GS Brabant tegen uitstel herindeling van gemeenten

DEN HAAG, 20 JUNI. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vinden uitstel van de samenvoeging van de gemeenten Rosmalen en Den Bosch “onaanvaardbaar”.

Dit blijkt uit een brief die het college van Noord-Brabant onlangs aan de Eerste Kamer heeft gestuurd. Staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) hield de behandeling van haar voorstel tot de gemeentelijke herindeling eind vorige maand aan, na zware kritiek uit de senaat.

Eén van de boodschappen die de bewindsvrouw vanuit de Eerste Kamer meekreeg was dat zij meer duidelijkheid moet verschaffen over haar plannen met de reorganisatie van het binnenlands bestuur. Van de Vondervoort zei in de Eerste Kamer eerst in het kabinet over de situatie te willen spreken en zegde de senaat een nota toe waarin zij haar beleid verder zou uiteenzetten. Die nota is er nog niet.

In de brief schrijven Gedeputeerde Staten dat het afbreken van het herindelingsproces “na jarenlange voorbereidingstijd” leidt tot “ernstige onrust in heel Brabant”. Ook het grote-stedenbeleid komt daardoor “onder zware druk” te staan, vinden GS. “Een uitstel van herindeling levert onoverkomelijke problemen op voor de betrokken gemeentebesturen” die zich voorbereiden op de uitwerking van het herindelingsplan, meent het college.

Het plan voor de samenvoeging van Rosmalen (27.000 inwoners) bij Den Bosch werd, ondanks felle protesten van de bevolking van Rosmalen, rond de kerstdagen van 1994 door de Tweede Kamer goedgekeurd. De herindeling zou op 1 januari 1996 zijn beslag moeten krijgen, maar moet daartoe uiterlijk op 15 september van dit jaar in het Staatsblad zijn gepubliceerd.

VVD-senator H.P. Talsma, die vorige maand kritiek had op het herindelingsvoorstel van Van de Vondervoort, noemt de brief van het dagelijks bestuur van Noord-Brabant “zwaar aangezet”. Hij zegt het “geen ramp” te vinden als de herindeling in de regio Den Bosch bijvoorbeeld met een jaar zou worden uitgesteld. “Ik kan me voorstellen dat het vervelend is voor de bestuurders in de provincie en de gemeenten. Maar nu is van belang dat de bewindslieden op het ministerie van binnenlandse zaken aangeven welke richting zij willen geven aan de bestuurlijke reorganisatie. Ik vind dat de Tweede Kamer zich daarover principieel moet uitspreken.”