Een kabelnet is niets voor de overheid

Van Roel van Duijns bijdrage aan de opiniepagina onder de kop 'Amsterdam verpatst kabelnet voor een habbekrats' (12 juni) nam ik met geamuseerde verbazing kennis. Als adviseur van de gemeente was ik nauw betrokken bij de gestage beleidsontwikkeling die geleid heeft tot de beslissing om het kabelnet in Amsterdam te verkopen.

Van Duijn ondersteunt het initiatief om deze verkoop te onderwerpen aan een referendum. Merkwaardig genoeg gaat het hem niet, zoals men van deze Groene politicus verwachten zou, om de principiële vraag of dit soort moderne communicatiemiddelen in handen van de lokale gemeenschap moet blijven.

Nee, het gaat Van Duijn om de poen. De opbrengst zou veel te laag zijn. Het zakelijk inzicht van de verantwoordelijke wethouder, Frank de Grave, reikt volgens hem in deze kwestie 'niet verder dan de eerste de beste geopende portemonnee'. In werkelijkheid is de verkoop van het kabelnet en de motivering daarvan nu reeds ruim twee jaar in de Amsterdamse gemeentepolitiek aan de orde. In 1994 verkochten de plaatselijke woningbouwcorporaties hun aandeel in Kabel Televisie Amsterdam (KTA) aan de gemeente, om deze in de gelegenheid te stellen het gehele net van de hand te doen.

Evenmin als de gemeente voelden de corporaties ervoor, om in de snelle ontwikkeling van de elektronische media de rol van commerciële mede-exploitant op zich te nemen. Een democratische overheid dient de onafhankelijkheid van media, commercieel of niet-commercieel, onder alle omstandigheden te respecteren en zich te beperken tot de eigen publieke taken. Bovendien is het zeer de vraag of een gemeente in staat is om met een onvermijdelijke politieke sturing de juiste stappen te nemen op de electronische snelweg. Een programmerende rol bij de kabelexploitatie staat hiermee op gespannen voet, zoals blijkt uit de actuele controverse rond de verwijdering van een Europese jongeren-muziekzender van hetzelfde Amsterdamse kabelnet.

Van Duijn noemt het kabelnet een schat die niet minder waard is dan een gasbel. De vergelijking snijdt geen hout, want zo'n net is geen monopolistische energiebron die men tegen hoge prijzen kan laten leeglopen. Over een breed front daarentegen is de concurrentie in opmars. In een regio als Amsterdam valt omstreeks 2000 te rekenen met een aanbod van vijf à zes mobiele communicatienetten plus nog drie tot vier netwerken voor telecommunicatiedoeleinden. Voor het video-aanbod zorgen tegen die tijd verschillende satellietsystemen met honderden programmakanalen.

Ook met een historische voorsprong en een hoge aansluitdichtheid kan de exploitatie van een plaatselijk kabelnet in de multimediale toekomst alleen worden gegarandeerd door sterke marktpartijen. Vanuit een stevig verankerde positie op de media- en communicatiemarkt dienen zij garant te staan voor een gevarieerd en aantrekkelijk programmatisch en dienstenaanbod, waaruit de aangeslotenen naar hartelust kunnen kiezen. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waarin de consument genoegen moet nemen met een keuze die in feite afhankelijk is van de gemeenteraad als programmaplanner.

De zoektocht naar 'strategische partners' is lang en zorgvuldig geweest. Voor alle zekerheid is de procedure gespiegeld aan de Europese richtlijnen voor openbare aanbestedingen. Na open inschrijving werd een internationale investmentbanker geselecteerd, om het verkoopproces ook voor een optimale prijsvorming te begeleiden. Mede dankzij deze voorzorgen ligt de verkoopprijs thans ruim 30 procent boven het marktniveau. Bovendien is een programma van eisen opgesteld, teneinde ook in kwalitatieve zin een keuze te kunnen maken uit marktpartijen met de beste expertise en een weldoortimmerd investeringsplan.

Tijdens dit hele proces is de betrokken raadscommissie voortdurend geraadpleegd en hebben alle democratische inspraakorganen hun adviezen uitgebracht, die vervolgens in de te stellen voorwaarden zijn verwerkt.G.J.