VS overwegen hervatting van kernproeven

WASHINGTON, 20 JUNI. President Clinton overweegt om ondergrondse kernproeven te hervatten, aldus functionarissen in Washington. De Amerikaanse president zou hierbij onder zware druk staan van het ministerie van defensie.

Volgens critici in Washington zou de hervatting in strijd zijn met de Amerikaanse steun aan de de onbepaalde verlenging van het Non-proliferatieverdrag (NPV) tegen de verspreiding van kernwapens. De Verenigde Staten hebben sinds 1992 geen ondergrondse kernproeven genomen.

De minister van defensie, William Perry, zei zondag tegen het persbureau Reuter dat zijn ministerie serieus overweegt om de hervatting van ondergrondse kernproeven aan president Clinton aan te bevelen. Perry, minister van buitenlandse zaken Warren Christopher, en minister van energie Hazel O'Leary spreken deze week over de kwestie.

Specialisten van het ministerie van defensie willen graag de betrouwbaarheid van bestaande en eventueel nieuwe wapens testen voordat er een algemeen verbod op ondergrondse proeven ingaat. De Franse president, Jacques Chirac, heeft vorige week, vlak voor de topconferentie van de zeven rijkste landen in de Canadese stad Halifax, aangekondigd dat Frankrijk enkele grote proeven met kernwapens in de Stille Zuidzee zal uitvoeren. De Amerikaanse reactie op die Franse aankondiging was door de verdeeldheid in eigen kring lauw.

De Amerikaanse regering heeft vorige maand bij de verlenging van het verdrag tegen kernwapens in New York beloofd dat ze een verbod op proeven met kernwapens met ingang van 1996 zal ondersteunen. Washington deed toen die toezegging om een aantal twijfelende landen over de streep te trekken voor een permanente verlenging van het verdrag. In januari schreef president Clinton echter al in een officieel memorandum dat het nieuwe verdrag geen activiteiten kan verbieden “die nodig zijn om de veiligheid en betrouwbaarheid van ons nucleaire arsenaal in stand te houden”.

Sinds 1992 hebben in de Verenigde Staten geen ondergrondse proeven plaatsgehad. Defensiespecialisten willen echter experimenten met betrekkelijk zware hoeveelheden TNT om bestaande wapens te controleren op veiligheid en op eventuele defecten. Het gaat om proeven met bommen van tussen de 300 en 500 ton TNT. Dat is minder dan de hoeveelheid TNT in de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, 50 jaar geleden. Gegevens van dergelijke explosies kunnen echter ook worden gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe wapens. Binnen de Amerikaanse regering gaan ook stemmen op om alleen de vijf officiële kernmachten, Amerika, Rusland, China, Frankrijk en Engeland, toestemming te geven voor een bepaalde of zelfs onbepaalde tijd om ondergrondse proeven te houden.