Uitbesteden dwingt bedrijven in Noorden tot samenwerking; 'Er is een geweldige geldstroom. Voor elk goed project is geld'

GRONINGEN, 20 JUNI. Het Noorden doet het nog niet zo slecht. Alleen moet het wat meer elan uitstralen en zou er meer moeten worden samengewerkt. Dat concludeerden politici, bestuurders en ondernemers uit het noorden van het land gisteren in Groningen bij een debat over de industriepolitiek in Noord-Nederland.

Het debat was georganiseerd door accountants- en adviesorganisatie KPMG, dat ten onderzoek had gedaan naar het uitbesteden van werk door twintig grote bedrijven in Noord-Nederland. Daaruit bleek dat deze bedrijven de helft van het werk in eigen regio uitbesteden. Vijf jaar geleden was dat nog tweederde. Die trend zet door, verwacht KPMG, en zal ook strategische activiteiten als onderzoek, ontwikkeling en produktie raken.

Volgens KPMG neemt uitbesteding van werk buiten de eigen regio in het gehele land toe. Bedrijven kijken daarbij in hoofdzaak naar de kostenvoordelen op korte termijn. Innovatie bij de toeleveranciers, wat intensieve en langdurige samenwerking veronderstelt, komt zo niet van de grond. De noordelijke regio loopt in het bijzonder het risico dat kennis en technologie verloren gaan, omdat er te weinig initiatieven worden genomen tot samenwerking en clustering, aldus de onderzoekers.

F. Migchelbrink, directeur van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM), zei deze tendens te willen doorbreken met behulp van enkele grote bedrijven die in het noorden van het land zijn gevestigd, zoals Gasunie, NAM, Avebe, Aldel en Philips. Zij zouden netwerken van toeleveranciers moeten opbouwen. “Zij zijn daartoe best bereid, zolang het hen maar winst op levert. Ik spreek ze niet aan op hun regionale verantwoordelijkheid. Dat werkt natuurlijk nooit.”

Hij spiegelt zich graag aan het Venlose kopieerconcern Océ-van der Grinten, dat een cluster van toeleverende bedrijven uit Zuid-Nederland om zich heen heeft geschaard. Océ probeert die bedrijven op een hoger plan te helpen. “Daar is sprake van een win-win-situatie. Dat moet hier ook kunnen”, aldus Migchelbrink.

De NOM is daarom begonnen met de organisatie van 'uitbestedingsdagen', waarbij de grote bedrijven aangeven wat voor werk ze de komende jaren hebben. Noordelijke ondernemers kunnen daarop dan inspelen. Migchelbrink hoopt dat dit uit kan groeien tot het 'Océ-model'.

Gasunie-hoofddirecteur G.H.B. Verberg zei wel het “netwerk te willen oppoetsen”, maar dit dit niet noodzakelijkerwijs aan het Noorden gebonden is. Ter stimulering van de regionale bedrijvigheid deed hij de NOM een ander idee aan de hand: “Als een klein bedrijf een wezenlijk onderdeel van een project uitvoert, lopen wij een groot risico. De vraag is of zo'n bedrijf een tegenslag wel overleeft. Kan de NOM niet voor een verzekering zorgen die garandeert dat het bedrijfje nog bestaat zolang ons project duurt?”

Migchelbrink reageerde scherp: “Dat bedenkt Verberg ter plekke. Wat hebben ze nou aan zo'n garantie? Wij kunnen dat werk toch niet overnemen?”

Volgens de deelnemers aan het debat heeft het noorden van het land niet over subsidies te klagen. “Er is een geweldige geldstroom. Voor elk goed project is geld”, aldus J. Remkes, VVD-Kamerlid en oud-gedeputeerde in Groningen.

C. Witvliet, directeur van energiemaatschappij EDON, kritiseerde op dit punt de NOM. “Geld is er wel, maar een goed project past vaak net niet in de regels die de NOM hanteert. Die regels laten innovatie niet meer toe.”

Migchelbrink zei daarop de regelgeving meer regionaal te willen toepassen en meer ruimte te willen geven aan creativiteit. “De ijle economische structuur zorgt voor een achterstand. Alleen het overschot aan ruimte is niet genoeg. We moeten beter zijn dan de rest van het land.”

Aan goede samenwerking tussen de drie provincies schort het, aldus Batavus-directeur H. Wezenaar. “Er moet een duidelijk beleid komen. Kies voor een beperkt aantal industrieterreinen en profileer die goed.” Hij noemde daarbij het Industrieel Bedrijventerrein Friesland, Harlingen en het Eemsmondgebied. Migchelbrink sloot zich hierbij aan. “Met een paar geconcentreerde terreinen hou je het noorden mooi en wordt de bedrijvigheid niet versnipperd.”

Migchelbrink en Remkes zijn ervan overtuigd dat 'Den Haag' met geld over de brug komt als het Noorden met één plan komt. Remkes: “Eén streekplan, één plan voor het milieu en elkaar niet meer beconcurreren. Dan maak je een sterk nummer.”

Migchelbrink: “Als we met zoiets komen, dan zeggen ze gelijk ja.” Hij verwacht dat anders een belangrijk deel van de subsidies voor het Noorden aan het einde van de eeuw worden afgeschaft.