Luikse voetballer tackelt transferregels

BRUSSEL, 20 JUNI. Jean-Marc Bosman uit Luik is een goede voetballer, maar geen uitzonderlijk groot talent. Toch is de kans groot dat Bosman binnenkort voetbalgeschiedenis gaat schrijven. Niet door zijn prestaties op het veld, maar door zijn koppig doorzettingsvermogen in de rechtszaal. Bosman gaat het transfersysteem in de Europese voetballerij aan flarden schieten, hopen zijn medestanders, en vrezen zijn tegenstanders: de voetbalclubs en de officiële voetbalorganisaties.

De zaak-Bosman dient vandaag voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, de laatste etappe in een juridische strijd die vijf jaar geleden in Luik begon en waarin Bosman, getuige eerdere rechterlijke uitspraken, grote kans heeft om als uiteindelijke overwinnaar uit de bus te komen. Bosmans inzet is een einde te maken aan het huidige verkoopsysteem in het betaalde voetbal waarbij clubs hun spelers als boekhoudkundig 'bezit' beschouwen, dat ze bij overgang naar een andere club te gelde kunnen maken door het incasseren van soms zeer hoge transfersommen. Bosman vindt dat een profvoetballer net zo moet worden behandeld als werknemers in andere bedrijfssectoren: na het uitdienen van een arbeidscontract moet hij vrij zijn naar een andere club te vertrekken zonder dat de oude club hem daarbij kan dwarsbomen.

Bosman (30), ooit aanvoerder van het Belgische jeugdelftal, begon zijn voetbalcarrière bij Standard Luik en stapte in 1988 over naar plaatsgenoot Club Luik. Aanvankelijk had Bosman het naar zijn zin bij zijn nieuwe club. Maar toen die hem in 1991 een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbood die neerkwam op een aanzienlijke salarisvermindering, besloot hij daar niet op in te gaan. Bosman ging op zoek naar een nieuwe werkgever, onkundig van het feit dat Club Luik een relatief hoge transfersom (van bijna 650.000 gulden) op zijn hoofd had gezet. Hij bereikte overeenstemming met het Noordfranse Duinkerken, maar een akkoord om op 'uitleenbasis' voor die vereniging te gaan spelen, stuitte uiteindelijk af op bankgaranties die Club Luik eiste.

Daarmee werd de affaire-Bosman geboren, waarbij de speler het niet alleen opneemt tegen Club Luik, maar ook tegen de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), die de club onvoorwaardelijk steunde door de rebellerende voetballer min of meer op een 'zwarte' lijst te plaatsen, en tegen de internationale voetbalorganisaties UEFA en FIFA.

Van de rechters in Luik heeft Bosman tot dusver steeds gelijk gekregen: in november 1990 in een uitspraak in kort geding, in latere bodemprocedures en in oktober 1993 voor het Hof van Beroep. In feite is daarmee het Belgische transfersysteem al veroordeeld en kan Bosman, in afwachting van de Europese 'toetsing' door het Hof in Luxemburg, rekenen op schadevergoeding, zegt de Leuvense hoogleraar arbeidsrecht, professor Blanpain.

Pag.13: Voetballer na slepende rechtszaak berooid man

Nu de zaak-Bosman is aanbelandt bij het Europese Hof, en de advocaten van de betrokken partijen vandaag mondeling hun pleidooien hebben gehouden, nadat eerder al schriftelijke stukken zijn uitgewisseld, krijgt de uitspraak in deze affaire mogelijk verregaande internationale betekenis.

Het Hof zal moeten beoordelen of het transfersysteem in strijd is met het in de Europese Unie gegarandeerde vrije verkeer van werknemers. Ook bekijkt het Hof of de machtspositie van de voetbalbonden niet haaks staat op het 'verbod op monopolievorming en beperking van de mededinging'. Afhankelijk van de uitspraak zal niet alleen het 'rigide' transfersysteem in België op de helling gaan, maar moeten mogelijk ook meer 'soepele' varianten zoals in Nederland worden aangepast. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat met een beroep op het vrije verkeer van werknemers een einde wordt gemaakt aan de thans geldende beperking dat in een elftal maximaal drie buitenlandse spelers mogen worden opgesteld. Volgens professor Banplain, gehaat door de Belgische voetbalautoriteiten wegens zijn voortdurende aanvallen op “de sportmaffia”, zullen ook de Oosteuropese landen met vrijhandelsakkoorden met de Europese Unie (EU) zich moeten richten op de jurisprudentie van de Europese rechter.

Een volledige afschaffing van het transfersysteem zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat de rijkste clubs in het betaalde voetbal voortaan zullen proberen spelers aan zich te binden door het bieden van nog hogere salarissen dan thans al worden betaald. Vooral de minder bedeelde clubs, die hun inkomsten min of meer op peil houden door de verkoop van zelf opgeleide spelers, zouden de dupe worden. Daarmee zou het voortbestaan van de hele bedrijfstak worden bedreigd, vrezen sommige waarnemers. Ze hopen daarom dat er via het Europese Hof een min of meer “pragmatische oplossing” wordt gevonden, zoals Gordon Taylor bepleit, voorzitter van de Fifpro, de overkoepelende organisatie van spelersvakbonden zoals de Nederlandse VVCS.

Taylor verwijst daarbij naar het systeem zoals zijn eigen vakbond in Groot-Brittannië mede heeft kunnen bewerkstelligen. Britse clubs mogen alleen een transfersom vragen indien de speler een contract wordt aangeboden dat minstens zo goed is al het vorige. Als tussen speler en club onenigheid ontstaat, wordt een arbitrage-commissie ingeschakeld onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. De crux is dat de spelersvakbonden de monopoliepositie van de clubs en de voetbalbonden willen doorbreken en betrokken willen worden bij besprekingen over aangepaste transfersystemen. Systemen waarbij de clubs enerzijds niet langer in staat zijn spelers als slaven te verhandelen of aan zich te binden en ze anderszijds kunnen rekenen op een redelijke vergoeding bij transfers. De Europese voetbalunie UEFA en Fifpro zijn daarover al verkennende gesprekken begonnen.

Meer nog dan de toekomst van het betaalde voetbal hangt de persoonlijke toekomst van Jean-Marc Bosman natuurlijk af van de uitspraak die het Hof in Luxemburg later dit jaar zal doen. Na zijn vertrek bij Club Luik speelde Bosman, een bescheiden speler die het vooral moet hebben van zijn loopvermogen, een tijdje bij het Noordfranse Saint-Quentin, op het Franse eiland la Réunion en bij Olympic Charleroi. Maar echte carrière in het betaalde voetbal kon hij niet meer maken door tegenwerking van Club Luik en de Belgische voetbalbond. Bosman voetbalt nu voor de Belgische vierdeklasser Visé. Privé ging het om ook niet voor de wind. Gebrek aan inkomsten en hoge proceskosten hebben van hem een berooid man gemaakt, die, gescheiden van zijn vrouw, een onderkomen heeft gezocht in een omgebouwde garage bij zijn ouders.

Zijn hoop is er in ieder geval financieel weer bovenop te komen. “Om heel eerlijk te zijn: ik hoop dat ik uit de hele zaak een redelijke schadevergoeding krijg en er tegelijk genoeg naamsbekendheid aan overhoud om aan werk te geraken”, aldus Bosman in een recent krante-interview. Ook zijn medestanders gokken daar op, er vanuit gaande dat Bosman zijn rug nog even recht weet te houden en de komende maanden niet alsnog zal bezwijken voor onderhandse, naar verluidt zeer aantrekkelijke, aanbiedingen uit de Belgische voetbalwereld om de zaak buiten de rechter om te regelen. Zelf zegt hij dat spelersvakbonden uit onder andere Frankrijk en Spanje hem naast morele ook financiële steun hebben toegezegd. “Alleen Nederland en Engeland zijn niet zo scheutig om mij te hulp te komen. De vakbonden daar hebben zelf belangen in de spelershandel”, aldus Bosman.

Maar volgens bestuurder Martin Snoeck van de VVCS staat ook de Nederlandse spelersvakbond vierkant achter de eigenwillige voetballer uit Luik. “Je kunt alleen maar bewondering hebben dat hij heeft doorgezet waar anderen in het verleden al lang zijn afgehaakt”, aldus Snoeck. Over financiële steun door de VVCS zal volgens hem nog met de andere bij de Fifpro aangesloten vakbonden worden overlegd. “Natuurlijk willen ook wij tot op zekere hoogte bijdragen. Maar onze middelen zijn niet onuitputtelijk”.