Hoogleraar economie is uitdager van mediamagnaat en oud-premier; Met 'professor' Prodi begint echte strijd tegen Berlusconi

NAPELS, 19 JUNI. De volgepakte eretribune van het Napolitaanse San Paolo stadion barst uit in een luid applaus. Anderhalf uur lang is het publiek zoet gehouden met O sole mio en met het oude liedje van Franco Battiato dat Italië, het “land van nutteloze schertsfiguren”, ooit zal veranderen. Nu komt dan eindelijk de ster te voorschijn waarop ze al heel de middag hebben zitten wachten: Romano Prodi, met een mengeling van ontzag en vertedering aangeduid als Il Professore.

De duizenden mensen in het stadion schreeuwen van enthousiasme. “Maak Berlusconi kapot,” roept iemand. “Maak dat hij aardappels moet gaan verkopen,” vult een ander aan. Prodi, hoogleraar economie, voormalig president van de kolossale staatsholding IRI, is de uitdager van mediamagnaat en oud-premier Silvio Berlusconi. Hij heeft zich opgeworpen als leider van een centrum-linkse alliantie die bij landelijke verkiezingen moet herhalen wat bij recente lokale en regionale verkiezingen al is gelukt: Berlusconi en zijn rechtse blok verslaan.

Deze bijeenkomst in het stadion, afgelopen zaterdag, is de eerste nationale manifestatie van zijn beweging. “Sommige mensen dachten dat we alleen maar een faxnummer waren,” zegt Gianclaudio Bressa, de organisator van een netwerk van meer dan 2500 comités die Prodi steunen. “Nu laten we zien dat we echt bestaan. Het is geen droom meer.”

Prodi probeert in sommige opzichten te herhalen wat Berlusconi vorig jaar met zoveel succes heeft gedaan: een nieuwe politieke beweging opzetten. Hij wil er uitdrukkelijk nog geen partij van maken, om te voorkomen dat het een van de vele partijen ter linkerzijde wordt. “Wij willen geen partij tussen de partijen zijn,” zegt hij.

Zijn einddoel is ambitieuzer. Uit de nog wat rommelige alliantie van partijen die zich achter hem schaart, moet uiteindelijk dé partij voortkomen. De linkse eenheidspartij waarover al zo lang wordt gedroomd in Italië maar die steeds is stukgelopen op de angst voor een dominerende rol van de ex-communisten, de Democratische Partij van Links (PDS). Prodi wil nu nog niets forceren. “Uiteindelijk moeten we één grote democratische partij worden,” zegt hij in Napels. “Maar dat doel is nog erg ver weg.”

Volgens het Berlusconi-kamp is Prodi niet meer dan een vriendelijke stroman van PDS-leider Massimo D'Alema. Berlusconi heeft iedere uitnodiging van Prodi om met hem in debat te treden, afgewezen. Ik praat niet met stromannen, is zijn standaard verweer.

Het verwijt komt niet helemaal uit de lucht vallen. Op de tribunes in Napels zwaait een enkele rode vlag. En de grootste ovatie klinkt op als Prodi de tweede man van de PDS, Walter Veltroni, bij zich uitnodigt op het podium voor de eretribune.

Prodi's kans van slagen hangt vooral af van de vraag in hoeverre hij afstand kan bewaren van de PDS. Hij vraagt D'Alema in feite het politieke initiatief aan hem te laten. Daarom verkoos de PDS-leider zaterdag een off-shore race boven de manifestatie in Napels.

In programma, stijl en toonzetting van het debat is het verschil tussen de zachtaardige Prodi en de veel killere D'Alema voor iedereen zichtbaar. Maar de echte test komt als de kandidatenlijsten moeten worden opgesteld. Prodi beweert dat de traditionele politieke verkaveling, eerlijk verdelen van de posten over de partijen, zal worden verlaten. Alleen competentie zal de doorslag geven. Deze belofte is al vaak gedaan, ook door het Berlusconi-kamp, maar niemand heeft haar nog kunnen waarmaken.

Hoewel sommigen hem in die rol willen dwingen, wil Prodi uitdrukkelijk niet de anti-Berlusconi spelen. In zijn toespraak van drie kwartier praat hij nauwelijks over zijn tegenstander. Er zijn wat indirecte verwijzingen, over politici die de mensen als stemvee beschouwen, over premiers “die het land proberen te besturen als een bedrijf waarin de enige belangen die van de eigenaar zijn.” Verder gaat Prodi niet. Hij wil zich niet laten conditioneren door zijn tegenstander. Wij moeten bouwen, niet breken, is zijn boodschap. Zijn toespraak gaat over algemeen belang, de rechten van de Italiaanse burger, een herinrichting van de staat die niet ten koste gaat van de zwakken. “De mensen doen met ons mee om wat te geven, niet om iets te vragen,” zegt coördinator Bressa.

Prodi heeft de afgelopen weken met een bus het land doorgereisd, als een voorschot op zijn campagne. Beter direct contact met de mensen dan via de televisie, zegt hij, verwijzend naar de mediamacht die Berlusconi met zijn drie commerciële zenders heeft. Maar het officiële startsein voor zijn beweging wordt hier in Napels gegeven. Dat is geen toevallige keuze. In Napels zetelt sinds eind 1993 een links gemeentebestuur dat een bestuurlijke lente op gang heeft gebracht in een stad die door velen als onherroepelijk verloren was opgegeven.

Daarom is burgemeester Bassolino een van de inleidende sprekers. Ooit werd hij afgedaan als een droge man van het PDS-partij-apparaat. Nu staat zelfs zijn rivaal Alessandra Mussolini van de Nationale Alliantie, de ex-neo-fascisten, voor hem te klappen. “De moeilijkste problemen van ons land komen hier samen, in Napels,” zegt Bassolino. “Maar onze stad is ook een symbool geworden voor wie echt veranderen wil. Wij hebben hier een pagina omgeslagen. Veranderen moet, veranderen kan, als je het maar stap voor stap doet en niet alles tegelijk wilt. Wij hebben de mensen verslagen die steeds zeggen dat iets niet kan. Als het in Napels kan, kan het in heel het land.” Het stadion juicht. Prodi staat op, omhelst hem en bedankt hem met twee kussen. In Napels is de strijd tegen Berlusconi echt begonnen.

    • Marc Leijendekker