Voorhoeve: snel duidelijkheid over Srebrenica

DEN HAAG, 20 JUNI. Minister Voorhoeve (defensie) zal de Tweede Kamer volgende week informeren over de aflossing van Nederlandse militairen in Srebrenica.

Gisteravond zei Voorhoeve op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York dat er goede vorderingen worden gemaakt bij de besprekingen over vervanging.

Het gaat daarbij om aflossing van het gereduceerde 'Dutchbat' door Oekraïners, waarvoor de VN-leiding nog toestemming moet geven. Oekraïense militairen hebben geen goede naam in het voormalige Joegoslavië. Zij maken zich volgens VN-functionarissen ondermeer schuldig aan zwarte handel.

Nederland en de Oekraïne moeten ook nog overeenstemming bereiken over het achterlaten van goederen in de moslim-enclave Srebrenica, waar de Nederlandse militairen onder moeilijke omstandigheden achttien maanden hebben gewerkt.

Vandaag is een kleine militaire missie naar Kiev vertrokken onder leiding van de plaatsvervangend chef defensiestaf, luitenant-generaal Schouten. De Oekraïners willen dat Nederland vrachtwagens, jeeps, verbindingsmaterieel, voedsel en brandstof achterlaten. Nederland is van mening dat 'Dutchbat' moet vertrekken met de spullen waarmee het is gekomen. De verblijven en bunkers zullen worden overgedragen en over sommige goederen kan onderhandeld worden. Donderdag komt de missie terug in Nederland. Eerder gaven de Verenigde Naties te kennen dat ze in Srebrenica liever aflossing door een ander land wilden. Maar Nederland heeft haast om uit de enclave weg te komen.

Omdat de Verenigde Naties geen haast wilden maken met de Nederlandse aflossing heeft premier Kok minister Voorhoeve enkele weken geleden onder druk gezet om vervanging voor de Nederlandse militairen te vinden. Daarna is Voorhoeve zelf kandidaten gaan zoeken. De Oekraïners wilden graag in het voormalige Joegoslavië blijven, nadat een ander Oekraïens bataljon door reorganisatie geen taak meer had in Kroatië. De regering in Kiev, die goede contacten onderhoudt met de Bosnische Serviërs, wil graag met NAVO-landen samenwerken.