Opruimen BVD-'hooibergen' tijdrovende operatie

DEN HAAG, 20 JUNI. “Wij waren op zoek naar een speld in een hooiberg en derhalve verzamelden wij hooibergen”. Zo omschreef een voormalig hoofd van dienst bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) ooit zijn dagelijkse werkzaamheden. De uitspraak wordt aangehaald in het rapport van het zogenoemde driemanschap (dr.G. Zoutendijk, prof.mr. J. de Ruiter en S. Miedema), dat namens de Tweede-Kamercommisie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten toezicht uitoefent op de behandeling van de BVD-archieven.

De commissie heeft het rapport 'Verwijdering en vernietiging van dossiers van de BVD' reeds in het voorjaar van 1994 aangeboden aan de Kamercommissie, die het eerst nu openbaar heeft gemaakt. Met enkele andere stukken zal het rapport volgende week worden gebruikt in een overleg met minister Dijkstal (binnenlandse zaken) en staatssecretaris Nuis (cultuur). Onderwerpen: de opschoning van de BVD-archieven, in het bijzonder persoonsdossiers uit de afgelopen 40 jaar en de onaangekondigde vernietiging van duizenden dossiers van de Inlichtingendienst Buitenland (IDB).

Na twee jaar onderzoek is het driemanschap tot de conclusie gekomen dat de eerder geciteerde BVD-functionaris een juiste kenschets heeft gegeven van het beleid waarop de geheime dienst tot voor kort het vergaren van allerhande informatie heeft gebaseerd. Er werden hooibergen verzameld in de hoop en verwachting dat ergens tussen al die rommel iets interessants wordt aangetroffen. “Het driemanschap heeft de indruk gekregen dat in het verleden, waarbij de informatiebehoefte van de individuele medewerker veelal als uitgangspunt gold, op tamelijk willekeurige wijze aan dossiervorming werd gedaan”, aldus het rapport. Dat vervolgens meldt: “Het veelal op ad-hoc richtlijnen gebaseerde beleid in het verleden heeft tot een enorme hoeveelheid verzamelde gegevens geleid”. Dit onduidelijke beleid gold in ieder geval tot 1986, toen er volgens het driemanschap wat meer structuur in het inlichtingenwerk is aangebracht. “Na 1986 werden alle niet op BVD-operaties betrekking hebbende gegevens getoetst aan de criteria beleid, actualiteit en noodzakelijkheid in relatie tot de taken van de dienst”, stelt het driemanschap vast.

Een deel van het BVD-archief zal nu, na een strenge selectie, worden opgeruimd. Een van de criteria bij de vernietiging van persoonsdossiers is dat er de afgelopen vijf jaar niets wezenlijks meer is toegevoegd aan dat dossier. Aangezien veel van die mappen weer tal van verwijzingen bevatten naar andere, vergt alleen het selecteren al veel tijd en mankracht. En dan is er nog de Archiefwet die allerlei beperkende bepalingen bevat, bijvoorbeeld om onderzoekers nu of later de mogelijkheid te verschaffen het optreden van de dienst in de Nederlandse samenleving nauwkeurig vast te leggen. “De voorgenomen vernietiging van voor de dienst niet meer relevante informatie zal een tijdrovende en kostbare operatie worden”, stelt het driemanschap vast.

In het rapport geven deze 'controleurs' voorbeelden van de nogal willekeurige aanpak door de geheime agenten. Die gold zowel het vergaren van informatie als later de vernietiging ervan. Zo ontdekte het driemanschap “bij toeval” het bestaan van een omvangrijk fotoarchief van personen, dat ten tijde van het onderzoek echter al grotendeels bleek te zijn vernietigd. “Van het oude fotoarchief is nog circa eenzesde over”, aldus het rapport. De BVD-leiding heeft in het verleden vaker besloten tot vernietiging. In 1956 en 1957 werd een deel van het archief van het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), de voorloper van de BVD, opgeruimd. “Van deze vernietiging zijn noch machtigingen noch processen-verbaal aanwezig,” zegt het driemanschap. En in 1976 vernietigde de BVD de verzamelde inlichtingen over leden van de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming), van Jehova's getuigen, van 'Waarheid-lezers' en van leden van de PSP. Bij de meest recente schoningsoperatie zijn volgens het rapport grote hoeveelheden informatie over leden van de CPN vernietigd. Tegelijk werd het aantal leden van de Centrum Partij meer overeenkomstig de werkelijkheid teruggebracht tot 22 procent van het oorspronkelijke aantal.

Voor Zoutendijk, De Ruiter en Miedema staat vast dat de BVD bij het opruimen van haar archieven - alleen al de documentatie over personen beslaat bijna 700 meter - meer personeel ter beschikking moeten krijgen. Verder bepleit het drietal de aanstelling van een 'information auditor' die toezicht houdt op de vernietiging. De begeleiding van de ingewikkelde en omvangrijke operatie zou aan de Algemene Rijksarchivaris moeten worden toevertrouwd.

    • Harm van den Berg