Greenpeace heeft dankzij Brent Spar zijn Goliath gevonden

Rationeel valt er niets af te dingen op het plan van Shell om de drijvende olieopslagtank Brent Spar in de oceaan te dumpen. Maar dan nog geldt, volgens Rob Biersma, dat het niet hoort. Zoiets doe je niet. Shell moet goed beseffen in welk rollenspel het terecht gekomen is.

Hoe verantwoord is het om de drijvende olieopslagtank Brent Spar in 2.000 meter diep water af te zinken? Commercieel gezien lijkt het afzinken weinig verstandig. De boycot die nu begonnen is, zou wel eens lang kunnen duren. Het inkomensverlies dat daarvan het gevolg is, moet opwegen tegen de meerkosten van sloop aan de wal. Voor de directie een kwestie van calculeren.

Het kan zijn dat Shell weet dat een groot deel van de gederfde inkomsten wordt afgewenteld op de pomphouders. Ongeveer de helft van de pompen met het Shell-logo is bezit van particuliere eigenaars. Die lijden het grootste verlies bij de spontane consumentenactie. En wat de olieprodukten van Shell betreft: Shell levert ook ook benzine, gas en diesel aan andere pompen.

En die boycot waait wel over als die Brent Spar goed en wel op de bodem ligt, zal de directie denken. Zo milieubewust zijn die automobilisten per saldo niet. Kom nou: de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. De boycot schijnt in Nederland inderdaad wel mee te vallen. Voor Duitsland wordt geschat dat de Shell-pompen zo'n twintig procent omzet mislopen.

Commercieel gezien is de schade misschien niet zo groot, maar hoe verantwoord is het afzinken van Brent Spar voor het milieu? Shell heeft om deze vraag te beantwoorden uitgebreid onderzoek laten verrichten door enkele onafhankelijke instituten. In paginagrote advertenties heeft Shell de uitkomsten naar buiten gebracht.

De Brent Spar is een constructie van 140 bij 29 meter - hoger dan de domtoren zoals milieugroepen niet nalaten te beklemtonen. Dat lijkt groot, maar in de scheepvaart zijn dat geen afmetingen om van onder de indruk te raken. Een gangbaar zeeschip is even groot - zij het dat de lengte en hoogte net anders liggen - en een tankschip of bulkcarrier is veel groter. Over de talloze scheepswrakken in de oceaan maakt niemand zich druk. De oceaan is diep. Zelfs schepen als de Titanic kunnen alleen met moeite teruggevonden worden.

Maar de giftige inhoud van de Brent Spar dan, roept de milieubeweging, die zal het diepzeemilieu ernstige schade toebrengen. Werkelijk? Er zit volgens Shell zo'n honderd ton olieresidu in de Brent Spar, een substantie vergelijkbaar met teer of asfalt. Dat wordt slecht verdragen door zeeorganismen, maar is geen ramp. In Nederland worden heel wat dijken met bitumen versterkt en er bestaan natuurlijke asfaltmeren - asfalt is net als aardolie een natuurlijk produkt. Doordat de Brent Spar er vele eeuwen over zal doen om door te roesten (de diepzee is zuurstofarm) is de blootstelling aan het olieresidu verwaarloosbaar klein, zelfs als de hoeveelheid olieresidu 5.000 ton is, zoals Greenpeace beweert.

Maar de giftige zware metalen dan en de radioactiviteit? Dat zijn grotendeels hersenspinsels van oververhitte actievoerders. Bij gifstoffen en radioactiviteit gaat het altijd om de hoeveelheid. De hoeveelheden die zijn opgeslagen in de Brent Spar zijn totaal onbelangrijk, zeker voor de oceaan.

Maar, roept de milieubeweging, Brent Spar is een precedent. Na deze drijvende opslagtank volgen nog honderden olieplatforms, de oceaan wordt zo een kerkhof. Ook dat is niet waar. Shell heeft van meet af aan gezegd dat Brent Spar een uitzondering is. Veruit de meeste platfoms zullen gesloopt worden. Het is de afwijkende constructie van Brent Spar die Shell heeft doen besluiten af te zien van een riskante operatie, waarbij de reuzendobber horizontaal moet worden gebracht om hem nabij land te krijgen. Breuk van de constructie zou mensenlevens in gevaar brengen.

Alle rationele argumenten pleiten dus voor afzinken in de diepzee. De wetenschappelijke instituten die Shell had geconsulteerd gaan akkoord. Volgens het internationale recht is de operatie toegestaan. Meegenomen is dat afzinken enkele miljoenen guldens goedkoper is dan slopen.

Heeft Shell nu gelijk met zijn handelwijze? Nee, zo rationeel is deze wereld niet. Greenpeace veegt alle rationalisaties gemakkelijk van tafel met de simpele slogan: de zee is geen vuilnisvat. Het is een slogan die iedere burger onmiddellijk aanspreekt, zeker de goedwillende burger, die glas, papier en groente, fruit- en tuinafval apart verzamelt. Deze burger voelt in zijn nieren: zoiets doe je niet! Shell kan wel gelijk hebben, maar gelijk krijgen doet het niet.

Tien jaar geleden werd Greenpeace in Europa bekend met zijn acties tegen het dumpen van radioactief afval in de Atlantische Oceaan. Net als nu waren er vele wetenschappelijke studies die aantoonden dat het zeemilieu daarvan geen enkele schade zou ondervinden. Het waren voornamelijk vaten met samengeperst ziekenhuisafval, handschoenen en filters, allemaal licht radioactief afval dat bij elkaar een groot volumeprobleem veroorzaakte, maar verder nauwelijks schadelijk was.

Ook toen hadden de deskundigen gelijk met hun rationalisaties dat dumpen de beste oplossing was. Als de vaten over vele eeuwen open zouden gaan, was de radioactiviteit ver teruggelopen en het restant zou onmerkbaar verdund door het milieu worden opgenomen.

We weten hoe dat afliep. Het Nederlandse publiek, toch al tegen alles wat met kernenergie te maken had, bleek niet bestand tegen de schrijnende beelden van actievoerders die met rubberbootjes het dumpen van de vaten probeerden tegen te houden. Nederland, dat aanvankelijk meedeed, keerde zich tegen dumpen. Engeland hield het nog het langste vol tegen Greenpeace, maar zwichtte ten slotte ook.

In de strijd tussen David en Goliath is er maar één winnaar. Shell moet goed beseffen in welk rollenspel het terecht gekomen is.