OESO ziet lichte afname groei Nederlandse economie

ROTTERDAM, 20 JUNI. De economische groei in Nederland zal in de loop van 1996 afnemen tot 2,7 procent. Dit jaar stevent Nederland af op een economische groei van 3,1 procent. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in de jongste Economic Outlook, halfjaarlijkse prognose, die vandaag in de vooravond is vrijgegeven.

Volgens de OESO is de Nederlandse economie het Europese recessiejaar 1993 zonder veel schade doorgekomen, en is de bedrijvigheid vorig jaar onverwacht krachtig opgeveerd. Het exportgeleide economische herstel gaat dit jaar over in een krachtige opleving van de investeringen en een opleving van de consumptieve vraag.

De consumptie van particulieren groeide vorig jaar 1,7 procent, de OESO voorziet dit jaar een verdere groei van 1,9 procent en volgend jaar 2,3 procent. Betere economische vooruitzichten en groter consumentenvertrouwen wegen bij de particuliere consumptie op tegen de dempende effecten van loonmatiging. Daardoor loopt de spaarquote wel iets terug.

De kracht van de gulden heeft volgens de OESO slechts een licht nadelig effect op de exportprestaties van Nederland. Omdat de groei in de naaste toekomst licht vertraagt, zal een mindere groei van de import toch resulteren in een verbetering van de handelsbalans. De OESO verhoogt de prognose voor de Nederlandse economische groei in 1995 van 2,9 procent tot 3,1 procent. De voorspellingen van het Centraal Planbureau van maart dit jaar gaan uit van een economische groei van 3,25 procent.

De OESO schroefde de prognose voor de economische groei in 1996 terug van 3,2 procent naar 2,7 procent. Die groeivertraging is volgens de OESO het gevolg van teruglopende investeringen, met name in de enrgiesector, door overheidsbezuinigingen lagere overheidsconsumptie - en investeringen en het korten van subsidies op de volkshuisvesting. Het is volgens de OESO onzeker in hoeverre dit wordt gecompenseerd door de hogere particuliere consumptie die wordt veroorzaakt door lastenverlichting en een teruglopende werkloosheid.

Volgens de OESO loopt de werkloosheid in Nederland niet snel genoeg terug. De stijging van de arbeidsproductiviteit met 7 procent in de industriële sector is daar debet aan, evenals de overloop van herkeurde arbeidsongeschikten in de werkloosheidscijfers. Al met al is de werkloosheid niet veel lager dan de piek in 1994. Voor geheel 1995 voorziet de organisatie een werkloosheid van 7,5 procent die terugloopt tot 7,4 procent in 1996.

Door de kracht van de gulden, lastenverlichting voor het bedrijfsleven en loonmatiging blijft de inflatie in Nederland laag. De inflatiecorrectie voor de consumentenprijzen van de OESO loopt terug van 2,2 procent vorig jaar tot 1,7 procent dit jaar.