Bomschuiten

Op een heiige zomerochtend, als alle kinderen naar school zijn, alle vaders aan het werk en alle moeders de bedden aan het opmaken, kan het in ons dorp ineens erg lijken op hoe het is op oude foto's. De kerk rust zwaar op het Kerkplein; in de schaduw is het nog kil, maar in de zon voel je dat iedereen straks in een katoentje buiten kan lopen.

Het is merkwaardig dat de werkelijkheid zelf vaker doet denken aan oude foto's - van voor de oorlog of ouder - dan nieuwe foto's dat doen. Die zijn meestal of onbetekenend, of gekunsteld. Oude foto's dringen direct door tot de geest, en raken daar iets waar moderne foto's niet bij kunnen (zoals de Heinekenreclame in Engeland luidt: reaches parts other beers cannot reach). Misschien is het omdat de wereld honderd jaar geleden nog niet gewend was te worden bekeken door een lens, en zich dus nog argeloos bloot gaf, een feit dat in die foto's als een soort bijvangst is meegenomen.

Heel soms treft een hedendaagse fotograaf de oude toon, die combinatie van stilte en directheid. Oleg Klimov vorige maand, met een foto van Russische soldaten in Tsjetsjenië op de voorpagina van deze krant. Een legereenheid werd toegesproken door een officier. 'Argeloos' is misschien geen goede term, maar ook hier was een wereld vastgelegd waar de gedachte aan fotogeniekheid nog geen automatisme was.

Sinds een paar weken laaf ik mij zo nu en dan aan oude foto's van het RIVO, het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek, gemaakt tussen 1900 en 1935. Er is een reizende tentoonstelling van gemaakt die nu in Zoutkamp (Gr.) vertoeft. Maar een fototentoonstelling is eigenlijk iets nutteloos. Foto's zijn immers bij uitstek reproduceerbaar; je kunt ze net zo goed, beter, rustig thuis in een boek bekijken. Het boek met de RIVO-foto's verscheen bij uitgeverij De Alk in Alkmaar.

Op die foto's is te zien hoe het was als in 1912 een hele vloot kustvissers met volle zeilen de haven van Nieuwediep verliet. Of hoe de bemanning van een Scheveningse logger, tien mannen met petten of zuidwesters op, op het dek haring zit te kaken. (Het is 1919, alles is van hout, en alles lijkt onder de pekel te zitten. Alle mannen kijken naar de camera, ook de ene die bewoog.)

Er staan ook bomschuiten op de foto's, het soort vissersboten dat Israëls en Mesdag schilderden. Ze waren wanstaltig breed en zeilden slecht, maar aangezien Katwijk geen haven had, en Scheveningen tot 1904 ook niet, werd de platboomde bomschuit gebruikt, die het strand op kon worden getrokken. Er is nu geen enkele bom meer over, want na tien, vijftien jaar over het zand schuren waren die helemaal doorgesleten - maar deze foto's zijn er tenminste nog.

Sommige van de botters, aken en kwakken die door het RIVO zijn vereeuwigd moeten, anders dan de bomschuiten, nog wel bestaan. Op de Nederlandse wateren varen de laatste tijd steeds meer gerestaureerde traditionele zeilschepen. Dat geeft soms een heel aardig idee van hoe het er in de oude tijd uitzag. Er zijn beelden, zoals een bootje met fuikenzettende vissers, die vandaag nog even mooi zijn als toen.

Maar de visserman die rond 1920 met een baal kooigoed op de IJmuidense kade staat, is echt alleen nog maar op zijn foto te vinden - en in het lied Ketelbinkie: '...terwijl ze brulden om hun koffie/ niet van zijn kooigoed opgestaan...' Iets van de zwaarte van het bestaan van dit soort mensen spreekt uit de oude foto's. Tien of twintig mannen halen met vereende krachten netten binnen. Een meisje van hooguit vijftien, in klederdracht en met haar leren lieslaarzen tot de enkels in het water, tilt een stapel oesterpannen op.

De RIVO-foto's zijn niet gemaakt door beroepsfotografen, maar door ambtenaren van Rijkswaterstaat. Zij zetten hun lastige glasplaatcamera's op strand, kade of schip, en legden vast hoe het allemaal in zijn werk ging. Als het ook nog mooie plaatjes werden was dat bijzaak. Daarom - nu ja, óók daarom - zijn die foto's zo mooi geworden. Het is een staat van esthetische argeloosheid die nu voorgoed verloren is. Alleen heel soms is de juiste fotograaf even op de juiste plaats om hem, zoals Klimov, met geluk en talent te reproduceren.