geboren en gestorven, maar niet altijd even overtuigend.

Niet slecht, maar te weinig kritisch gemonteerd, is Simcha de Haans documentaire Onvoltooid verleden tijd, waarin enkele Indië-veteranen aannemelijk maken waarom ze zich in de steek gelaten voelen. Een zeer behoorlijke, zij het oppervlakkige opdrachtfilm is Het Koninklijk Concertgebouworkest doet Wagner (The RCO Records Wagner) van Tom Brandt. Ter promotie van de CD's die het orkest in februari opnam, volgde Brandt dirigent Riccardo Chailly, de musici, de producent van Decca en enkele andere betrokkenen. Vooral in sommige details, die de camera van Jacqueline van Vugt opving, verraadt de film meer leven en betrokkenheid dan het formaat toeliet.

Muziek speelt ook de hoofdrol in twee van de beste fictiefilms, beide zonder noemenswaardige dialogen. Vincent Soekra geeft een visitekaartje af als inventief musicalregisseur met Another Symphony in Black, een speelse illustratie van Duke Ellingtons, ook voor film bestemde compositie uit 1934, Adagio van de nachtegaal van Ruud Hendriks is een wat zwaar uitgevallen rouwimpressie op muziek van Schubert en José Retra, die voor deze gelegenheid Theodor Storms gedicht Die Nachtigall verklankte. Respect verdient ook de originele vormgeving die Shoresh Mostafa Kalantari in De betekenis van de nacht verschaft aan een langzamerhand bekend verhaal: over het door conservatieve islamistische vader en broer ontvoerde tienermeisje met andere ideeën.

De overige fictiefilms van de lichting '95 zijn het vermelden nauwelijks waard: ongelukkig opgeschreven, slecht gefraseerde en onbeholpen geformuleerde signalen van een twijfelende generatie. Harald van Eck vat het in de titel van zijn film over moderne uitvreters samen als Titaantjes + XTC = Pupiltjes. Het lijkt het juiste moment voor Woolley's school om eindelijk eens het onderwijs in scenarioschrijven serieus ter hand te nemen.