Commando's weg, Boedjonnovsk blijft verbijsterd achter

BOEDJONNOVSK, 20 JUNI. Het konvooi met Tsjetsjenen die in Boedjonnovsk vijf dagen lang meer dan duizend mensen gegijzeld hielden is vandaag, met honderddertig 'vrijwillig' meegereisde gijzelaars, in Tsjetsjenië aangekomen. Daar worden de bussen nog steeds door Russische helikopters gevolgd.

Voor Boedjonnovsk eindigde het gijzeldrama gistermiddag eerder met verbijstering en verbittering dan met opluchting - verbijstering over de manier waarop de gijzelingscrisis was 'opgelost', verbittering over de rol van de eigen Russische strijdkrachten. In de geschokte stad werd na een lange verwarrende dag bijna net zoveel geruzied als omhelsd.

De dag begon vroeg gisteren, om vijf uur 's morgens. Premier Tsjernomyrdin was met de leider van de Tsjetsjeense commando's overeengekomen dat zij om die tijd het bezette ziekenhuis zouden verlaten, in ruil voor vrije doortocht en een bestand in Tsjetsjenië. Doordat de telefoongesprekken tussen Tsjernomyrdin en Sjamil Basajev live of bijna live op de televisie waren uitgezonden, wisten ook de door de autoriteiten karig geïnformeerde verwanten van de gijzelaars van de afspraak af. Zij stonden dus in de ochtendschemering al bij tientallen op de toegangsweg naar het ziekenhuis op hun dierbaren te wachten.

Maar om vijf uur gebeurde er niets. Om tien over zes trokken Russische pantserwagens zich uit de buurt van het ziekenhuis terug. Om kwart voor zeven kwam een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken, Vorosjtsjov, de media melden dat alles nu in kannen en kruiken was. De verder uit de buurt gehouden verwanten en bekenden werd niets gemeld. Er werd volgens Vorosjtsjov op dat moment alleen nog onderhandeld over 'logistieke zaken'.

Zo'n logistieke zaak bleek echter ook het aantal gijzelaars te zijn dat Sjamil Basajev zou meekrijgen op zijn aftocht naar Tsjetsjenië. Volgens geruchten zou Basajev voor elk van zijn strijders een gijzelaar willen meenemen. Tsjernomyrdin zou hebben laten weten dat voor hem hooguit een klein groepje Russische parlementariërs en journalisten acceptabel was. Hierop liepen de onderhandelingen vast.

Pag.5: 'Gelooft u me toch, de Russen waren dronken'

Terwijl de temperatuur opliep tot 40 graden, speelden zich bizarre taferelen af op de door militairen afgezette weg naar het ziekenhuis. Om half twaalf kwam de parlementariër en activist voor de rechten van de mens Sergej Kovaljov naar buiten. Kovaljov had zich aangemeld om met de Tsjetsjenen mee te gaan, maar werd nu weggereden - reden voor de wachtende familieleden om zijn auto te bestormen. “Hé Kovaljov, wat doe je nou? Jij zou je toch laten gijzelen in ruil voor mijn vrouw”, riep een man verontwaardigd. De parlementariër draaide het raampje open en verklaarde dat de autoriteiten hem niet doorlieten. Omstanders uitten hun frustratie door met hun vuisten op het dak en de motorkap te bonzen en te trachten Kovaljov uit de auto te trekken. De chauffeur gaf gas, mensen vielen ondersteboven en Kovaljov werd uitgemaakt voor 'staatsverrader' en 'vijand van Rusland'.

Om ongeveer dezelfde tijd begonnen de autoriteiten te zoeken naar vrijwilligers die als gijzelaar de Tsjetsjenen op hun aftocht wilden vergezellen. Eerst werd bericht dat Basajev een persconferentie zou geven en dat belangstellende journalisten zich op een lijst konden laten zetten. Toen het papier vol was meldden de militairen ineens dat dit de lijst was van journalisten die met Basajev naar Tsjetsjenië zouden gaan. Er ontstond verontwaardiging en enkele journalisten begonnen zich met de onderhandelingen tussen autoriteiten en Tsjetsjenen te bemoeien. Het heen en weer gepraat duurde ongeveer een uur, tot Vorosjtsjov meedeelde dat de regering alleen belangstelling had voor een lijst van journalisten die bereid waren 'onder alle voorwaarden' met Sjamil mee te gaan.

Tezelfdertijd speelden zich binnen in het ziekenhuis soortgelijke onderhandelingen af, zo zouden artsen later op de dag vertellen. De regering had alsnog toch ingestemd met Basajevs eis dat 125 tot 150 gijzelaars de Tsjetsjenen zouden vergezellen, mits die gijzelaars dat vrijwillig zouden doen. Dat laatste moesten zij uitdrukkelijk verklaren. De regering liet ook weten dat iedereen die met de Tsjetsjenen het ziekenhuis zou verlaten, zou worden beschouwd als vrijwilliger en niet langer als gijzelaar. In schriftelijke standaardverklaringen verklaarden de ondertekenaars zich ook bewust te zijn van de mogelijke risico's.

In het ziekenhuis bleken onvoldoende mensen bereid te zijn om de verklaring te ondertekenen. De druk werd daarop opgevoerd met het dreigement dat de hele operatie niet zou doorgaan als niet voldoende vrijwilligers werden gevonden. Iedereen zou dan gegijzeld blijven. Een van de artsen later: “Een aantal mensen meldde zich alsnog als vrijwilliger, anderen hebben wij moeten overreden.”

Om vier uur ten slotte, na elf uur in de brandende zon, kwamen de oranje Intourist-bussen die al de hele dag bij het ziekenhuis hadden gestaan, in beweging. Wat volgde was een chaos die langzamerhand bijna kenmerkend mag worden genoemd voor crises in Rusland. In de colonne bussen die voorbijreed, waren op de voorste stoelen Tsjetsjenen te zien met automatische wapens en een Rambo-achtig uiterlijk. Verder bleken alle plaatsen aan het raam te zijn bezet door gijzelaars, terwijl op de meeste plaatsen aan het gangpad Tsjetsjenen zaten. De gordijntjes voor de meeste ramen waren dichtgetrokken. De gezichten die wel te zien waren keken angstig. Wachtende familieleden drongen naar voren om een blik van de inzittenden op te vangen. Een vrouw die al sinds de vroege morgen had staan wachten raakte buiten zinnen. “Verloren, verloren, hij is verloren”, gilde ze, terwijl ze in het wilde weg heen en weer holde. Zij had iemand herkend.

Na het vertrek van de bussen stuurde de politie de verwanten van de gijzelaars naar het centrale plein van de stad, waar de vrijgekomen gijzelaars heen zouden worden gebracht. Maar de menigte liet zich niet wegsturen. Ze drong op naar het ziekenhuis. Na vijf minuten viel de eerste linie militairen en politiemensen uiteen. Daarachter stuitten de mensen echter op een tweede versperring, van pantserwagens.

Juist toen ook die week kwamen de eerste vrijgelaten gijzelaars zelf het ziekenhuis uit: sterk vermagerd, in vuile en bebloede kleding, met een angstige blik in de ogen, elkaar ondersteunend en huilend. Het was geen vreedzame confrontatie tussen slachtoffers en niet-slachtoffers. “Huil maar niet, de Tsjetsjenen zijn nu weg”, zo probeerde een vrouw die kopjes water uitdeelde een naar buiten gekomen verpleegster te troosten. “De Tsetsjenen? De Tsjetsjenen deelden hun eten met ons, gaven ons sigaretten. Het waren de Russen die op ons schoten. Op vrouwen en kinderen”, huilde de verpleegster, refererend aan de beschieting van afgelopen zaterdag.

Die wilde schietpartij op het ziekenhuis waar vrouwen en kinderen (daartoe gedwongen door de Tsjetsjenen) in de vensters stonden, blijkt op de gijzelaars een onuitwisbare indruk te hebben achtergelaten. “Niemand wil het geloven”, vervolgt de verpleegster in een eindeloze stroom woorden. “Ze schoten op ons. Dronken waren ze, ik zag ze champagne drinken. Gelooft u me dan alstublieft. Dit zijn geen Russen meer, dit zijn fascisten. Ik wil niet meer in dit Rusland leven.”

De vrouw die water uitdeelde deed er verder het zwijgen toe. Maar op het plein in het centrum, waar de vrijgelatenen door de busjes werden afgeleverd, zonder omwegen, maar ook zonder begeleiding, hulp of wat dan ook, braken hevige discussies los toen bleek dat vele ex-gijzelaars net als de verpleegster vooral vertelden over hun angstigste moment, de beschieting door de Russische troepen op zaterdag. De daaraan voorafgaande strooptocht door de Tsjetsjenen leken zij bijna te zijn vergeten. Vragen als 'Waarom hebben zij op kinderen geschoten?' en 'Waar waren jullie?' klonken overal op het plein. Het leverde de gijzelaars weinig sympathie op. “Geen kwaadspreken over onze jongens”, wierp een man tegen. “Provocateurs”, riep een ander, minder ingehouden. “Verraders zijn jullie, het zijn de Tsjetsjenen die van dit alles de schuld zijn”, vond een derde. Eén discussie werd zo emotioneel dat een vrijgelaten gijzelaar, een vrouw, door een oud vrouwtje te lijf werd gegaan.

Er waren natuurlijk ook andere ontmoetingen. “Joeri, ik leef nog”, riep een meisje toen zij een jongen in de armen viel. Sommige mensen zwegen en knepen elkaar alleen maar in de armen en schouders, onderwijl zich langzaam van het plein verwijderend. Er werd geknuffeld en gezoend. Maar tot diep in de nacht klonk in de straten van Boedjonnovsk gehuil van mensen.

    • Hans Nijenhuis