Erekruis

Ik was stom verbaasd te lezen dat de behandelaars van prins Bernhard een koninklijke onderscheiding (het Groot Erekruis, 1 keer) en Erekruis in de Huisorde van Oranje-Nassau, 3 keer) kregen “vanwege de uitzonderlijke wijze waarop zij hem hebben bijgestaan bij de complicaties die zich na diens operatie hebben voorgedaan” (Nederlands Tijdschrift Geneeskunde 1995; 139:1061).

Afgezien van het feit dat mijn collegae prima artsen zullen zijn, gaat het hier om de bevestiging van klasse-geneeskunde. Uiteraard zullen de behandelaars niet om de onderscheiding gevraagd hebben. Echter waarom en waardoor zouden zij op een méér 'uitzonderlijke wijze' de behandeling van prins Bernhard hebben uitgevoerd dan van 'Jan Uitkijk' van drie hoog achter? Mij is volkomen onduidelijk waarom gewoon je werk doen op deze manier beloond wordt. Ook al hebben de artsen hun werk gedaan met de kritische blik van journalistiek Nederland op hen gericht. Een jarenlange inzet voor een evenwichtiger gezondheidszorgsysteem met constructieve gevolgen voor de inhoud van ons vak, op allerlei gebied, lijkt mij een lintje waard. Maar dit doet het vak geen goed. Waar het om gaat is dat wij als beroepsgroep de beeldvorming over artsen, bij de (potentiële) patiëntengroep, inhoudelijk moeten verbeteren. “Weinig tijd, vaak gehaast, discommunicatie, niet oprecht geïnteresseerd” zijn regelmatig gelezen tekortkomingen die in 'Rechtspraak: Medisch Tuchtrecht 1993' (Sdu Uitgeverij) terug te vinden zijn.

Het gaat niet om 'The Doctor, his patient and his honours', maar om The Doctor, his patient and the illness'. De instantie die de lintjes regelt behoort beter te weten.

    • W. Kuyck