Een vloot van salonbootjes

Als er één verschil is tussen Amsterdam en Venetië, is dat het water. Natuurlijk, het Venetië van het Noorden is net zo'n elegant ballet van gekromde bruggen en huizen die met hun enkels in het water staan, als dat van het Zuiden. En natuurlijk zien de Italiaanse lagunes er even klamgroen en ziekelijk uit als de Nederlandse grachten.

Maar het verschil in bevaring! Vergelijk de dagelijkse Venetiaanse parade van de gondel, de vaporetto, de motoscafo en de ranke taxi-motorsloepjes met wat Amsterdam daartegenover stelt. Alleen de rondvaartboten behouden altijd een zekere sierlijkheid, ondanks de knorrende en ronkende onbeholpenheid waarmee zij de grachtebochten nemen. Maar de rest - een toeristen-bulkcarrier die zich de Canalbus noemt, stuntelige waterfietsen, een duwbootje als watertaxi.

Wat verder particulier nog door de grachten dieselt, is door de bank genomen één grote roesthoop. Oude amfibievoertuigen die roken en hoesten alsof ze door een houtvergasser worden aangedreven. Vergane roeibootjes die alleen blijven drijven omdat een lawaaiige motor ze haastig over de golven tilt.

En dat is wat nog kàn varen. Overal aan de grachtengordel hangen, als bedeltjes, verdronken stukken metaal die ooit bootjes moeten zijn geweest. Kleurloze, ondergelopen kuipjes die de gemeentelijke baggerdienst rijk maken omdat ze vaker onder dan op het water liggen. Als je de baggeraars 150 gulden geeft, vissen ze 'm zo weer voor je op.

Herman Marres kan zich aanstekelijk opwinden over de Amsterdamse vloot, al is dat waarschijnlijk ook omdat hij er wel brood in ziet. 'Scheepsconsultant' Marres droomt van een esthetischer en stillere toekomst - “de mooie eenvormigheid van Venetië”. Met de Venetiaanse watertaxi voor ogen werkt hij aan een kleine vloot van salonbootjes voor publiek gebruik. Een meter of zeven, met houten beschot en een zachtruisende elektromotor. Als er maar genoeg van op het water komen, denkt Marres, raken de mensen vanzelf geïnteresseerd.

Zijn eerste gedachte was verhuren, maar in Amsterdam mag je geen boot verhuren zonder begeleider en dat is een enorme kostenpost. “Dat is geen probleem, dat is een knelpunt”, stelde een ambtenaar van Binnenwaterbeheer en Marres bedacht daarop een ingenieuze constructie. Iedereen die het bootje vaart, is straks mede-eigenaar. De Stichting Elektrische Salonboten heeft de bootjes in eigendom en geeft tegen zo'n 3.000 gulden certificaten uit, die de houder 25 uur vaartijd per jaar geven, vijf jaar lang. Het is veel geld ineens, geeft Marres toe, maar een uur vaartijd in de salonboot (“waar acht mensen comfortabel op kunnen varen”) kost 23 gulden, tegen 20 gulden op een tweepersoons waterfiets. En dan moet je nog zelf trappen ook.

Iedereen mag varen op een bootje dat kleiner is dan 15 meter, dus een vaarbewijs is voor de salonboot niet nodig. Wel laat Marres een uurtje vaarles geven voor iemand zijn eerste tochtje maakt. Geen certificaten voor personen onder de zestien jaar en, wat zijn marktpositie danig zal aantasten, er mag niet worden gevaren op hoogtijdagen als koninginnedag. Te druk, te gevaarlijk.

Met 400 eigenaren komt hij uit, 650 is volgens hem mogelijk. Zover is het nog lang niet. In de twee weken dat hij nu eigenaren voor zijn plan werft, zijn er nog geen tien aanmeldingen binnengekomen. Maar als de eerste 130 certificaten de deur uit zijn, legt Marres toch al drie bootjes neer achter de Westerdoksdijk. Varende reclame.

Zijn markt, denkt hij, is vooral het bedrijfsleven. Kantoren die niet de rompslomp willen hebben van onderhoud en bureaucratie, maar wel graag goede sier maken met een tochtje over de gracht voor hun zakenrelaties in een 'eigen bootje'. De particuliere markt is moeilijker te veroveren, ziet Marres wel in. Zoals je automobilisten met geen stok uit hun eigen auto krijgt om te carpoolen, zo moeilijk zal het zijn de Amsterdammers uit hun eigen bootje te lokken, hoe roestig, lek of lawaaiig dat ook is. Het bootje dat binnenkort door de Amsterdamse grachten moet varen

Meer informatie bij YMC, tel 020-6230220