Leven op het randje

The Missouri Review. Vol.XVII, No3. 218 blz.$6. 1507 Hillcrest Hall, University of Missouri, Columbia, Missouri 65211

Net als dat van Pirsig en Ayn Rand maakt het werk van Jack Kerouac de laatste tijd een opvallende heropleving door. Het Amerikaanse tijdschrift The Missouri Review maakte een nummer over 'leven op het randje' en vond daarvoor vijftien tot nu toe ongepubliceerde brieven uit een langdurige briefwisseling tussen Kerouac en zijn vriend Ed White uit Denver. De inleiders plaatsen Kerouac in en boven de Beat-generatie maar ze doen niet meer dan een gooi ('boredom') naar de motieven van de jongeren uit de jaren '90 om terug te willen naar On the Road en ander literair en muzikaal werk uit de jaren '60. Het portret dat ze schilderen van de auteur ziet er vertrouwd uit: tweeslachtig, literair ambitieus maar niet opgewassen tegen roem en kritiek, verslapt door alcohol en pillen - “He simply was not built to play the role of living legend”.

De brieven van Kerouac aan de architect Ed White, aangevuld met meer dan vijftig voetnoten, tonen de schrijver als een melancholiek en eeuwig ontevreden mens. Alle grote Amerikaanse uitgeverijen lazen eind jaren '40 zijn werk, maar pas in 1957 werd On the Road uitgebracht, in een vierde versie. “The legend is being bruited about that I am a little bird that you have to put salt on; and actually, though, I only sit home writing sad letters like this.” Ondanks zijn vele vrienden en vriendinnetjes voelde Kerouac zich onbeschrijfelijk eenzaam, ook in literair opzicht. Aan Ed White deed hij van 1947 tot aan zijn dood in 1968 in steeds poëtischer en steeds beschonkener bewoordingen verslag van zijn gemoedsaandoeningen. “For me the truth is not formularable, if such a word exists. For me the truth is rushing from moment to moment incomprehensible, ungraspable, but terribly clear. It rushes so fast across my disordered brain sometimes that I realize that I'm only a workman in an old motheaten sweater, complaining, sweating, hustling to catch the fresh dream, the fresh thought - a writer is a fisherman of the deep, with old, partially useful nets. All the gold that spills by my little timble.”

Voor dit nummer, maar nadrukkelijk buiten het 'leven op de rand'-thema vallend, interviewde The Missouri Review de huisauteur Robert Olen Butler, onlangs ook in Nederland voor de promotie van zijn boeken A Good Scent from a Strange Mountain (over Vietnam) en zijn controversiële roman over seksualiteit They Whisper. Voor de verhalenbundel over Vietnam kreeg hij de felbegeerde Pulitzer Prize. Butler: “When I write a book I am making myself naked to the world and saying I wish to touch you. I wish to connect deeply with you. The wonderful thing about the prize is that now others will respond.”

Helaas een beetje aan de droge kant is het fragment uit de biografie die Joan Mark schreef over de antropoloog Patrick Putnam die in de jaren '40 en '50 dé pygmeeëndeskundige was en woonde in een uit toerisme betaald onderzoekskamp in het toenmalige Belgisch Kongo.