Technologienota markeert ommekeer in Paars denken

DEN HAAG, 20 JUNI. In het Paarse denken met betrekking tot technologie doet zich een ommekeer voor. Dit concludeert de voorzitter van het college van bestuur van de Technische Universiteit Twente, prof.dr.ir. B.P.Th. Veltman, uit de nota Kennis in beweging van de ministers Wijers, Ritzen en Van Aartsen, die officieel morgen verschijnt. “Het paarse kabinet begon vorig jaar met bezuinigingen op technologie, maar het keert nu op zijn schreden terug.”

De komende vier jaren wordt, zoals deze krant eerder berichtte, in totaal ruim 1,5 miljard gulden gulden extra uitgetrokken voor technologie. “Dat is een kleine stap”, zegt Veltman, “maar het is hoopgevend dat het kabinet erkent dat er eigenlijk meer voor moet worden uitgetrokken.”

De ministers Wijers, Ritzen en Van Aartsen noemen het bedrag van 5 miljard gulden per jaar dat extra in onderzoek en ontwikkeling moet worden geïnvesteerd om de achterstand op Duitsland en Japan in te lopen. Van de anderhalf miljard gulden die het kabinet nu voor technologie uittrekt is een groot deel, ruim 1,1 miljard gulden, volgens Veltman “een sigaar uit eigen doos”. Het gaat hier om fiscale faciliteiten die worden betaald uit de in het regeerakkoord aangekondigde lastenverlichting van 500 miljoen voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en uit de middelen die worden verkregen uit de zogeheten 'terugsluis BTW-reparatie'.

De teneur van de nota Kennis in beweging noemt Veltman “heel goed”. Hij vraagt zich echter af of de aangekondigde maatregelen allemaal effectief zijn. “Daar kun je vragen bij hebben”, aldus de bestursvoorzitter. Hij vindt met name de eigen bijdrage van 50 procent die het MKB moet betalen voor het programma Promotie te hoog. Dit programma biedt kleine en middelgrote ondernemingen de mogelijkheid een assistent-in-opleiding (aio) voor promotie-onderzoek (vier jaar) of een proef-ontwerp (twee jaar) in te zetten op een probleem dat zo'n bedrijf aandraagt en dat onder wetenschappelijke verantwoordelijkheid van de universiteit wordt uitgewerkt. Het bedrijf krijgt de helft van de integrale kosten (bruto loon en overhead/infrastructuur) van zo'n medewerker vergoed. De andere helft van de kosten moet het bedrijf zelf opbrengen.

Voor de meeste kleinere bedrijven is dat volgens Veltman een te grote last. “Een aio kost 90.000 gulden per jaar, inclusief overhead”, zegt Veltman. “Reken je de reservering voor wachtgeld mee, dan kost zo'n aio in vier jaar vier ton. Ik zie kleine bedrijven niet zo gauw de helft daarvan betalen voor onderzoek waarvan ze niet weten of ze er wat aan hebben.” Volgens Veltman moet de overheid 90 procent van de kosten van een aio betalen, wil het project kans van slagen hebben.

Voor de fiscale begunstiging van het leerlingwezen en het inzetten van aio's en onderzoekers-in-opleiding bij het MKB heeft Wijers elk jaar 130 miljoen gulden uitgetrokken.

Het plan van Wijers en zijn collega-ministers om 'topinstituten' in te stellen noemt Veltman een goed idee. “Als de onderwerpen ten minste goed worden gekozen.” De overheid neemt het initiatief om met de kennisinstituten en het bedrijfsleven na te gaan waar de desbetreffende instituten zich op moeten richten. Minister Wijers (economische zaken) denkt aan een vijftal instituten, waarbij telematica (inclusief multi-media) en milieutechnologie hoge ogen gooien. De chemiesector heeft geopperd om een instituut voor chemie te maken dat zich richt op vier gebieden: katalyse, polymeren, biotechnologie en procestechnologie. Veltman oppert een instituut voor levensmiddelentechnologie. “Mensen willen natuurprodukten eten. Die moeten goed houdbaar en verwerkbaar zijn. Om op dat gebied onderzoek te doen moet je aan de basis beginnen.”

Volgens Veltman moeten de nieuwe topinstituten niet het karakter krijgen van de bestaande Grote Technologische Instituten, maar dienen ze zich te richten op “strategisch gekozen funderend onderzoek”. Hij noemt dat hard nodig, “want het bedrijfsleven doet met basis-research juist een stap terug”. Dit komt volgens Veltman omdat het ministerie van defensie als drijvende kracht voor veel vernieuwend onderzoek inkrimpt, de petrochemische industrie zich in toenemende mate richt op kostenbeheersing en biotechnologisch onderzoek vertraging oploopt omdat de opbrengsten uit onderzoek langer uitblijven dan verwacht, mede doordat maatschappij en politiek allerlei ethische grenzen trekken. Het kabinet trekt elk jaar 10 à 15 miljard gulden extra uit voor het oprichten van topinstituten. “Daar kun je veel voor vertimmeren”, zegt Veltman.

Veltman had ook graag minister Dijkstal (binnenlandse zaken) bij de nota betrokken gezien. “Alle departementen moeten consistent opereren”, aldus Veltman. “Dat Dijkstal nu akkoord gaat met een 36-urige werkweek voor ambtenaren is strijdig met de inzet van Wijers en Ritzen om meer geld naar technologie te sluizen. Voor de universiteiten betekent de 36-urige werkweek en de maximering van het wachtgeld namelijk een kostenstijging.”