Greenpeace zet nog twee activisten op Brent Spar

ROTTERDAM, 20 JUNI. Nog eens twee activisten van de milieu-organisatie Greenpeace zijn vanochtend per helikopter geland op het Shell-olielaadstation Brent Spar, dat de oliemaatschappij binnenkort in de buurt van Schotland tot zinken wil brengen. Afgelopen vrijdag gingen al twee leden van Greenpeace aan boord van het platform, dat door Shell naar zijn beoogde definitieve bestemming wordt gesleept.

De vier activisten willen met hun aanwezigheid voorkomen dat het station met behulp van explosieven tot zinken wordt gebracht. Greenpeace vindt de risico's voor het milieu te groot en bepleit een ontmanteling van de drijvende opslagplaats op land. Shell houdt, ondanks felle internationale protesten, vast aan het voornemen de Brent Spar tot zinken te brengen.

Shell heeft een vergunning voor de operatie van de Britse regering. Premier Major onderstreepte gisteren in het Lagerhuis nogmaals dat hij niet van plan is om die vergunning in te trekken. Vanochtend werd bekend dat wetenschappers de Britse regering twee jaar geleden hebben afgeraden de vergunning te verstrekken. Medewerkers van het ministerie van landbouw en visserij vonden de risico's voor het milieu destijds te groot. “Vast staat dat het afval niet in zee kan worden gedumpt”, aldus dr. John Campbell, directeur van het laboratorium voor visserij van het ministerie. Het Britse ochtendblad The Independent citeerde vanochtend uit het rapport.

In een reactie op het rapport zei een woordvoerder van het Britse ministerie dat het dumpen van de Brent Spar in diepe water geen gevaar zou opleveren voor het milieu. Dit besluit was volgens hem juist genomen op basis van het nu uitgelekte rapport. (AP, Reuter)