Snelle invoering EMU van de baan

BRUSSEL, 20 JUNI. De lidstaten van de Europese Unie hebben binnenkamers hun ambitie begraven voor een snelle invoering van de Europese eenheidsmunt. De derde fase van Economische en Monetaire Unie (EMU) zal niet eerder ingaan dan op 1 januari 1999.

Die vaststelling deden de EU-ministers van financiën gisteren in Luxemburg, zonder dat er overigens sprake is van een formeel besluit. De Europese regeringsleiders, die begin volgende week in Cannes bijeenkomen, hoeven volgens het Verdrag van Maastricht pas “uiterlijk op 31 december 1996” te beslissen over het 'snelle' scenario voor invoering van de EMU. Maar nu al staat vast dat onvoldoende EU-lidstaten zich kwalificeren om al direct na 1996 de derde fase van de EMU te realiseren. Dat betekent volgens 'Maastricht' automatisch dat de derde fase op 1 januari 1999 begint.

Niet alle EU-ministers toonden zich gisteren in Luxemburg ingenomen met het feit dat, ter voorbereiding op de komende top in Cannes, al discussiërend afscheid werd genomen van de theoretische mogelijkheid om de EMU al in 1997 in te voeren. De Belgische minister Philippe Maystadt zei te vrezen dat nu al officieel uitstel nemen van de EMU de druk tot saneren van de begrotingen in de lidstaten zal verminderen. Ook Europees commissaris Yves-Thibault de Silguy zei dat de vraag over de start van de eenheiedsmunt niet aan de orde is. Men moet noet vooruitlopen op een debat dat pas eind volgend jaar moet plaatsvinden, aldus de commissaris. Daartegenover staat de opvatting van andere bewindslieden die menen dat het krampachtig vasthouden aan een niet langer realistisch scenario de geloofwaardigeid van de EMU ondermijnt.

De EU-ministers stelden gisteren formeel vast dat na Luxemburg en Ierland nu ook Duitsland voldoet aan de EMU-norm dat het financieringstekort van de overheid minder dan 3 procent van het BNP moet bedragen.