Klinische kinderkeuze wekt vooral 'intuïtief onbehagen'

LEIDEN, 20 JUNI. Afdoende morele argumenten tegen heeft ze eigenlijk niet, zegt de Leidse hoogleraar medische ethiek dr. H.M. Dupuis. Het is meer “een intuïtief onbehagen” tegenover ouders die gebruik willen maken van zo'n medische techniek.

Ze reageert op het voornemen van een privé-kliniek in Utrecht om via kunstmatige inseminatie de geboorte van een kind van het gewenste geslacht te garanderen. Minister Borst (volksgezondheid) zei vorige week stappen tegen dergelijke klinieken te willen nemen. De kliniek in Utrecht wil vooralsnog binnenkort de deuren openen.

“De vraag is waarom zulke ouders verwachtingen hebben over kinderen die worden verwekt”, zegt hoogleraar Dupuis. De voorkeur voor een jongen is in Nederland niet groot en beperkt zich “tot mensen die een naam willen doorgeven”, zegt ze. “Ook de opvolging van bijvoorbeeld een boerenbedrijf zou de wens naar een jongetje kunnen doen postvatten. Dat zijn toch zwakke motieven. Maar als mensen zo'n techniek ervoor over hebben, wat hebben wij dan anders te zeggen dan dat het krijgen van kinderen kennelijk volgens een vast patroon verloopt? We moeten toegeven dat kinderen instrumenten zijn om de belangen van ouders te behartigen. Het krijgen van kinderen is een vorm van zelfrealisatie van de ouders.” Onder ethici en medici bestaat weinig enthousiasme voor de techniek die het mogelijk maakt op niet-medische gronden een geslachtskeuze te maken vóór de verwekking van een kind. Ze spreken van een “nodeloze medicalisatie” van de voortplanting. Vooral medici wijzen erop dat de huidige techniek onvoldoende is ontwikkeld. “Het is gewoon rommel”, zegt secretaris dr. Th. van Berkestijn van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) over de Utrechtse kliniek. Ook de Rotterdamse klinisch geneticus prof. dr. H. Galjaard is tegen, op maatschappelijke gronden. Hij meent dat geld, capaciteit èn het talent van artsen niet moet worden verspild aan zulke luxe-ingrepen. Galjaard: “De mensen moeten ophouden met hun gezeur dat ze zo zielig zijn omdat ze twee dochters hebben. Dat geroep om een stamhouder doet me aan vee denken. De wens naar jongens leeft in Nederland niet.”

J. Marijnissen, fractievoorzitter van de Socialistische Partij in de Tweede Kamer, noemt het toestaan van “luxe en elitaire” privé-klinieken schadelijk voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Ook heeft hij morele bezwaren. “Dit is een eerste stap naar het loskoppelen van genegenheid en voortplanting.” Leden van de SP demonstreerden gisteren bij de Utrechtse kliniek.

Directeur B. van Delen van de kliniek zei vanmorgen dertig aanmeldingen binnen te hebben en te wachten op toestemming van de inspectie voor de volksgezondheid om te kunnen beginnen. Van Delen: “Ik ben zelf liberaal. Ik vind dat je mensen het grondrecht moet geven om te kunnen kiezen.”

Pag.2: Geen voorkeur voor jongen of meisje

De Gezondheidsraad ziet voor de toekomst geen aanleiding voor wettelijke maatregelen die een betrouwbare techniek voor de zogeheten preconceptie-geslachtskeuze zouden kunnen verbieden. De commissie acht geslachtskeuze als instrument voor gezinsplanning niet per se seksistisch, kinderen tot instrument makend of anderszins moreel verwerpelijk. Wanneer het zuiver gaat om realisatie van de voorkeur voor een gezin van gemengde samenstelling, hoeft er volgens het advies geen vrees te bestaan dat een kind later emotionele problemen krijgt doordat het weet dat het slechts als meisje òf jongetje gewenst was.

Een commissie van de Gezondheidsraad heeft vrijdag naar aanleiding van de oprichting deze week van de Gender Behandelcentrum in Utrecht versneld een advies over dit onderwerp uitgebracht aan minister Borst (volksgezondheid). De commissie schrijft dat er op de markt van de geslachtskeuze enkele tientallen klinieken actief zijn, waarvan nu één in Nederland. Maar er is nog steeds geen techniek waarvan de werkzaamheid en de veiligheid wetenschappelijk is aangetoond, zo stelt de raad.

Er bestaat volgens de raad in Nederland geen sterke voorkeur voor kinderen van het ene of het andere geslacht, de meeste Nederlanders zijn volgens het Onderzoek Gezinsvorming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 1988 en het Nationaal Onderzoek Vruchtbaarheid en Ouderschapsmotivatie uit 1975 van het Nederlands Interuniversitair Demografisch Instituut voorstander van gemengde families. Slechts in de marge van deze voorkeur bestaat een lichte voorkeur voor jongetjes, in zoverre dat ouders met twee dochters eerder de neiging hebben een derde kind te krijgen dan ouders met twee zoons. Er hoeft op dit moment dan ook niet te worden gevreesd voor aantasting van de positie van de vrouw in de samenleving of voor verstoring van het getalsmatige evenwicht tussen mannen en vrouwen, zo concludeert de commissie, die hierbij aantekent dat niet te voorzien is of deze houding van Nederlanders wellicht verandert door het beschikbaar komen van een betrouwbare geslachtskeuzetechniek.

Vooral medici wijzen erop dat de huidige techniek van geslachtskeuze voorafgaande aan de conceptie onvoldoende is ontwikkeld. Secretaris Van Berkestijn van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst pleit voor grote terughoudendheid. Als er een betrouwbare methode is, aldus Van Berkestijn, moet deze niet bij voorbaat aan mensen onthouden worden, maar wel is het de vraag of artsen daarbij moeten worden ingeschakeld. Ook zal er moeten worden gesproken over wat wel en niet luxe-geneeskunde is en over hoe ver je met geneeskunde gaat bij het ingrijpen in een natuurlijk proces.

Volgens de Rotterdamse klinisch geneticus Galjaard leeft in Nederland de voorkeur voor jongens nauwelijks. Galjaard: “We hebben in Rotterdam in de loop der jaren in dertigduizend gevallen prenatale diagnostiek uitgevoerd en slechts in één geval werd er gevraagd naar het geslacht van het kind. Ik hoop dat minister Borst dit soort klinieken verbiedt en het geld gebruikt voor echt grote problemen. Iedereen hoeft maar naar zijn eigen moeder of grootmoeder te kijken om te zien hoe moeilijk het is om goede thuiszorg te leveren.”

De reacties van buiten de beroepsgroep zijn fel. Leden van de SP demonstreerden gisteren bij de Gender Behandelcentrum tegen wat zij zien als een ontwikkeling waarbij kinderen op bestelling worden geleverd. SP-Kamerlid J. Marijnissen: “Ik gun iedereen zijn vrijheid, maar straks krijgen we een bestellijst met de vraag naar drie kinderen met blauwe ogen en een met bruine ogen. Zo worden vrouwen gereduceerd tot een soort baarmoeder. Ik moet daar niet aan denken.”

De rooms-katholieke kerk maakt principieel bezwaar tegen geslachtskeuze. Moraaltheoloog prof. W.J. Eijk van het Groot-Seminarie in het Limburgse Rolduc, directeur van het instituut Medo voor huwelijk en gezin, laakt niet alleen de methode die hoe dan ook de procreatie scheidt van de seksuele gemeenschap, maar ook de discriminatie die geslachtskeuze op niet-medische gronden impliceert.

Aartsbisschop kardinaal A. Simonis verklaarde eerder voor de radio het verschrikkelijk te vinden dat in zijn woonplaats Utrecht een kliniek voor geslachtskeuze is gevestigd. Dat ouders een jongen of een meisje kunnen bestellen, vervult hem met grote zorg. “We hebben niks te bestellen. We moeten weer tot het inzicht komen dat we schepselen zijn, en geen Schepper”, aldus Simonis.