Christo-medewerkers als alpinisten op dak Rijksdag ontrollen stof

BERLIJN, 20 JUNI. Achterzijde Rijksdag, maandagmiddag. Het is stralend weer, duizenden mensen staan dicht bijeen op de hoek waar de Ebertstrasse, de Clara-Zetkin-Strasse en de Scheidemannstrasse elkaar ontmoeten en waar de Muur vijf jaar geleden nog door de achterhof van het parlementsgebouw sneed. Wat een straatnamen trouwens, die van de communiste en anti-Hitler-vrouw, die van de SPD'er (Scheidemann) die hier in november 1918 uit een zijraam de republiek uitriep (en daarmee de KPD van Karl Liebknecht net voor bleef) en die van de eerste SPD-president van die republiek, de arme Friedrich Ebert, de man die als eerste regerende sociaal-democraat de politie voorjaar 1919 een opstand van links, van Spartakisten, hardhandig moest laten smoren. En wiens parlement tijdelijk naar Weimar moest uitwijken wegens de schade die enkele duizenden 'inwonende' soldaten aan de Rijksdag hadden toegebracht.

Hier legde voor dat grote hoekige gebouw, dat volgens velen een monument is van protserigheid, volgens anderen een geslaagde melange van vele stijlen die toch nog een zekere terughoudendheid behield, keizer Wilhelm II precies 111 jaar geleden wrokkig de eerste steen. Naughty Willy, zoals hij met recht in Londen werd genoemd, was niet zo dol op de volksvertegenwoordiging, hij had een klein gebouw in de tuin van de Rijkskanselarij al mooi genoeg gevonden. Hier, waar het parlementarisme als uitvinding van Angelsaksen en Fransen, als onbemind couveusekind zijn huis kreeg in de Duitse burgelijke Kulturstaat, en merkwaardig genoeg niet bij Hitlers Rijkskanselarij, beleefde het Rode leger in 1945 haar allergrootste triomf, gesymboliseerd door de beroemde, geënsceneerde foto van die soldaten die er het rode vaandel hesen.

Hier ook stichtte een jonge, verwarde Hollandse communist, Marinus van der Lubbe, in 1933 de brand die de nazi's in staat stelde af te rekenen met al wat zij links en vals noemden. Behalve met de communist Dimitroff, die de nazi's in het Rijksdag-proces wist te trotseren en vervolgens een zeer groot man zou worden in zijn geboorteland Bulgarije. Een groot man bijvoorbeeld voor de op 13 juni 1935 geboren Christo Javacheff, die als achttienjarige student wordt aan de Kunstacademie in Sofia. En die, we zijn weer terug bij gisteren, op die straathoek van hierboven, via Dimitroff altijd wel wat met de Rijksdag heeft gehad, ook nog, of juist, nadat hij eenmaal wereldberoemd omhullingskunstenaar was geworden.

Vijf gespierde mannen staan ter hoogte van de dakrand op een dikke, circa vijftien meter brede stofrol die zo dadelijk naar beneden zal worden ontrold. Ze dragen helmen en zitten als alpinisten vast aan dikke lijnen, aan hun brede koppels hangen instrumenten die de juiste val van de zilverige aluminiumfolie moeten helpen verzekeren. Ze kijken routineus omlaag, als circusmensen aan de trapeze die zeker weten dat de oh's en ah's van het publiek zo dadelijk zullen komen. In lagere etages staan collega's met dik blauw koord klaar op de brede vensterbanken. Zij zullen de grijze waterval zo meteen op een goede afstand vastleggen, op enkele decimeters van de door latten en kooien beveiligde façade van het gebouw.

Helicopters cirkelen laag over, met camera's en fotografen aan boord om elke stap in Christo's omhullingsoperatie vast te leggen. Zelfs een radiografisch bestuurd mini-helicoptertje gaat omhoog, wat voorlopig voor de allerjongste bezoekers duidelijk het allermooiste is. Want er zijn op deze maandag zeer veel gepensioneerden en moeders met jonge kinderen naar de Rijksdag gekomen. En een enorm aantal veelal jonge toeristen, die bij dit stralende weer laten zien hoe gevarieerd de recreatiemode kan zijn. Dat leidt soms eventjes af.

Na een wachttijd van een half uurtje, de Russische ijscoman is 'los' en de eerste amateur-videofilmers raken ongeduldig, beginnen Christo's alpinisten met hun omhullende afdaling. Zij trappen de zich langzaam ontrollende folierol met de voeten naar beneden, van het dak coördinerende Christo en medewerkers per walky-talky de bewegingen. De oh's en ah's komen los, een groot applaus als het gordijnpaneel tot de begane grond gekomen is. Christo's stelling dat het publiek deel is van zijn project-kunst wordt actief bevestigd. Het gaat snel, op deze maandag, het ene gordijnpaneel na het andere komt volgens de beshreven manier omlaag. 's Morgens waren de ingang van de Rijksdag, en de inscriptie Dem Deutschen Volke, omhuld. Aan het eind van de dag zijn 52 van de 70 stofbanen aangebracht, het grootste deel van het gebouw steekt dan al in Christo's grijs, dat zacht wappert in de opgestoken avondwind.

“Ik was er niet voor, maar het heeft toch wel wat”, zegt een oudere Berlijnse heer. Hij lijkt namens meer mensen te spreken. Want uit nadere opiniepeilingen blijkt intussen dat zeventig procent van de Duitsers het toch wel mooi, of tenminste bijzonder, vindt wat Christo Javacheff en zijn Jeanne-Claude nu in Berlijn aan het doen zijn. Of, wat minder vrolijk, krijgt Marshal MacLuhan - the medium is the message - na een geconcentreerd tv-bombardement van enkele dagen weer eens gelijk met zijn boodschap?